'Jongens zijn niet zus en meisjes niet zo'

Keer op keer worden grote verschillen tussen de seksen 'ontdekt' - die vervolgens veel minder om het lijf blijken te hebben. Rutger van Ree, leraar maatschappijleer, ziet dus geen heil in aparte lessen voor jongens en meisjes.

© THINKSTOCK

Wim Kuiper van de Besturenraad, een belangenclub voor christelijk onderwijs in Nederland, stelt voor jongens en meisjes op school een deel van de tijd apart les te geven. Het is allerminst de bedoeling terug te keren naar de jaren vijftig, bezweert Kuiper. 'Integendeel, het idee is gebaseerd op de nieuwste inzichten in de neuropsychologie. (...) Traditionele stereotypen hebben hier niets mee te maken.'

Natuurlijk fundament
Toch doet men al zo'n honderdvijftig jaar - sinds de eerste feministische golf - verwoede pogingen om de 'nieuwste inzichten' uit de wetenschap te gebruiken om allerlei verschillen tussen de seksen van een natuurlijk fundament te voorzien. 'Mannen zijn zus, vrouwen zijn zo, accepteer dat nu maar.'

Achtereenvolgens is aangedragen dat vrouwen zwakkere zenuwen hebben dan mannen, te kleine hersenen, een grotere verbinding tussen de hersenhelften, een kleinere prefrontale cortex, noem maar op. En hoe onzinnig deze beweringen achteraf ook blijken, men blijft het maar proberen.

In tijden van verwarring gaat men op zoek naar ankers. In het debat over 'jongensproblematiek' in het onderwijs hoeven we niet lang te zoeken naar die verwarring. Kern van de boodschap zoals die door William S. Pollack en in Nederland Lauk Woltring wordt uitgedragen, is dat mannen en jongens niet meer weten wat er van hen gevraagd wordt. Vaak krijgt 'het feminisme' daar de schuld van. Mannen, tenminste vierduizend jaar spelen ze de baas en zodra er wat tegengas is, gaan ze piepen.

Van de kant van deze voorstanders van een aparte 'jongens-' en 'meisjesdidactiek' hoort men doorgaans dat jongens 'van nature' drukker, zelfstandiger en experimenteler gedrag vertonen, maar hierin momenteel ernstig geremd worden door de 'gefeminiseerde' schoolomgeving. En dat er tot overmaat van ramp van hen gevraagd wordt 'typisch vrouwelijke' verbale en emotionele kwaliteiten te ontwikkelen. Jongens moeten daarom meer ruimte krijgen om buiten te spelen, te ravotten en te experimenteren. Het is opvallend dat Kuiper vanuit dezelfde aannames tot diametraal tegengestelde conclusies komt. Hij meent nu blijkbaar juist dat jongens 'meer behoefte hebben aan structuur, en gebaat zijn bij directe kennisoverdracht'.

'Neuroseksistische' pogingen
Cordelia Fine fileert in haar recente boek Delusions of Gender (vertaald onder de titel Waarom we allemaal van Mars komen) al dit soort 'neuroseksistische' pogingen om de geest van de emancipatie weer in de fles te krijgen. Hilarisch zijn de beschrijvingen van de krampachtige manier waarop de geringste verschillen worden geïnterpreteerd als solide bewijs dat mannen en vrouwen 'nu eenmaal' totaal verschillende soorten zijn. Elke keer blijkt weer dat verschillen in karakter en intelligentie gering zijn of afwezig, of dat het onderzoek niet deugt. Eigenlijk is het verschil dat men vindt, verbluffend klein gezien de consequente manier waarop men van de geboorte af aan in twee gescheiden teams wordt ingedeeld.

Voor zover jongens op school op dit moment geen ruimte krijgen om lekker wild te zijn is de zorg overigens volkomen terecht. Maar dan niet alleen voor jongens. Elk kind zou die vrijheid moeten krijgen. Maar waarom die zorg over autonomie en vrijheid niet omzetten in een schoolregime waarin bewust gewerkt wordt aan deze waarden, maar zonder onderscheid des persoons? Niet zozeer omdat er geen verschil zou bestaan tussen jongens en meisjes, maar omdat dit verschil altijd dynamisch is, altijd een afspiegeling van de bestaande cultuur en machtsverhoudingen, en nooit een goede basis om ons maatschappelijk oordeel over individuen op te funderen.

Kwelling en miskenning
Een verschillend beleid voor jongens en voor meisjes fixeert de status-quo. Het is in feite niet anders dan de afspraak om de bestaande ongelijkheid in beleid te gieten, en werkt zo als self-fulfilling prophecy. Voor kinderen die niet precies in het stereotiepe beeld van Kuiper, Woltring en anderen passen, betekent een aparte jongens- of meisjesdidactiek een kwelling en een miskenning van hun individualiteit. Uiteenlopende mogelijkheden - 'differentiatie' in het jargon - voor leerlingen met meer behoefte aan structuur enerzijds en leerlingen met meer behoefte aan autonomie anderzijds is de sympathiekere variant, en naar ik vermoed eenvoudiger uitvoerbaar bovendien.

Het 'nature-nurture' -debat is heel interessant voor aan de borreltafel en in het psychologie-lab. Maatschappelijk is veel wezenlijker dat, voor zover er beperkte verschillen bestaan, deze nooit een reden kunnen zijn om de bestaande ongelijkheid mee goed te praten. Laat staan om een nieuw officieel gesanctioneerd verschil van bovenaf in te voeren, zoals Kuiper voorstelt. Het voornaamste punt is niet dat er geen fundamenteel verschil zou bestaan tussen mannen en vrouwen, maar dat iedereen een fundamenteel recht heeft op gelijke behandeling en gelijke kansen.

Rutger van Ree is leraar maatschappijleer.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 de Persgroep Nederland B.V. - alle rechten voorbehouden