ColumnElma Drayer

Je mag een kunstwerk smakeloos vinden, maar van de kunstenaarsvrijheid blijf je af

Ooit was de kunstwereld een vrijplaats waar kunstenaars hun goddelijke gang konden gaan. Zo hoort het ook. Jaren geleden maakte de Rotterdamse kunstenaar Jonas Staal twintig zogeheten ‘bermmonumentjes’ voor Geert Wilders – alsof hij bij wijze van spreken al naar gene zijde was geholpen. De partijleider ontstak in woede, deed aangifte en de man moest voor de rechter verschijnen. De zaak sleepte zich voort tot aan de Hoge Raad, die Staal in 2010 definitief vrijsprak.

Destijds vond ik Wilders’ stap, behalve te veel eer, onjuist en ongepast. Dat vind ik nog steeds. Je mag een kunstwerk smakeloos vinden (wat het was), van de kunstenaarsvrijheid blijf je af.

Die tijd lijkt voorbij – alleen komt de tegenwind tegenwoordig uit een diametraal andere hoek.

In augustus stond in de Volkskrant een minutieuze reconstructie van de rel rond de Britse topfotograaf Martin Parr. Zijn vergrijp: hij had meegewerkt aan een fotoboek waarin activisten een spread ontdekten die zij racistisch duidden. Geheel ten onrechte. De Italiaanse maker van de foto’s, de inmiddels overleden Gian Butturini, wilde racisme juist aanklagen. Het mocht niet baten. Zoals ook Parrs larmoyante spijtbetuiging (‘Het is geen excuus maar ik ben bijna 70 jaar oud en een witte man en helaas begin ik me te realiseren dat ik soms heb gefaald dingen van een andere kant te zien’) niet mocht baten. Sindsdien, begrijp ik, durft geen instituut meer met Parr samen te werken, zijn reputatie lijkt voorgoed besmet.

Lang hoopte ik nog dat zulke Angelsaksische heksengerichten ons bespaard zouden blijven. Tevergeefs gehoopt.

Vorige week schreef deze krant over twee recente incidenten rond Nederlandse kunstenaars. Zo kwam de brave Tinkebell in een socialemediastorm terecht. Haar vergrijp: ze zet zich in voor kinderen in het Griekse migrantenkamp Moria. Activisten interpreteerden dat anders. Tinkebell zou hen ten eigen bate ‘misbruiken’, lijden aan het witteredderssyndroom en dus ‘racistisch’ zijn. Volgens Tinkebell zelf kan dit soort beschuldigingen leiden tot ‘het uitsluiten van potentieel provocerende kunst’. Daarin heeft ze vermoedelijk gelijk. Weinig organisaties zijn nu eenmaal dapper genoeg om weerstand te bieden tegen intimidatie, ook al is die doorgaans anoniem.

Zie wat reclameman en fotokunstenaar Erik Kessels half september overkwam. Zijn vergrijp: hij maakte onder het motto ‘Destroy my Face’ een installatie in een Bredaas skatepark, in opdracht van het festival BredaPhoto, waarmee hij ironisch commentaar wilde leveren op de hedendaagse cultus van mooi en maakbaar. Niks mis mee, zou je denken, maar het kunstwerk viel bij de anonymi van het collectief We Are Not a Playground nogal verkeerd. Zij bespeurden slechts ‘unapologetic misogyny’ en stelden een geharnast statement op, inclusief torenhoog eisenpakket. Pogingen van BredaPhoto om met hen in contact te komen mislukten. Hun statement, vonden ze, was duidelijk genoeg en een gesprek noemden ze ‘gratis werk’. Toch boekten ze een eclatante overwinning. Toen een belangrijke sponsor zich dreigde terug te trekken, besloot het skatepark Kessels’ installatie af te breken. Nog was het collectief niet tevreden. Zolang BredaPhoto ‘de machtsstructuren’ in stand houdt, weigert het in gesprek te gaan.

In het nieuwste nummer van Elsevier Weekblad vertelt de kunstenaar over de haatmails die hij sindsdien mocht ontvangen (‘Je bent een slecht mens, een stuk stront’). Daar haalt hij naar eigen zeggen de schouders over op. ‘Wel erg’ vindt hij het bericht dat hij kreeg van de organisatie van een Britse fotoprijs, die hem voor de jury had gevraagd. ‘Een vrouw bij de universiteit daar, schreven ze, was vanwege mijn werk tekeergegaan. Misschien was het beter als ik me terugtrok.’

Het ligt ongetwijfeld aan mij, maar bij elk nieuw incident moet ik naar adem happen. Gebeurt dit echt? Anno 2020?

Natuurlijk, je kunt zulk activisme, zoals sommigen volgens dat laatste Volkskrant-stuk doen, heel deftig duiden als een signaal van ‘het zelfreinigend vermogen van de kunstsector’. Of de betreffende activisten neerzetten als ‘jonge kunstenaars die hun oudere collega’s bekritiseren op morele gronden’. Maar mij wordt het zoetjesaan zwaar te moede. Waar de moraal wint, verliest de kunst.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden