Jezelf zijn is niet altijd een goed idee

Televisierecensie door Julien Althuisius

Je hebt overal een opleiding voor nodig, behalve voor het ouderschap. Gelukkig is er nu De Opvoeders.

Foto de Volkskrant

‘Kinderen opvoeden is het leukste wat er is. Het is elke dag één groot feest. En bovendien is het ook echt verschrikkelijk makkelijk’, zei niemand ooit. Het gebeurt al honderdduizenden jaren, maar toch rommelt iedereen nog steeds een beetje aan. Dat is ook min of meer het uitgangspunt van het nieuwe EO-programma De Opvoeders, dat vorige week begon en waarvan maandagavond de tweede aflevering werd uitgezonden.

De Opvoeders volgt vijf gezinnen die aan de EO-norm van minstens drie kinderen voldoen, maar verder totaal verschillend zijn. Overal in hun huizen hangen camera’s en ze worden ook nog gevolgd door een cameraploeg. Tussendoor bekijkt gezinspsycholoog Steven Pont de beelden op een laptop en geeft er commentaar op. In het intro zegt de voice-over dat je voor vrijwel alles een diploma nodig hebt, ‘behalve voor misschien wel de belangrijkste taak van je leven: het ouderschap.’ Daarna schreeuwt een vader: ‘LACEY JE GAAT NU NIET JANKEN ANDERS KRIJG JE MAANDAG GEEN TELEFOON MEE NAAR SCHOOL’. Dat belooft wat.

Een van de eerste scènes was bij de familie Roelvink thuis (Nee, niet die. Godzijdank). Het was ’s ochtends vroeg en alleenstaande moeder Mandy maakte haar vier kinderen wakker. De een ging zelfstandig tv kijken, de ander kleedde zich aan, weer een ander pakte een banaan. Het onderwerp van deze eerste aflevering was dan ook ‘zelfstandigheid’. Als Mandy haar kinderen iets wilde meegeven, was het toch vooral dat zij zichzelf zouden zijn.

FOUT.

‘Zij zegt: jezelf zijn’, zegt therapeut Pont. ‘Maar jezelf zijn is niet echt een heel groot pedagogisch doel. Eigenlijk is het grootste pedagogische doel om een medemens te zijn. Om een medemens te zijn moet je helemaal niet jezelf zijn. Want jij kan wel boos zijn en iemand een trap willen geven, en dan ben je jezelf. Maar daar word je uiteindelijk niet gelukkig van.’ Oh nee?

Gelukkig viel het verder wel mee, qua opgeheven vinger-gehalte. De Opvoeders legt vooral mooi de feilbaarheid van de opvoedende ouder bloot. Zo voedt de familie Mosselman uit Zeeland drie zoons op volgens het rust-reinheid-en-regelmaat-principe, wat blijkbaar ook-behelst dat de jongens hun moeder met ‘u’ moeten aanspreken. Of de ‘consequente’ ouders Ravenshorst uit Enschede die hun drieling (vanuit de overtuiging ze zelfstandig te maken) ieder een eigen boodschappenwagentje geven – wat precies zo chaotisch verloopt als je je voorstelt. De geruststellende strekking: er bestaat geen perfecte opvoeder en iedere ouder worstelt met dezelfde problemen. (En ontwikkelingspsychologen dragen graag vrolijke overhemden.)

Maar vooral levert het kijken van De Opvoeders een enorme plaatsvervangende vermoeidheid op - om maar niet te spreken van een verhoogd zelfbewustzijn wat betreft de eigen opvoedvaardigheden. En dat gaat op zijn beurt weer gepaard met de wijsheden van Steven Pont, die in het hoofd blijven nagalmen. ‘Geloof het of niet’, zegt de gezinstherapeut, ‘maar kinderen vinden gezag uiteindelijk gewoon prettig.’ Fijn, maar misschien kan meneer Pont dat even zelf aan ze komen uitleggen. 

Meer over