INTERVIEWJeffrey Arnett

Jeffrey Arnett: ‘Wees blij jongeren, dat de pandemie juist nu gaande is’

Jongeren worden door de coronacrisis zwaar te pakken genomen. Ineens staat alles stil. Amerikaans psycholoog Jeffrey Arnett waarschuwt voor te veel somberheid. ‘Gelukkig ben je nu nog jong.’

Jeffrey Arnett bij zijn huis in Worcester, waar ook zijn studerende dochters vanwege de sluiting van de universiteit weer tijdelijk wonen.Beeld Kayana Szymczak

Jeffrey Arnett heeft een bemoedigende boodschap voor jongeren, al worden velen van hen er niet blij van. Ze zullen denken dat hij hun problemen bagatelliseert, hen niet serieus neemt. Misschien denken ze zelfs dat hij hen aanstellers vindt. Dit is geenszins het geval, benadrukt de Amerikaanse psycholoog. Wat hij wil zeggen is: je mag blij zijn dat deze pandemie je nu overkomt en niet over vijftien jaar.

De consensus in het publieke debat is dat de rekening van de coronacrisis vooral bij millennials (1981-1995) en Gen Z (1995-2010) terechtkomt. Zij die de arbeidsmarkt gaan bestormen of dat net hebben gedaan, ondervinden de grootste gevolgen: ze hebben moeite een baan te vinden, zijn de eersten die worden ontslagen en hun lonen zullen nog decennia relatief lager uitvallen dan die van eerdere generaties.

Arnett (62) ziet de teleurstelling bij zijn eigen tweeling, beiden studerend en 20 jaar oud. ‘Hun semester werd bruut afgekapt en ze kwamen terug naar het ouderlijk huis, nabij Boston. Daar waren ze erg ongelukkig over. Het voelt als een stap terug.’

Maar, ze konden tenminste nog terug naar huis. ‘Als je 40 of 50 bent, je verliest je baan en je kunt je huur of hypotheek niet betalen, heb je niets om op terug te vallen. Dan is je leven voorbij. Het is een voordeel dat twintigers nog nauwelijks financiële verplichtingen hebben en een rommelig leven gewend zijn. Ze hebben geen kinderen, geen koophuis, geen autoverzekering.’

Onderzoek naar het behalen van dat soort mijlpalen, is het specialisme van Arnett. In de jaren negentig begon hij met het interviewen van 18- tot 29-jarigen, een groep die alles steeds later deed: trouwen, kinderen krijgen, een huis kopen. Jongvolwassenen werden ze genoemd, maar hij vroeg zich af of er niet meer sprake was van een verlengde jeugd.

Met beide termen bleken ze zich niet te identificeren. Zo kwam Arnett op de term ‘emerging adulthood’, ontluikende volwassenheid, een concept dat aansloeg. Inmiddels is er een heel onderzoeksveld rond emerging adulthood en is zijn standaardwerk twintigduizend keer geciteerd.

De oorzaken van het oprekken van deze levensfase zoekt Arnett in vier revoluties. Door de seksuele revolutie werd het geaccepteerd om, eventueel met vele partners, voor het huwelijk seks te hebben en samen te wonen. Door de feministische golven gingen meer vrouwen werken en aan hun carrière denken en dus kinderen krijgen uitstellen. Door de opkomst van jeugdcultuur stonden twintigers steeds ambivalenter tegenover volwassenheid. Stabiliteit werd niet langer als begeerlijk maar als beklemmend gezien. Waarom zou je niet wat langer plezier maken? Bovendien: als de verwachting is dat je 80 wordt, blijft er nog genoeg tijd over voor een volwassen leven.

Maar de belangrijkste oorzaak is volgens Arnett de verschuiving naar een economie die vooral draait om diensten, informatie en technologie. Wie tot de middenklasse wil behoren, met het bijbehorende levensgeluk, is in toenemende mate verplicht te studeren, en niet alleen een bachelor maar ook een master te doen. Omdat de verwachtingen van het werk bovendien erg hoog zijn, mede door de moeite die deze jongeren in hun studie hebben gestoken, doen ze er steeds langer over om de ideale baan te vinden.

Is ontluikende volwassenheid veranderd gedurende de ruim twintig jaar dat u deze levensfase onderzoekt?

