Opinie Onderwijs

Jonge docent is dupe van hoge werkdruk in hoger onderwijs

Het grimmige arbeidsklimaat brengt de kwaliteit van het hoger onderwijs in gevaar.

Een werkcollege bestuursrecht op de universiteit in Nijmegen. Beeld Marcel van den Bergh / de Volkskrant

‘Als ik me aan mijn uren zou houden die ik officieel betaald krijg,’ zei een collega werkzaam in het universitair onderwijs mij vorige week, ‘dan zou ik drie minuten aan ieder studentenpaper kunnen besteden.’ Drie minuten. Voor een paper van, zeg, 1.000 woorden. Het is het academische equivalent van de thuiszorgverpleger die 24 patiënten in één dag moet bezoeken, luttele minuten heeft voor het aantrekken van steunkousen, geen tijd heeft voor een praatje en ’s avonds een paar uurtjes administratie mag bijwerken in zijn vrije tijd. De situatie op de academie? Massale werkgroepen, minimale voorbereidingstijd, een administratiejungle, hoge werkdruk.

Dit is voor veel docenten in het hoger en universitair onderwijs de realiteit. Het is een bitter maar volstrekt logisch gevolg van het feit dat de studentenpopulatie in Nederland sinds 2000 met 68 procent is gegroeid, terwijl de rijksbijdrage per student met 25 procent is gedaald. De bodem is echter nog niet in zicht.

Het kabinet-Rutte III besloot naast een ‘doelmatigheidskorting’ van 183 miljoen euro tot een extra korting van zo’n 20 miljoen; de bezuinigingen voor 2019 bedragen nu 65 miljoen euro.

Deze week werd duidelijk dat de studentenpopulatie met vijf in plaats van twee procent toeneemt. De druk neemt alleen maar toe.

Het fundamentele probleem is dat we in Nederland – minister van Onderwijs Ingrid van Engelshoven en haar voorgangers voorop – voor een dubbeltje op de eerste rij willen zitten. Universiteiten, faculteiten en departementen willen niets liever dan zich met de wereldtop meten. Onderzoek, onderwijs, faciliteiten, alles moet ‘top’. Of liever: ‘excellent’. Maar hoe kun je ‘excellent’ zijn voor een dubbeltje? Precies: overwerk, stress, burn-outs.

Eind september vond op universiteiten door het hele land een actieweek plaats. Er is geen enkele aanwijzing dat het kabinet de problemen in het hoger onderwijs serieus neemt. WOinActie, de nationale beweging die opkomt voor de belangen van universitair onderwijs, kondigt terecht hardere acties aan. Een landelijke demonstratie is op komst. Een groeiend aantal colleges van bestuur, de Vereniging van Samenwerkende Universiteiten (VSNU) en studentenbonden scharen zich achter WOinActie.

Toch is er buiten de academische wereld weinig besef van de urgentie van de situatie. De kwaliteit van het hoger onderwijs is in gevaar. Dit is geen klaagzang van een clubje overwerkte academici en enkele radicale studenten. Het gaat om de vorming en scholing van nieuwe generaties ondernemers, advocaten, medici, ambtenaren, onderzoekers, politici, museumdirecteuren, adviseurs, journalisten en zo verder.

De crisis in het hoger onderwijs is af te lezen aan hoe er wordt omgegaan met de meest kwetsbare werknemers. Dat zijn zonder twijfel jonge docenten met tijdelijke aanstellingen. Zij bungelen aan de onderkant van het systeem; zij zijn ook de mensen die een belangrijk deel van het onderwijs voor hun rekening nemen.

Velen van hen leven in permanente onzekerheid. Soms krijgen ze een maand van tevoren te horen of ze inzetbaar zijn. Ik heb collega’s die op twee, drie universiteiten doceren. Soms tegelijkertijd, soms hoppend van de ene plek naar de andere. Reiskostenvergoeding is ontoereikend, roosters inflexibel.

Talenten uit mijn generatie worden afgescheept met wurgcontracten. Jonge, tijdelijke docenten werken vrijwel zonder uitzondering over; werkweken van 50 uur of meer. Tot middernacht werkcollege voorbereiden? Geregeld. In de weekenden eindelijk aan je eigen onderzoek toekomen? Standaard. Ze ambiëren immers een carrière met onderwijs én onderzoek! Vervolgens krijgen ze het salaris van een deeltijdbaan. 40, 50, met geluk 60 procent van een voltijdsalaris. Jonge, bevlogen onderzoekers uit mijn omgeving die cum laude zijn gepromoveerd en keihard werken, verdienen daardoor soms niet eens het minimumloon.

Onvermijdelijk werkt dit grimmige arbeidsklimaat door in de colleges. Feedback aan studenten? Met geluk een paar regels. Soms een ‘toetsmatrix’ met kruisjes. Dikwijls helemaal niet. Het systeem blijft functioneren vanwege het arbeidsethos en eergevoel van academici. Ze willen goed onderwijs geven, het gesprek aangaan, bevlogen colleges geven, inhoudelijke feedback bieden, scripties goed begeleiden en lezen. Ze laten de student niet zitten. Net zoals dat geldt voor andere publieke sectoren: de liefde voor het vak is groot. Daar wordt nu systematisch misbruik van gemaakt. Maar die grens is bereikt, of eigenlijk al lang overschreden.

Een landelijke demonstratie is op touw. Daartoe is solidariteit en steun nodig. Vanuit de academische wereld zelf, vanuit studenten, vakbonden, bestuurskamers, politiek én vanuit de samenleving.

René Koekkoek was universitair docent aan de UvA, nu aan de Universiteit Utrecht.

René Koekkoek
Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.