Je kunt een enorm tekort aan vakmensen best ontwrichtend noemen

Margriet Oostveen in Leiden

Timmermannen Maarten, William en Jordi

Dat verrotte raamkozijn kon nu echt niet meer, zei de schilder, op wie ik blindvaar. Je roept dan wat met dat fatalisme van onhandige mensen: help, nieuw kozijn, gevel, rampspoed. Maar de schilder wist een goede timmerman die nog dingen repareert. Die kwam, mat alles op en zou bellen als hij tijd had voor zijn huzarenstukje. Dit lukte vorige maand. Na een jaar.

Vorige week was er veel aandacht voor de jacht op pabo-studenten, nu eind dit jaar een tekort van 1.800 basisschoolleraren wordt verwacht. Terecht, gaat om veel kinderen. Maar dat Nederlandse bouwbedrijven de komende jaren veel meer, namelijk 40 duizend, jongeren nodig hebben met een vakopleiding tot bijvoorbeeld timmerman en loodgieter, dat daar een 'schreeuwend tekort' dreigt, dat brengt de gemoederen dan weer minder in beweging. Dit is ook precies het probleem: tijdens de crisis is eenvijfde van de bouwvakkers ontslagen en halveerde het aantal leerwerkbanen. En nu er weer werk is, ontbreekt de interesse. Vooral bij ouders, die veiligheidshalve hoger reiken.

Schooladviezen worden 'compleet geregisseerd' voor kinderen, vindt Wim Schouten. Hij is de Leidse directeur van Bouwmensen, een koepel van opleidingsbedrijven met 33 vestigingen. 'Vooral door moeders', moppert zijn coördinator Mark Elings. 'Die bedenken met de docent wat een kind allemaal moet. En dat is vaak óók een vrouw.'

Als je kinderen zelf liet kiezen, kozen er meer uitvoerende beroepen, weet Schouten zeker. 'Maar bouw is niet sexy. Want het is zwaar en je moet vroeg op.' Een vakman verdient straks meer dan veel mensen in kantoorbanen, is de verwachting. Een 22-jarige timmerman met diploma verdient nu 2.400 bruto per maand. De cao is prima, zeker vergeleken met bijvoorbeeld een 'stage' voor hoogopgeleiden op de afdeling communicatie van culturele instelling Pakhuis de Zwijger in Amsterdam: 32 uur per week onbetaald ('Maar je krijgt wel een bak ervaring' bij deze uitbuiting).

Wim Schouten en Mark Elings: 'Schooladviezen worden 'compleet geregisseerd' voor kinderen'

Eind volgend jaar zijn er volgens het UWV al 35 duizend vacatures in de bouw, waaronder 13 duizend vaste banen. Net nu de huizenmarkt aantrekt en er een groot tekort aan huurwoningen is, kun je een tekort aan bouwmensen evengoed ontwrichtend noemen. Niet om een kozijn. Maar denk even aan de woede van mensen die vluchtelingen met voorrang een woning zien krijgen.

Wat als er niets verandert? De Poolse vakmensen gaan al terug, want daar gaat het nu beter, zegt Schouten. Nu zijn er Roemenen en Bulgaren. 'En ik zie dat we steeds meer prefab krijgen. Kijk maar bij de nieuwbouw. Gemaakt om te vervangen in plaats van te repareren.'

Ik praat met timmermannen uit de opleiding. Maarten Ravensbergen (18) noemt zichzelf stralend het zwarte schaap van de familie. Zijn zus studeert microbiologie. Zijn broer wil advocaat worden, nog een broer is scheikundige. Zelf vindt hij het 'echt een gemiste kans' - voor zijn broers en zus dan: 'Zo jammer, dit hadden ze óók gekund.' Maar iedereen wil maar hogerop, zegt hij hoofdschuddend.

Die trots moet terug, maar verdween juist uit de vooropleiding. De leerlingen komen hier met een vmbo-diploma waarmee ze niets kunnen in de bouw: te algemeen, te vaag, te theoretisch. 'Alles wat wij ze leren, leerden ze vroeger op de lts', zegt Elings, de coördinator.

Kinderen worden aangemoedigd het hoogste, theoretische niveau vmbo-t te halen. Voorheen de mavo. William Hoogeveen (19) en Jordi van Vliet (19) hebben nota bene timmermannen in de directe familie en tuinden er toch in: 'Toen wisten we dus nog helemaal niks.' Maarten geneerde zich niet en stapte doelbewust een niveau 'omlaag', van vmbo-t naar vmbo-kader, omdat hij daar praktijklessen kreeg.

Vroeger kreeg je jongens die nog met hun pa in het schuurtje een konijnenhok hadden getimmerd, zegt coördinator Elings. Als je nu vraagt wie er wel eens heeft geklust: nog geen kwart. Of echte automonteurs, die zie je ook niet meer. Alles wordt vervangen, niemand repareert nog iets. En als een leerling de opdracht krijgt een deur af te hangen, kijkt hij je met grote ogen aan. Deze generatie heeft thuis nog nooit gekeken hoe die deur in het kozijn steekt: 'Het inzicht sterft uit. Weten hoe dingen wérken.' En daarmee de trots.

Maarten, William en Jordi werken vier dagen per week bij hun leermeesters in de bouw. Die hen geduldig leren de tweede maat te vinden als je een schuinte moet maken. Dat een binnenmuur in lijn moet staan. Hoe je profielen stelt voor een metselaar. Dat je kunt schoren aan een klampje. En William werkt nu al aan de renovatie van het Amsterdamse Amstelhotel, glundert hij. Want dat zit vol houtrot. In de kozijnen.

Timmerwerkplaats