ColumnSylvia Witteman

Johnny Jordaan was homo in een tijd dat zoiets nog vreemd en ongewenst was

Ik was op straat uitgegleden over een rondrollende lachgaspatroon en zat, bloedend uit mijn knie als een kleuter, bij te komen op een bankje aan de kop van de Elandsgracht: het zogeheten Johnny Jordaanplein. Ooit stond daar alleen een standbeeld van Johnny, (door Kees Verkade, toch een beetje de driedimensionale pendant van Rien Poortvliet) later kwamen daar achtereenvolgens Tante Leen, Johnny Meyer, Manke Nelis en Bolle Jan bij, de laatste geflankeerd door zijn Tante Mien, die struis achter een bronzen trekzak verrijst.

Een drukte van belang, op dat pleintje. Hoeveel volkszangers moeten daar nog bij komen, en wie dan? Danny de Munk? Dreetje Hazes? René Froger? (een zoon van Bolle Jan en tante Mien, krap zes maanden na de bruiloft geboren, toen zijn ouders allebei 18 waren!) Moet je eigenlijk dood zijn om een standbeeld te krijgen? Niet als je tot het Koninklijk Huis behoort, waarvan akte, maar voor volkszangers strekt sterven blijkbaar wel tot aanbeveling.

Johnny draagt een bril, Bolle Jan ook, en bovendien een horloge; tante Mien houdt een microfoon in haar hand. Standbeelden horen geen horloges, brillen, of microfoons te dragen, vind ik, al kan ik niet goed uitleggen waarom. Misschien omdat het uiterlijk van dergelijke attributen aan voortdurende verandering onderhevig is, en daarom algauw gedateerd aandoet? Nog een meevaller dat ze geen bronzen Nokia 1011 in hun knuistjes hebben. (Freddy Mercury in Montreux was ook beter afgeweest zonder microfoon, maar dat wapperende jasje is wél heel fijn.)

Ik keek naar mijn knie, die was opgehouden met bloeden, en dacht aan Manke Nelis. Die raakte zijn been kwijt aan tetanus, na een verwonding. Hoe lang geleden was ik zelf ingeënt tegen tetanus? Een jaar of vijftig geleden. Maar bestaat tetanus eigenlijk nog wel? Ik besloot dat de keien van de Elandsgracht niet smerig genoeg waren om mij een houten been te bezorgen en stond op.

Ik bekeek de bronzen volkszangers nog eens. Ze hadden de beeldenstorm van de afgelopen weken goed doorstaan: niet één van de beelden was beklad of beschadigd, maar goed, ze hebben dan ook geen van allen iets met slavernij te maken gehad. Wel zijn ze allemaal blank (hebben we geen donkere volkszangers?) maar Johnny Jordaan zou je met een beetje goede wil best als een martelaar van de lhbti-gemeenschap kunnen zien; hij was homo in een tijd dat zoiets nog vreemd en ongewenst was.

Ik dacht aan wat mijn zus me vertelde. Ze werkt op een basisschool. Het kringgesprek ging over de jongstleden beeldenstorm. Een klein meisje was daar fel op tegen. Waarom dan? ‘Omdat ze die beelden in het water gooien. En dat is heel zielig voor de vissen.’

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden