Column Nico Dijkshoorn

Jett Rebel is precies Prince. Niets om zich voor te schamen, toch?

Maandag keek ik naar DWDD. Daar legde Jett Rebel (echte naam: Rinus Groebe) uit dat hij niet bewust op Prince wil lijken. Daarna speelde hij een liedje en zei Ivo Niehe: ‘Precies Prince. Niet iets om je voor te schamen, toch?’ Ik vond het jammer dat ik er niet bij was. Ik vind Jett Rebel een fijne, begenadigde muzikant, maar ik zou het na de uitzending toch niet hebben kunnen laten om even naast hem te gaan zitten.

‘Die schoenen van jou, Jett. Prince. Goede schoenen verder, met dat hakje en die gesp, maar wel Prince. Ik zie dat je cola light drinkt. Eng gewoon. Dronk Prince ook. Ik zie hem nog zo zitten, die kleine motherfucker, op zijn paarse kussentje, met zijn cola light. Hij woog zelf ook 23 kilo. (…) Hoe je nu naar me kijkt Jett, eng gewoon. Prince! (…) Hoe je net het toilet uit kwam lopen: Prince. Precies! Met van die beentjes en zo, dat je echt loopt alsof je een uurtje later dertien nieuwe tracks gaat schrijven. Prince ten voeten uit. (…) Prince kocht vlak voor zijn dood 36 shetlandpony’s. Zie ik jou ook wel doen. (…) Jij bent een soort mix van Prince voor zijn heupoperatie en er vlak na. Toen hij ging rappen. Dat was lachen.’

Ik zou dat bij meer Nederlandse artiesten willen doen. Naast Lee Towers gaan staan en zeggen: ‘U bent toch de Nederlandse Lee Towers? Respect! Niets dan respect. U zingt en dan hoor je een neus. Doe het maar eens! Laat u niets wijsmaken. Wat de mensen ook zeggen, niemand zingt beter elektrisch versterkt door zijn neus. Het is allemaal jaloezie. De mensen zeggen: hij zingt alsof er een gezonde rinoceros uit zijn neus glijdt, maar die mensen hebben geen verstand van muziek. Voor mij blijft u de Nederlandse Lee Towers. U heeft een beetje het timbre van Ricky Cavern. Hebben ze dat weleens tegen u gezegd?’

Bij muzikanten durf ik dit allemaal nog niet, maar bij schrijvers wel. Ik heb onlangs tegen een bekende schrijver gezegd dat zijn werk raakvlakken heeft met de Canadese underground schrijver Phil Douzer. ‘Jullie hebben allebei iets met de dood, dat je denkt, ja we gaan allemaal dood, hoe dan ook, jammerdepammer, maar dat jullie je daar niet bij neerleggen en als schrijver zijnde de dood juist probeert te bezweren als het ware, wat Phil Douzer doet door een metafysisch verband te leggen tussen de sterfelijkheid en de ons omringende natuur en jij doet dat dan weer door 246 pagina’s lang zoveel mogelijk vrouwen te neuken. Echt, petje af!’

Waar het op neerkomt: het is nooit fijn om te worden vergeleken met iemand anders. Ik kwam laatst van de kapper, gooide mijn jas in een hoek, liep door de woonkamer en opeens hoorde ik Tanja vanuit de keuken: ‘Je bent net Matt Damon, in die ene film waarin hij die achterlijke jongen speelt.’

Ik zei ‘nooit fijn’, maar dat is niet helemaal waar. Ik was 14 jaar oud en ik liep met mijn vrienden over de camping. Een dikke man voor een beige caravan wees naar mij en riep: de zanger van de Poppys. Daarna zong hij heel hard het refrein. ‘Hey Hey! Hey Hey!’ De Poppys kwamen uit Frankrijk en klapten in hun handen tijdens het zingen. En toch was ik trots. 

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden