Opinie onderdrukkende stereotypen

Joker versterkt stereotypen die zorgen voor angst jegens ‘verwarde mensen’ of ‘psychiatrische patiënten’

De film Joker lokt agressie uit van normale mensen naar sociaal uitgeslotenen, zogenaamde outcasts met een ggz-diagnose, schrijft socioloog Karlijn Roex.

Een aantal filmcritici en speculerende journalisten vreest al jaren dat de filmfiguur deJoker aanstekelijk kan werken op mannen die zich niet gehoord voelen. Die dan net als de Joker voor geweld kunnen gaan kiezen om vergelding of aandacht. De Joker zou een soort rolmodel zijn voor buitenstaanders en daarmee een acceptabel script bieden voor het plegen van geweld op onschuldigen. Bij enkele massamoorden keerde die hypothese terug, zo betoogde onlangs ook Volkskrant-columnist Floortje Smit.

Dat is eigenlijk opmerkelijk, omdat onderzoek laat zien dat geweldsfilms geen imitatiegedrag uitlokken. Het wel of niet bezitten van een wapen heeft een veel grotere invloed op de totale geweldscriminaliteit. Wat veel gevaarlijker is dan dit veronderstelde copy cat-effect van films, is de angst voor het kopieereffect zelf. Het voedt meer uitsluiting en angst jegens mensen die zich toch al eenzaam en miskend voelen. Ze verschijnen in onze waarneming als potentiële Jokers, als ‘tijdbommen’ die op een kwade dag geweld zullen gaan plegen op het weerloze, onschuldige publiek op straat.

Joker versterkt nu juist de stereotypen die zorgen voor angst jegens zogeheten ‘verwarde mensen’ of ‘psychiatrische patiënten’. In mijn recent verschenen boek In verwarde staat laat ik zien hoe gevaarlijk, en zelfs levensgevaarlijk, deze publieke angst is. Stereotypen kunnen ervoor zorgen dat de pen in de hand van de psychotische ‘verwarde man’ verandert in een mes in de angstige en licht-verwarde cognitieve wereld van de agent. Daarmee kunnen stereotypen het verschil maken voor hoe een ontmoeting afloopt: met de knal van een politiekogel of met een gesprek.

Gedurende het proces van een ontmoeting worden we omringd door vraagtekens, oninterpreteerbare gaten die we nog moeten inkleuren. We vullen de gaten dan maar even in met dingen die we veronderstellen en zelf bedenken. Dat is op zichzelf niet erg. Maar het kan gevaarlijk worden als deze invulling wordt gevoed door stigmatiserende stereotypes uit films.

Inmiddels horen in het dominante denken bij het grote publiek en de massamedia de termen ‘schizofreen’ en ‘mes’ net zo sterk bij elkaar als, bijvoorbeeld een pen en papier. Onderzoek heeft uitgewezen dat de wijze waarop Hollywood mensen met een ggz-diagnose neerzet in films, inderdaad zorgt voor meer angst onder het publiek voor mensen uit de ggz.

Ik ben zelf ook zo’n buitenbeentje, met een ggz-diagnose. Bijna zonder uitzondering worden wij voorgesteld als bijna enge, onmenselijke moordenaars , die plotseling opduiken. Voor mijzelf is alleen al het zien van een afbeelding van de Joker pijnlijk, omdat hij voor mij een manifestatie is van de vastgeroeste, eeuwenoude vooroordelen van de waanzinnige. Alle historische angstafbeeldingen van de waanzinnige – inclusief diens onheilspellende lach – zijn bijeengepakt in een karikaturaal personage.

