tv-recensiearno haijtema

Jongeren als Kiki uit Over mijn lijk bieden engelen serieuze concurrentie

null Beeld
Arno Haijtema

Over mijn lijk bestaat intussen zo lang, negen seizoenen, dat je niet meer altijd beseft hoe bijzonder het BNNVara-programma is. Jonge, ongeneeslijk zieke mensen die over hun leven en het naderende einde vertellen, het onderwerp is niet van dien aard dat ik altijd de moed kan opbrengen ernaar te kijken (even los van de vraag wie überhaupt nog altijd naar een programma kijkt), terwijl het goedbeschouwd keer op keer een louterende ervaring is.

Tim Hofman volgt in de nieuwe reeks zes jongeren. Hij doet dat, in de geest van Over mijn lijk, met geduld en empathie en zonder veel schroom. Door deze aandacht krijgen de karakters van de geportretteerden reliëf. Ze gunnen de kijker inzicht in een wereld van twijfel, angst en pijn, maar ook van plezier, een liefdevolle omgeving en alledaags geluk, dat zo alledaags dus niet is.

Het is voor Hofman soms balanceren tussen zijn (oprechte) nieuwsgierigheid en (vrees voor) impertinentie, met stamelend ongemak tot gevolg. Maar waarom zou hij ook niet nu en dan met zijn mond vol tanden mogen staan? Daarbij betonen zijn gesprekspartners zich steeds van hun gulle kant. Wie aan Over mijn lijk meewerkt, heeft eventuele taboes overboord gegooid.

Ieder treedt zijn of haar ziekte uiteraard op eigen wijze tegemoet, maar overeenkomsten vertonen de zes ook. Zoals de berusting waarmee ze hun lot aanvaarden, nadat ze te horen hebben gekregen dat ze zijn ‘uitbehandeld’. ‘Je hebt weinig keus, hier houdt het op’, zegt Patrick (31), die een euthanasieverklaring heeft opgesteld om het lijden voor te zijn dat hij bij zijn moeder heeft gezien, die net als hij leed aan darmkanker.

Kiki in Over mijn lijk. Beeld BNNVara
Kiki in Over mijn lijk.Beeld BNNVara

Nog een overeenkomst: het verdriet dat niet constant aanwezig is, maar nu en dan opflakkert, naast het ongetemde vermogen tot genieten. En, opmerkelijk genoeg, het schuldgevoel dat velen hebben over hun naderende einde. ‘Straks ben ik dood, dat maakt iedereen zo verdrietig, en dat is mijn schuld’, zegt de 16-jarige Kiki, die al twee jaar ziek is. Tegen alle logica in, dat beseft ze zelf ook wel. Ze is de jongste van de zes, en misschien schrijnen haar verhalen daarom nog iets meer dan bij de anderen. Nooit een huwelijksaanzoek krijgen – ze vertelt erover terwijl ze met haar handen een denkbeeldig doosje met trouwring opent. ‘Iedereen heeft dít gedaan en dát gedaan: gezoend, ex’en. En dan ik, hahaha, ikke niet. Heel sad.’

Kiki is ook degene die het tobben over wat ‘hierna’ komt onomwonden verwoordt: ‘Wat gebeurt er dan? Ik ben helemaal alleen, wat moet ik doen?’ Wie religieus is, kan op die vraag misschien antwoorden door een beroep te doen op de rol van engelen, de goddelijke boodschappers die geleiden naar de hemel. Ongelovigen vinden hun troost misschien bij jongeren als Kiki, die door zicht te bieden op hun tocht naar het onbekende de engelen pittige concurrentie geven.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden