Column Martin Sommer

Jongeren die klagen over ouderen zagen aan de tak waar ze zelf op zitten

Er wordt tegenwoordig nogal op los gehaat en doorgaans vinden we dat geen deugd. Maar er is één categorie waarop het vrij schieten is. Ouderen. Deze week nog stelde de schrijver Philip Huff in NRC voor om ouderen het stemrecht te ontnemen. Ze leven korter en hebben dus minder recht op invloed dan jongeren. Bovendien zijn ze verantwoordelijk voor de klimaatopwarming. Nu kun je van Philip Huff nog zeggen dat hij schrijver is, maar eerder deed econoom Barbara Baarsma in de Volkskrant een soortgelijke suggestie. Ouderen moeten worden afgeschaft.

Dat jongeren het moeilijk hebben, is evident. Ze werken onder belabberde voorwaarden en moeten hun huizen duur huren. Maar het is kennelijk zo dat als het jou minder gaat, er een schuldige moet zijn. Ouderen dus. Zij hebben een huis, vaak afbetaald. Ze hebben een leven lang onder één baas gewerkt en een pensioen opgebouwd. En nu is de idée reçue dat ze de ruif voor volgende generaties leegeten.

Want pensioenen, daarover wilde ik het hebben. Het pensioenstelsel zou een zero sum game zijn. Wat jij uit de pot haalt, gaat ten koste van mij. Volgens de laatste berichten valt het met dat ouderengegraai nogal mee; het CBS meldde donderdag dat de gemiddelde pensionado de afgelopen tien jaar 5 procent heeft ingeleverd, oplopend tot 13 procent voor mensen met een iets beter aanvullend pensioen. Ook de opwinding van Henk Krol – ‘en ú wordt gepakt!’ – heeft weinig geholpen.

Ik las een artikel van emeritus pensioenhoogleraar Bernard van Praag in ESB, ben ook met hem wezen praten, en het was voor het eerst dat ik iets van het pensioendebat begreep. Voor de duidelijkheid, zijn artikel gaat voorbij aan de AOW en behandelt alleen het aanvullend pensioen, dus wat je zelf bij je werkgever bij elkaar spaart. Daarover gaat ook het verhitte debat of de pensioenen niet op nul gehouden of zelfs verlaagd moeten worden, vanwege de dramatisch lage opbrengsten die de pensioenfondsen beuren op hun beleggingen in staatsobligaties. Doen we dat niet, dan is de pot immers straks leeg.

Van Praag gelooft er niets van. Hij begint met de vaststelling dat de beleggingen in de staatsobligaties die nu zo beroerd renderen, heel beperkt zijn, nog geen 20 procent van het totaal. De rest zit in aandelen, vastgoed enzovoort, en daarmee gaat het veel beter. Geen reden dus voor paniek. Belangrijker is zijn opmerking dat het pensioen niet alleen een collectieve pot is, maar ook een individueel spaarbankboekje. Gezamenlijke inleg en beheer is goed, aangezien de een eerder sterft dan de ander, zodat de kosten mooi uitmiddelen. Tegelijk is het pensioen ook voor iedereen afzonderlijk een spaarpot, uitgesteld loon, zoals dat heet. Je betaalt premie en om de zoveel tijd krijg je bericht van het fonds wat straks de geschatte opbrengst is van je inleg.

Het is waar dat er voorlopig meer gepensioneerden bijkomen. Maar de vaak gehoorde suggestie dat de spoeling voor alle deelnemers zo dunner wordt, klopt niet. Omdat iedereen zijn eigen pensioen bij elkaar spaart, is dat zoals het heet ‘demografisch neutraal’. 

Om aan te tonen dat deze optimistische visie op het pensioendebacle realistisch is en dat de door Klaas Knot verordonneerde strafkortingen op de pensioenen nergens voor nodig zijn, heeft Van Praag berekend hoe het eindsaldo zou uitpakken voor een gemiddelde pensioengerechtigde na een werkend leven lang premie storten. De uitkomst was dat er na het overlijden van de gepensioneerde zo veel bleek te zijn gespaard dat nog tien jaar (!) extra pensioen had kunnen worden uitgekeerd. Dat overschot gaat dan weer terug in de collectieve pot – allemaal voor die jongeren van Huff en Baarsma.

Babyboomers kennen Frank Zappa nog. Die meende toen hij jong was dat iedereen boven de 30 dood moest. Tot hij zelf 30 werd natuurlijk. Zo is het ook nu. Wat de gekwetste jongeren niet zien, is dat zijzelf ook oud worden. Zij zagen aan de tak waar ze zelf op zitten. Van Praag wijst erop dat verhogingen of indexeringen van de pensioenen nu ook de ouderen van de toekomst ten goede komen. Omgekeerd is het zo dat de kortingen van nu ook de kortingen van straks zullen zijn. De redenering dat de huidige dramatisch lage rente nog decennia zo zal blijven, en dus de ouderen verder moeten worden gekortwiekt, impliceert dat ook de toekomstige pensioenen aanhoudend zullen worden geschoren. Van Praag berekende dat er voor de huidige 25-jarigen over veertig jaar dan nog een pensioen overblijft van 35 procent van het gemiddelde loon. Zonder dat er een graaiende oudere in de buurt is geweest.

Pensioenkwesties lijken ingewikkeld, maar achter ingewikkeldheid gaat in Nederland meestal politiek schuil. De politieke vraag is hoe het kan dat dat verhaal over egoïstische ouderen zo vanzelfsprekend heeft kunnen worden. Volgens Van Praag hameren de werkgevers sinds jaar en dag op de onhoudbare pensioenkosten. Dat doen ze omdat zijzelf het leeuwendeel van de pensioenpremies moeten opbrengen. De overheid is de grootste werkgever en is het met deze lobby helemaal  eens. En de FNV durfde hier weinig tegenover te stellen, aangezien ze bang was om tegen de leden te zeggen dat ook zij meer premie zouden moeten betalen.

Werkgevers en werknemers zijn het roerend met zichzelf eens dat de direct belanghebbenden, drie miljoen gepensioneerden, overal buiten moeten worden gehouden. Stemmen mogen de oudjes nog net, de vraag is hoelang nog. 

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden