ColumnJonathan van het Reve

Jonathan van het Reve vraagt zich af: ‘Wat als dat zogenaamde algemeen belang zich tegen je keert?’

Vroeger betaalde ik graag ­belasting. De wegen moesten worden onderhouden, er was geld nodig voor onderwijs, zorg, politie, brandweer, allemaal heel belangrijk. Het betalen van belasting was voor mij vergelijkbaar met doneren aan een goed doel. Oké, het was niet vrijwillig. Maar dat kon nu eenmaal niet anders, want je had altijd van die stomme aso’s die tegen de overheid waren en het liefst helemaal geen belasting betaalden.

Inmiddels ben ik zelf zo’n stomme aso. Of ik dreig er althans een te worden. Dat overkomt meer mensen met het klimmen der jaren, maar het verbaast mij toch hoe weinig daar in mijn geval voor nodig was.

Het eerste stapje was even simpel als genant, en bestond eruit dat ik überhaupt belasting ging betalen. In mijn idealistische tijd verdiende ik hoogstens 15 duizend euro per jaar, en als zzp’er mag je dan vrijwel alles houden.

Het kleine beetje dat ik soms moest overmaken deed ik dus zingend, maar achteraf moet ik vaststellen dat mijn bijdrage nog niet eens het slijten van de stoeptegels tussen mijn voordeur en mijn fiets heeft kunnen dekken.

Toen ik meer ging werken en verdienen, snapte ik opeens waar iedereen het over had als ze klaagden over de belasting. Het is echt helemaal niet leuk om halverwege het jaar duizenden euro’s te moeten betalen, terwijl je dat geld eigenlijk nodig had voor andere dingen. Je krijgt ook geen bedankje, niks. Maar goed, de wegen moesten worden onderhouden, dus nog steeds deed ik het zonder veel gemopper.

En toen veranderde er iets. Het begon heel onschuldig: wij moesten een ander huis. Ons huis is toevallig een boot, dus we gingen op zoek naar een andere. Na een hele tijd vonden we er een: even lang, maar veel mooier. We vroegen braaf aan de gemeente of we hem mochten vervangen. We kenden de lokale regels, dus we wisten het antwoord al: ja, het mocht. Maar er kwam geen antwoord. Na bijna acht weken slapeloos wachten, kwam er eindelijk een brief: de gemeente had meer tijd nodig, de beslistermijn werd met zes weken verlengd.

Opeens behoorde ik tot het deel van de bevolking dat ruzie heeft met de overheid. De mensen met warrig haar die leven tussen grote stapels dossiers, verwikkeld in een jarenlange strijd tegen de autoriteiten. Ik kende ze wel, met hun verbeten blik van ‘breek me de bek niet open’, maar ik snapte ze nooit. Ergens had ik het gevoel dat zij het er zelf naar maakten. Dat ze lastpakken waren, die zonodig tegendraads wilden doen. Dat de gemeente alleen maar zo moeilijk deed om te voorkomen dat dit soort types kartbanen zou aanleggen op ziekenhuisdaken. In het algemeen belang dus.

Maar als dat zogenaamde algemeen belang zich op een gegeven moment tegen je keert, verandert je manier van denken. Zo ging het tenminste bij mij.

Het begon met normale vragen, zoals: hoe kan een mens veertien weken nodig hebben om te kijken of iets mag van de wet, terwijl in de wet al vrij duidelijk staat dat het mag? Maar toen wij ook nog heel veel geld moesten betalen voor een vergunning die volgens de wet helemaal niet nodig was, kreeg ik oprecht het gevoel dat de overheid tegen ons was. Geen goed doel, maar een log monster dat leuke ideeën in de weg staat en ook nog al je geld wil afpakken.

Voordat ik mijn laatste restje ­sympathie bij u verspeel: ik weet heel goed dat mijn probleem niks voorstelt. Het komt goed, ik ben gezond, etcetera. En u wist waarschijnlijk allang hoe erg de overheid kan zijn.

Maar toch, als een relatief kleine procedure tot zulke frustratie kan leiden en in mijn specifieke geval tot fantasieën over compleet zelfvoorzienend worden en buiten de territoriale wateren voor anker gaan om lekker belastingvrij te kunnen genieten van mijn eigen gelijk, hoe verschrikkelijk moet het dan wel niet zijn om écht iets te ondernemen? Om bijvoorbeeld een restaurant te beginnen?

Hoe doen mensen dat, hoe houden ze het vol? En vind je het gek dat ze dan op een stomme aso-partij als de VVD gaan stemmen? Vanaf nu zal ik elke snackbarhouder met het grootst mogelijke respect behandelen en hij zal onmiddellijk snappen waarom ik geen geld meer heb om iets bij hem te kopen.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden