Opinie Jodenvervolging

Joden zijn niet als makke lammetjes afgeslacht: ze boden overal verzet

Wie zich informeert weet dat Joden in de oorlog niet passief hun End­lösungs-lot ondergingen, betoogt Selma Leydesdorff, emeritus hoogleraar Oral History en Cultuur aan de UvA.

Zwart granieten monument ter nagedachtenis van het verzet van Joodse burgers tegen de Duitse bezetter in de Tweede Wereldoorlog. Beeld Sabine Joosten/ Hollandse Hoogte

Tussen 1941 en 1943 kwamen in ongeveer honderd getto’s in het door de nazi’s ­bezette Oost-Europa ondergrondse bewegingen tot stand. Het ging voornamelijk om verzet in Polen, Litouwen, Wit-Rusland en Oekraïne. Het voornaamste doel was verzet ter plekke, uitbraken uit getto’s en aansluiting bij de partizanen die tegen de Duitsers vochten. De heroïsche strijd die werd geleverd bij de opstand van Warschau eindigde helaas met massamoord en deportatie naar Treblinka en Sobibor. Er waren nog veel meer opstanden, zoals de ­opstand in het getto van Bialystok in augustus 1943 en in Tarnow in de eerste week van september in datzelfde jaar.

Maar het belangrijkste en het meest indrukwekkend is het verzet in de concentratiekampen (Auschwitz bijvoorbeeld) en in de vernietigingskampen (Sobibor, Treblinka). Het verzet in Treblinka werd overmeesterd en de overlevenden werden naar Sobibor gezonden om vergast te worden. De aankomst van de trein bevestigde de dwangarbeiders dat de nazi’s erop uit waren allen te vernietigen. In een briefje gevonden in de kleren van een vergaste Jood werd gewaarschuwd dat niemand moest geloven dat er enige kans was dat het om iets anders ging dan moord. Vastbesloten waren ze in opstand te komen, en dat deden ze na een voorbereiding van 22(!) dagen.

Rode Leger

Joden voegden zich massaal bij het Rode Leger en bonden als vanzelfsprekend de strijd aan met de bezetter en omdat ze niets te verliezen hadden, namen ze de gevaarlijkste klussen op zich. Ook al werd er beweerd dat Joden niet konden vechten. Pas sinds een aantal jaren is de bijdrage van Joden aan het Rode Leger serieus object van studie, eerder behaagde het de Sovjet-autoriteit om niet te veel aandacht aan Joden te geven. Voor zover ze werden toegelaten, maakten ze deel uit van het groeiende leger van partizanen. Maar juist door antisemitische partizanen werden veel Joden vermoord.

Partizaan worden betekende niet altijd strijd, soms ging het alleen om overleven: het bekendst is het familiekamp van de Bielski-broers in Wit-Rusland. Dat kamp was geen gevechtseenheid van partizanen, die doorgaans alleen mannelijke strijders toelieten. Het was een toevluchtsoord voor families en er woonden ook vrouwen. Joden waren er ook zonder een wapen welkom. De Bielski-broers openden hun kamp halverwege 1942; hoewel ze met veel tegenslag kampten, overleefden meer dan duizend mensen de oorlog.

In de gevangenis van Minsk, waarnaar ik zelf onderzoek deed, bestond een belangrijke organisatie die ervoor zorgde dat mensen konden wegkomen naar de partizanen. Er zijn dus genoeg voorbeelden van ander gedrag dan dat van ‘makke lammeren’.

Er waren mogelijkheden om uit de getto’s te ontsnappen. Mensen konden zich aansluiten bij een strijdeenheid. Waren de partizanen eenmaal bereikt, dan betekende dat nog niet dat iemand veilig was. In het bos aangekomen was er een reële kans verraden te worden en het was ook riskant om te leven in harde, vuile levensomstandigheden. Er was honger en de vluchtelingen waren blootgesteld aan het onbarmhartige klimaat in dat deel van Europa. Mensen moesten overleven in holen, uitgegraven in de grond, en die waren koud, donker en vochtig. Om er te komen, ging de weg soms langs vijandige dorpen en gevaarlijke wegen.

De Duitsers waren zo bang voor het Joods verzet dat ze de overlevenden van de opstand van het getto van Warschau, voordat ze de veewagens in gingen, zich eerst lieten uitkleden. Ze dachten dat naakte mensen machteloos waren en niet uit de trein zouden springen.

Slacht

In zijn onderzoek naar de historiografie van het verzet van Joden tegen de Duitsers, betoogde de Canadese historicus Michael Marrus dat na de oorlog vooral door verzetsmensen is beweerd dat Joden ‘als schapen naar hun slacht’ waren gegaan.

Professionele historici waagden zich niet aan het onderwerp en gedurende meer dan vijftien jaar na de ­bevrijding van Europa spraken ze het dus ook niet tegen. Het schrijven over verzet, en ook het schrijven over de Holocaust was vooral het werk van de mensen die het allemaal zelf hadden ervaren. Het waren mensen die deel hadden genomen aan de strijd tegen de nazi’s, en daarover na de oorlog publiceerden. En het waren overlevenden, die verhaalden over wat er met hen was gebeurd; door hun ­lijden hadden ze een speciale autoriteit.

Dat weinig historici het onderwerp oppakten werd mede veroorzaakt door het feit dat de Joden van Europa probeerden te verwerken wat er met hen gebeurd was. Ze probeerden hun leven weer op te bouwen.

Na al die jaren van onderzoek is het begrip verzet opgerekt naar de vele manieren waarop Joden mentaal en spiritueel overleefden, hoe ze hun culturele en religieuze leven handhaafden en de kwaliteit van leven handhaafden. Het meest opvallend is natuurlijk de opstand van Sobibor onder leiding van Sasha Pechersky waaraan zo langzaamaan menige film is gewijd.

Men hoeft niet erg geschoold te zijn om dit soort informatie te vinden. Ook niet over het verzet van ­Nederlandse Joden waarvoor inmiddels een monument bestaat.

Selma Leydesdorff is emeritus hoogleraar Oral History en Cultuur aan de UvA

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 de Persgroep Nederland B.V. - alle rechten voorbehouden