Column Haro Kraak

Johnny en Linda de Mol kregen ‘een cadeautje uit de hemel’ van zijn opa en haar vader

Ze vonden het zelf ook wel een beetje raar. Bij de aftrap van het zesde seizoen Linda’s Zomerweek, maandag op RTL 4, zaten Linda en Johnny tegenover elkaar. De Mol dus. ‘Mijn bloedeigen neef’, verduidelijkte Linda. Ze kende hem als ‘mijn broekzak’, maar had toch een paar vragen bedacht waarop ze het antwoord echt niet wist.

Zoals: ‘Had je ook de overstap naar SBS6 gemaakt als je precies hetzelfde aanbod had gekregen maar John niet je vader was?’ Antwoord: Nee. Want hij zat bij RTL prima, maar hij vond het toch wel erg leuk om ‘te werken met die ouwe’. Johnny vroeg helaas niet of Linda zelf al een aanbod van haar broer had gekregen.

Johnny werd de eerste 16 jaar van zijn leven vooral grootgebracht in het buitenland door zijn Deense stiefvader en toenmalig profvoetballer Søren Lerby. Daardoor sprak Johnny een woordje Deens, wat hij dan weer kon uitproberen op de gast naast hem op de bank: vicepremier Kasja Ollongren, die half Zweeds is.

‘Wat grappig zeg!’, zei Linda de Mol over het Scandinavische onderonsje, op de goeiige laten-we-het-niet-te-moeilijk-maken-toon die haar kenmerkt. Zomergasten-pretenties heeft ze niet. In Linda’s Zomerweek, gefilmd in een plantenrijk studioterras, moet het vooral behapbaar en gezellig blijven, met eventueel een traan.

Als Linda al een kritische vraag stelt, brengt ze die met liefdevolle bezorgdheid. Tante tegen Johnny: ‘Er was een periode dat we ons heel erg zorgen om je maakten.’

Lachend: ‘En terecht.’

‘Ja, we dachten: die is alleen maar aan de drank en de drugs en, o help, gaat het wel goed?’

Johnny moest bekennen dat hij een tijdje behoorlijk losgeslagen was, maar hij had er geen spijt van. Hoe hard hij ook feestte toen, hij zorgde er wel altijd voor dat hij op tijd kwam als hij moest acteren of presenteren, want hij wilde niet ‘het zoontje van’ zijn die de kantjes ervan af liep.

Toen het gesprek op zijn oma, haar moeder, kwam, bouwden Johnny en Linda gezamenlijk naar de ontroering toe. Hij had in een la een afscheidsbrief in dichtvorm gevonden van zijn opa, Willy Alberti. Componist John Ewbank zette de tekst op muziek voor de familie. In de studio werd het lied gezongen door Elske DeWall.

Tranen, natuurlijk. ‘Een cadeautje uit de hemel’, omschreef Linda het lied.

Over andere cadeautjes uit de hemel werd gelijktijdig gesproken op NPO 2, in de laatste aflevering van het laatste seizoen Kijken in de ziel, met religieuze leiders. ‘Wat als u straks doodgaat en er staan gewoon 72 maagden’, zei Coen Verbraak tegen baptistenpredikant Orlando Bottenbley. Hij knipperde een paar keer met zijn ogen – daar had hij nog nooit over nagedacht. ‘Maar dat is een veronderstelling’, zei hij toen, waarna hij hard begon te lachen.

Mijn veronderstelling: Kijken in de ziel is helaas niet meer, maar zal vast reïncarneren in een nieuw, scherp interviewformat. Als God het wil.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.