‘Ja, alle tendensen die mij opvielen in de jaren negentig hebben zich doorgezet. De mijlpalen worden nog verder uitgesteld. Hoger onderwijs is belangrijker dan ooit. De ontluikende volwassenheid is dus een langere levensfase geworden en in bepaalde opzichten lastiger.’

Hoezo lastiger?

‘Omdat je serieuze cognitieve en academische vaardigheden nodig hebt om vandaag de dag te slagen. Voor veel mensen is dat onhaalbaar. Ze voelen zich dus per definitie achtergesteld.’

Komt er ooit een punt dat de ontluikende volwassenheid zo lang duurt dat het zorgwekkend wordt?

‘Ik juich het toe dat mensen zelf mogen kiezen wanneer ze de verantwoordelijkheden van het volwassen leven op zich nemen. Het wordt pas problematisch als mensen deze stappen willen maken, maar het lukt ze niet. Een nog groter probleem is als die kansen ongelijk verdeeld zijn in de samenleving, zoals in Amerika het geval is.’

Kan de pandemie deze levensfase nog verder uitrekken?

‘Misschien. Als er over twee jaar nog steeds grote werkloosheid is, zal dat ertoe leiden dat mijlpalen worden uitgesteld, ja. De vraag is of dat een blijvend effect is.’

Praat met Arnett over het begrip generaties en al snel blijkt dat hij geen groot fan is van die term. ‘Een nogal slordig concept.’ Ja, zegt hij, het indelen in generaties kan soms bruikbaar zijn als je veranderingen in opvattingen wilt begrijpen die zich over langere tijd voltrekken, zoals de geleidelijke acceptatie van homoseksualiteit. ‘De huidige jongeren zijn veel progressiever dan hun voorgangers en meer internationaal georiënteerd.’

Dat we nu zo gewend zijn om in generaties te denken, komt volgens hem – het zal eens niet – door de babyboomers. Die waren zo anders dan hun ouders (en met zovelen) dat de hele maatschappij erdoor veranderde. Maar daarna is er geen enkele generatie geweest die zo goed in een hokje was te stoppen, zo duidelijk was gevormd door het tijdsgewricht, zo onderscheidend was.

Met alle liefde ageert Arnett tegen collega’s die te makkelijk etiketjes op generaties plakken, die millennials bijvoorbeeld verwend, lui en narcistisch noemen. ‘Neem het beroemde boek The Narcissism Epidemic van Jean Twenge. Zij meet onder meer zelfvertrouwen en eigenwaarde en noemt dat narcisme. Terwijl allerlei statistieken op een tegengestelde tendens wijzen: de kans is nu groter dan ooit dat jongeren vrijwilligerswerk doen en maatschappelijk betrokken zijn.’

Een vergelijkbaar debat is nu gaande onder psychologen over de mentale gezondheid van tieners en de rol van smartphones daarbij. Wederom Jean Twenge stelt in een spraakmakend boek dat Gen Z, de generatie die zij iGen noemt, ‘verwoest is door smartphones’. Ze wijst onder meer op hogere zelfmoordcijfers, meer eenzaamheid en meer depressieve gevoelens onder tieners sinds 2012, toen voor het eerst een meerderheid van de bevolking een smartphone had.

Een belachelijke conclusie, volgens Arnett. ‘Als je jonge mensen vraagt naar hun gebruik van smartphones, zoals ik en andere psychologen hebben gedaan, zeggen ze niet: o, ik ben zo verslaafd, die dingen maken me kapot. Nee, ze zeggen: dit is hoe ik dingen ontdek, dit is hoe ik praat met vrienden. Ze zeggen ook: misschien gebruik ik die smartphone iets te veel. Maar dat ze erdoor verwoest worden? Niemand weet zeker wat de oorzaak is van deze problemen.’

Maar u maakt zich dus wel zorgen over de mentale gezondheid van jongeren?

‘De hoeveelheid mensen die zeggen dat ze depressief zijn, is flink gegroeid in westerse landen, bij jongeren nog meer dan bij andere leeftijdsgroepen, maar de cijfers zijn nog niet onthutsend. We moeten voorzichtig zijn met de schuld geven aan technologie. Bij elk nieuw medium werd het moreel verval van de jeugd voorspeld: radio, film, tv, videogames, zelfs pulpboeken. Nu lachen we daar om. En toch doen we hetzelfde met elk nieuw medium.’