De bioscoopbezoeker kan weer heerlijk gruwelen van achter de popcornbak. De nar van het onheil die uit het gesticht is ontsnapt, heeft een fatale ontmoeting met de normale, nietsvermoedende burger. Dit soort beelden hangt voor mensen als ik samen met hoe snel mensen op straat voor ons de politie bellen of buren naast ons willen wonen zodra ze weten van onze ggz-achtergrond. Het hangt samen met de vraag of een niet-agressieve paniekaanval van mij door omstanders, een schoolhoofd, of door collega’s gekoppeld wordt aan niet-reële toekomstprojecties waarin ik een geweldpleger ben. Deze vooroordelen doemen op als drempels op de renbaan van de maatschappelijke participatie, richting diploma’s en banen.

Zelf heb ik enkele jaren meegewerkt aan een groot onderzoeksproject bij het Max Planck Instituut in Keulen en bij 113 Zelfmoordpreventie naar suïcide, en de factoren die de kans daarop verhogen. In tegenstelling tot de berichten en films waar het gaat om geweld naar anderen, is er bij suïcideberichten wél bewijs van een copy cat effect. Het gedetailleerd omschrijven van de methode waarmee een persoon het eigen leven heeft beëindigd, zorgt voor hogere pieken in de suïcide-aantallen.

Dit geldt zowel voor fictieve personages als voor echt bestaande personen. Gelukkig zijn er ook verhalen over suïcidaliteit die de lezers of kijkers inspireren om wat anders te doen dan het eigen leven beëindigen. Het gaat dan om berichten waarin de persoon een andere manier heeft gevonden om met de problemen om te gaan. Wil er een positief copy cat-effect plaatsvinden, dan is het cruciaal dat de persoon in het verhaal als positief rolmodel fungeert. Dit is duidelijk niet het geval bij de Joker.

Buitenstaanders zoals ggz-patiënten en andere outsiders – waar ik mezelf trouwens ook toe reken – hebben voor hun rolmodellen gelukkig veel meer films en series tot hun beschikking dan slechts Joker. Verhalen in Japanse stripverhalen (de zogeheten manga), animatieseries (de zogeheten anime) en videogames staan bol van de outcasts, die zich verheffen tot held en zich inzetten voor een morele zaak. Vaak is de buitenstaanderspositie, of het anders-zijn, juist de kracht van de heldhaftige personages. De buitenstaander hanteert een alternatieve blik op de samenleving die hen buitensluit.

De buitenstaandersblik in dergelijke verhalen is ook minder ingepakt door normen die voor de kernleden van die samenleving vanzelfsprekend zijn. Goed en kwaad lopen in deze werken veel meer door elkaar heen dan in Hollywoodfilms.

Hoewel ook deze cultuuruitingen zeker niet vrij zijn van onderdrukkende stereotypen, zijn de genuanceerde personages voor bepaalde buitenstaanders veel aantrekkelijkere rolmodellen dan de karikaturale Joker. Daarom voel ik me als buitenstaander dan ook meer verwant met andere ‘Jokers’, zoals de jonge held uit de Japanse videogame Persona 5, die gedeeltelijk onder deze schuilnaam opstaat tegen agressieve mannen.

Moeten we – of in elk geval alle outcasts – nu allemaal naar een manga-bibliotheek? Zeker niet. Voor wie dat allemaal niks vindt, bestaan in de echte wereld ook genoeg excentrieke helden en rolmodellen die met de nek worden aangekeken om hun anders-zijn. Greta Thunberg, de 16-jarige wereldberoemde klimaatactiviste die een Asperger-diagnose heeft, verhief het anders-zijn in de huidige verstoorde wereld tot een kracht – zo niet superkracht.

Thunberg stelde dat ze zonder haar autisme waarschijnlijk nooit de stoute schoenen had durven aandoen om zich zo ferm en zichtbaar uit te spreken tegen klimaatonrecht.

De opkomst van dit soort rolmodellen stemt tot hoop. Een verbetering van onze positie in de maatschappij begint pas echt wanneer de samenleving ons minder eenzijdig afbeeldt.

Karlijn Roex is socioloog en auteur van het recent verschenen boek In verwarde staat

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden