Column Sander Donkers

Je voelde hoe het oude, magische liedje van Bob Dylan zich in alle hoofden nestelde

Tegelijk met Bob Dylan viel ik de Primera binnen. Het intro van zijn klassieker Like A Rolling Stone rolde uit de winkelspeakers toen ik aansloot in een mopperende wachtrij. Op de toonbank lag een wanordelijke stapel pakketjes, erachter stond een oud, vogelachtig dametje in paniek te rammen op een computerkassa die steeds benauwder begon te piepen. ‘Doe ik het wéér fout’, kermde ze. ‘Didn’t yououou’, wreef Bob het er nog even in.

Er hing een lach in de lucht, die uit mededogen werd ingeslikt. In de besmuikte stilte die volgde, kreeg Bob grip op de zaak. Je voelde het gebeuren, hoe zijn oude, magische liedje zich in alle hoofden nestelde. Voeten tikten het ritme mee, monden echoden de neuzelige stem, het ongeduld sijpelde weg. Even lette niemand op de vogeldame, die van de weeromstuit het juiste knopje wist te vinden. ‘Ka-ching!’ klonk het geluid van de openspringende geldlade.

How does it féél?’, zong Bob.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.