Uit de eerste onderzoeken naar het effect van de pandemie op mentale gezondheid blijkt nu telkens dat jongeren zwaar worden getroffen. Ze voelen zich vaker depressief en melden meer stress, angst en onzekerheid dan andere groepen.

‘Ja, voor jongeren voelt de situatie schrijnender omdat hun vooruitgang stagneert. Juist op het moment dat ze stappen moeten maken, staan ze stil. Die druk voelen ze erg intens. Twintigers zijn bezig hun levenspad uit te stippelen, een plek op de werkvloer te verwerven, een identiteit te ontwikkelen. Maar hun flexibiliteit en veerkracht is groot. En velen hebben nog ouders om op terug te vallen. Niet allemaal natuurlijk, de kwetsbare jongeren zonder vangnet hebben het erg zwaar. Daar moet de meeste aandacht naar uitgaan.’

Mensen die volwassen werden ten tijde van de crisis in de jaren tachtig hebben een hoger sterftecijfer, een grotere kans om te scheiden en een kleinere kans om kinderen te krijgen, blijkt uit statistieken.

‘Ik zou zeggen: laat dit soort patronen uit het verleden niet je toekomst dicteren. Jouw toekomst ligt nog niet vast.’

Grote gebeurtenissen die mensen meemaken rond hun 20ste kunnen hun politieke opvattingen bepalen voor de rest van hun leven. Kan corona nu, zoals 9/11 eerder deed, een generatie definiëren?

‘Ja, het is weleens aangetoond dat traumatische nieuwsgebeurtenissen mensen kunnen vormen. Maar wie weet hoe deze generatie zal reageren op de coronacrisis? Ik zou trouwens niet zeggen dat 9/11 die generatie definieerde. Het was een traumatische gebeurtenis, zeker, maar er zijn meer aanwijzingen dat de kredietcrisis van 2008 een groot schadelijk effect had op de generatie die op dat moment de arbeidsmarkt betrad. Die effecten zijn vandaag nog steeds zichtbaar.’

Millennials hebben dus dubbel pech. Ze moesten tijdens een crisis een baan zoeken en nu velen eindelijk een baan, een huis en kinderen hebben, komt er een volgende crisis.

‘Ja, de timing is uiterst onfortuinlijk. En de schade voor Gen Z zal vermoedelijk ook aanzienlijk zijn, al weten we nog niet hoe groot de huidige crisis gaat worden. Dat hangt af van hoe het virus zich ontwikkelt, of er een tweede golf komt en hoe snel een vaccin wordt gevonden. Maar de eerste signalen wijzen erop dat het even ernstig zal zijn als the great depression in de jaren dertig.’

Praat u daar veel over met uw kinderen?

‘We praten er voortdurend over. Zij maken zich vooral zorgen of ze in augustus weer naar de universiteit kunnen. Ze willen terug. We kunnen goed overweg met elkaar, maar ze willen niet thuis zijn. Ze denken vooral aan de komende maanden, niet over de gevolgen over een paar jaar.’

Ik kan me voorstellen dat het vertrouwen van jongeren in de regering daalt door de aanpak van het coronavirus. In Amerika is dat vertrouwen onder Gen Z al veel lager dan onder eerdere generaties.

‘Er zijn in Amerika scherpe politieke scheidslijnen, verdeeld per leeftijd. Jongeren zijn klaar met de ongelijkheid die zo diep is verankerd in de Amerikaanse samenleving. Ze zijn nu aan het protesteren. Als je kijkt naar de mensen op het nieuws, dat zijn bijna allemaal jongeren.’

En jongeren zijn ook minder patriottistisch.

‘Ja, al betekent dat niet per se dat ze niet trots zijn om Amerikaan te zijn. Ze zijn sceptischer over grote beweringen als: America is the greatest country in the world. Ze zijn minder nationalistisch, ze zijn mondiaal in hun denken. Een groot verschil met eerdere generaties.’

Welk advies zou u een student geven die gedesillusioneerd is over de huidige staat van de wereld en zich zorgen maakt over de toekomst?

‘Ten eerste: als je op de universiteit zit, behoor je al tot de gefortuneerden, ook al voelt dat nu misschien niet zo. Het is niet alleen een economisch voordeel: als je gestudeerd hebt, heb je een kleinere kans om te scheiden, psychische en fysieke problemen te krijgen, jong dood te gaan. Dus ja, dit is een moeilijke tijd, maar gelukkig ben je nu nog jong. Ook dit zal voorbijgaan.’

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden