The Big PictureRob Vreeken

Jeugdige vrijheidsdrang laat zich niet insnoeren, bewezen de vrouwen in Istanbul

Bemoedigende taferelen zondagavond in Istanbul. Het was 8 maart, Vrouwendag. De Night March door het centrum was door de regering verboden, de oproerpolitie had winkelstraat Istiklal en het Taksimplein afgezet. De waterkanonnen stonden klaar, het traangas smachtte om gebruikt te worden.

Maar daar trok de bloem der natie zich niets van aan. Vele duizenden vrouwen en een sympathiek aantal mannen verzamelden zich voor de politiehekken om dan maar een andere route te lopen. De mars moest doorgaan.

Ik stond ertussen en ik moet zeggen: het was lang geleden dat ik zo blij werd van een demonstratie. Juist de dreiging van mogelijk politieoptreden, en de opgewekte vastbeslotenheid daar geen aanleiding toe te geven, gaf de menigte een aanstekelijke energie.

En dan de betogers. Jonge vrouwen voor het ­merendeel, modern in voorkomen, met slimme, ­humoristische slogans. God is a woman, zag ik, en Girls just wanna have fun(damental rights). Hun gefluit produceerde een volume dat in minder autoritaire landen zelden wordt gehoord bij demonstraties. Zij vormden het sprankelende bewijs dat Turkije zoveel meer te bieden heeft dan het bekrompen nationalisme van Erdogan en zijn AK-partij.

Maar vooral bewezen ze dat jeugdige vrijheidsdrang zich niet blijvend laat insnoeren, niet door een bataljon oproerpolitie en niet door een regering die de pers muilkorft en kritische lastpakken tot ­terrorist bestempelt. Altijd blijft het vuur branden, op zijn minst op de waakvlam.

Vrouwendag in Istanbul. De betogers vormden het sprankelende bewijs dat Turkije zoveel meer te bieden heeft dan Erdogans nationalisme.Beeld EPA

Dat geldt zelfs voor landen die aanzienlijk repressiever zijn dan Turkije, zoals Saoedi-Arabië. Kroonprins Mohammed bin Salman trekt alle macht aan zich (deze week liet hij weer een paar ongehoorzame ooms en neven arresteren), maar niet voor niets staat hij concerten en bioscopen toe en laat hij vrouwen autorijden. De jonge Saoediërs zoeken de vrijheid anders op in Bahrein, waar ze in het weekend heen rijden om te drinken en te dansen, of in de onbespiede omgeving thuis, waar dingen gebeuren die buiten niet mogen. Anders vervelen ze zich te pletter. Saoedi-Arabië is te repressief om het onbehagen een politieke vertaling te geven, maar ­jeugdige energie creëert vanzelf rebelsheid.

De laatste bastions van maatschappelijke onaangepastheid in nazi-Duitsland waren de clubs waar de Swingjugend bijeenkwam om te dansen op jazzmuziek. Ze walgden van de Hitlerjugend, droomden van de American way of life en droegen kleding naar Engelse snit. Mods en nozems avant la lettre. Jongens hadden lang haar, meisjes lipstick. Ook als het niet regende, liepen ze met een paraplu. Ze begroetten elkaar met ‘Swing Heil!’. Tot diep in de oorlog zetten swingjongeren in Berlijn en Hamburg hun ­levensstijl voort, tot ook de laatsten begin 1943 naar het kamp waren afgevoerd.

Tezelfdertijd richtte in de Zaanstreek een leeftijdgenoot – mijn vader – een jazzorkest op dat Amerikaanse swing speelde. Ontaarde negermuziek, volgens de nazi’s. Ze noemden zich De Prominenten. Liever hadden ze The Caledonians geheten, maar dat klonk te Angelsaksisch voor de bezetter.

Zo kozen ze een sluiproute om toch hun ding te kunnen doen, net als de vrouwen zondag in Istanbul. Ook de nummers moesten ze vermommen met Nederlandse titels. Zo werd The Flat Foot Floogie with a Floy Floy uitgevoerd als De platvoetneger en de moordgriet. (Tegenwoordig is overigens het omgekeerde het geval. Een jazzorkest dat De platvoetneger en de moordgriet op het repertoire heeft staan, krijgt daar geheid problemen mee en doet er verstandig aan de titel te veranderen in The Flat Foot Floogie with a Floy Floy.)

Na de oorlog noemden de jongens en één meisje – zangeres Tine Hoorn – zich gewoon weer The Caledonians. Twee jaar lang konden ze als beroepsmuzikanten op de talloze bevrijdingsfeesten spelen, daarna moest het land worden opgebouwd. Maar die vrijheid kon hun niet meer ontnomen worden.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden