OpinieKlimaatverandering

Je linnen boodschappentas gaat de wereld niet redden

Laten we niet meer doen alsof de particuliere consument het probleem van klimaatverandering kan oplossen. De enige optie is rigoureus ingrijpen door de politiek, betoogt Jaap Tielbeke in zijn boek Een beter milieu begint niet bij jezelf.

De politiek oproepen tot actie, zoals deze jongeren doen, zet meer zoden aan de dijk dan zuinig zijn met elektriciteit. Beeld ANP

Als kind van 7 was ik een voorbeeldige milieu­activist. Op familiefeestjes zamelde ik geld in om de sneeuwlynx of de zeeschildpad voor uitsterven te behoeden. Als het bedrag hoog genoeg was kreeg ik een gouden oorkonde van het Wereld Natuur Fonds, die ik trots aan mijn slaapkamerwand hing. Vanaf de achterbank vroeg ik mijn ouders waarom ze zoveel autoreden – wisten ze dan niet hoe vervuilend dat was? Als ik later groot ben, zwoer ik, zou ik nooit in zo’n vies ding gaan rijden.

Een auto heb ik nog steeds niet, maar dat is meer uit praktische dan uit principiële overwegingen. Want ik kan moeilijk beweren dat ik het purisme uit mijn jeugd heb volgehouden. Ik heb een rijbewijs, ga met het vliegtuig op vakantie, woon in een slecht geïsoleerd appartement zonder zonnepanelen op het dak en doneer zelfs niet aan het WNF. Mijn 7-jarige ik zou diep teleurgesteld zijn.

Het erge is nog: ik wéét dat mijn gedrag bijdraagt aan de opwarming van de aarde en het massale uitsterven van diersoorten. Als journalist heb ik me de afgelopen jaren uitgebreid in deze onderwerpen verdiept. Ik schreef een artikel over de ecologische ramkoers van de internationale luchtvaartindustrie, om een paar weken later voor een paar tientjes naar Italië te vliegen. Ik sprak wetenschappers over de noodzaak van een razendsnelle energietransitie, maar gebruik thuis geen groene stroom.

Inderdaad, ik ben behoorlijk hypocriet.

Maar er is één schrale troost: dat zijn we bijna allemaal.

‘Een beter milieu begint bij jezelf.’ Dat was de slogan van de publieke voorlichtingscampagne die de Nederlandse overheid in de jaren negentig begon. Ik herinner me nog dat ik de slagzin als betweterig milieufanaatje gretig gebruikte om anderen op hun onverantwoorde gedrag te wijzen, maar hoe de televisiespotjes ook alweer precies gingen moest ik nazoeken op YouTube. Eentje spoort de kijker aan om afval te scheiden, een ander dringt erop aan dat we zuiniger omspringen met elektriciteit: ‘Eigenlijk vinden we het niet zo erg als we een keer het licht in de badkamer vergeten uit te doen. Maar we gebruiken al veel te veel energie en daarmee belasten we het milieu.’

Telkens is de onderliggende boodschap hetzelfde: we kunnen alleen een betere wereld creëren als iedereen een steentje bijdraagt.

Ecologische voetafdruk

De commercials zijn alweer ruim twintig jaar van de buis, maar de achterliggende gedachte is nog springlevend. Er zijn talloze websites waarop je je ‘ecologische voetafdruk’ kunt berekenen en duurzaamheidsgidsen vol suggesties hoe je die kunt verkleinen. We worden doodgegooid met lijstjes van ‘dingen die jij kunt doen voor het klimaat’. Energiezuinige apparaten aanschaffen bijvoorbeeld. Of carpoolen met collega’s, ­

T-shirts van biokatoen dragen, de verwarming lager zetten, afval scheiden, kouder wassen, korter douchen, bomen planten, stoppen met vliegen en met vlees eten, of beter nog: alle dierlijke producten afzweren.

Het idee achter zulke aansporingen is dat het mensen een handelingsperspectief biedt. Je hoeft niet bij de pakken neer te zitten, je kunt zelf iets doen. Gewoon door in het dagelijks leven bewuste keuzes te maken.

Het kan best zijn dat het werkt. Dat mensen wat vaker een dagje de auto laten staan, een linnen boodschappentasje meenemen naar de supermarkt of het licht uitdoen als ze de deur uitgaan. Dat is mooi, maar de milieuproblemen zijn daarmee niet verholpen. Integendeel. Sinds 1991, het jaar dat de ‘Een beter milieu begint bij jezelf’-campagne van start ging, is de wereldwijde CO2-uitstoot met meer dan 57 procent gestegen. Ondertussen waarschuwen biologen voor een massale uitstervingsgolf. Dus wat nu als al die bewuste keuzes, bezien vanuit het grote plaatje, geen enkel zichtbaar effect sorteren? Dan maakt dat gevoel van empowerment op den duur juist plaats voor een gevoel van machteloosheid.

Door te hameren op individuele verantwoordelijkheid blijven de ware schuldigen bovendien buiten schot. Terwijl bewuste consumenten braaf hun best doen om hun ecologische voetafdruk te verkleinen, doet de fossiele industrie haar uiterste best om verduurzaming tegen te werken. Terwijl burgers elkaar de les lezen over ‘vliegschaamte’, houden politici vol dat Schiphol moet blijven groeien. Zij zijn degenen die zich zouden moeten schamen.

Kwestie van politiek

Klimaatverandering is in de eerste plaats een kwestie van politiek, in de breedste zin van het woord. Het gaat over de inrichting van onze maatschappij en raakt aan vrijwel alle aspecten van ons leven. Van hoe we energie opwekken, tot hoe we over de planeet bewegen en van hoe we voedsel produceren, tot hoe we ons belastingstelsel vormgeven. Wie dat eenmaal tot zich laat doordringen, begrijpt ook op welke manier we naar antwoorden moeten zoeken.

Niet door de CO2-uitstoot van onze vliegreizen te compenseren, maar door het luchtverkeer aan banden te leggen.

Niet door het veganisme te verkondigen, maar door de veestapel in te krimpen.

Niet door Tesla’s aan te schaffen, maar door te investeren in het openbaar vervoer.

De coronacrisis laat zien dat overheden wel degelijk bereid en in staat zijn om verregaande maatregelen te treffen, als de situatie urgent genoeg is. Toen de volksgezondheid in gevaar kwam, bleek economische groei niet langer heilig. Opeens kwamen hele productieketens tot stilstand, werden fabrieken gevorderd om mondkapjes en beademingsapparaten te produceren en bleken er biljoenen euro’s beschikbaar voor stimuleringspakketten.

Wanneer we de ecologische noodtoestand net zo serieus nemen, kunnen we soortgelijke strategieën omarmen. In plaats van zeep en toiletpapier gaan dan vliegreizen en biefstuk op rantsoen. In fabrieken rollen dan onophoudelijk zonnepanelen en windturbines van de lopende band. Productie gebeurt dichter bij huis, zodat we geen goedkope troep de aardbol over hoeven te zeulen. En stimuleringspakketten worden gebruikt om de infrastructuur van een duurzame economie aan te leggen.

Als ik zeg dat een beter milieu niet bij jezelf begint, bedoel ik niet dat we achterover kunnen leunen en moeten wachten totdat de politiek met oplossingen komt. Het is aan ons om druk uit te oefenen. Want als burger staan we minder machteloos dan als consument, zo bewijst iemand als Greta Thunberg. Als ­15-jarige scholiere begon ze in haar eentje te spijbelen voor het klimaat en plantte zo het zaadje voor een beweging die schokgolven veroorzaakt in de politieke arena. Een individu kan dus wel degelijk een verschil maken, zeker als dat individu zich, samen met anderen, inspant voor een collectieve verandering.

Jaap Tielbeke is redacteur bij De Groene Amsterdammer. Zijn boek Een beter milieu begint niet bij jezelf verschijnt 26 juni bij uitgeverij Das Mag.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden