columnsander schimmelpenninck

Je kan zowel Derksen verwerpelijk vinden, als de aandacht ervoor te veel vinden

Sander Schimmelpenninck artikel Beeld -
Sander Schimmelpenninck artikelBeeld -
Sander Schimmelpenninck

Zelden viel het woord whataboutism zo vaak als afgelopen week. VVD’ers riepen op om wat minder kritisch te zijn over Mark Rutte, die jarenlang zijn sms’jes wiste. Er zijn immers belangrijkere zaken, zoals de woningcrisis, klimaatcrisis en inflatiecrisis; moesten we het daar niet over hebben? ‘Whataboutism!’ riep de rest. Toegegeven, ironisch was het verweer van de VVD’ers wel: alsof de advocaat van Al Capone tijdens diens belastingfraudezaak jammert dat de rechter het maar niet wil hebben over alle moorden die zijn cliënt gepleegd heeft.

Maar wie naar de feiten kijkt, ziet dat Mark Rutte niet in strijd met de wet heeft gehandeld. Jesse Frederik van De Correspondent dook in de Archiefwet en de Handreiking Chatberichten (die bestaat) en concludeerde dat de premier zich gewoon aan de regels en zelfs de geest van de wet heeft gehouden. Frederik komt uit het linkse Nijmegen, giechelt niet dwangmatig en bestuurt geen land; ik zie dan ook geen directe aanknopingspunten om hem niet te vertrouwen.

Er wordt tegenwoordig wel erg snel geroepen dat iets een whataboutism of drogreden zou zijn. Toen ik een paar weken geleden opperde dat het nationale debat over de Kaars Van Derksen wel wat lang begon te duren, en er wellicht wat meer oog kon zijn voor de oorlog in Oekraïne, werden mensen woedend: whataboutism! Toch is er weinig mis met het onderkennen van een zekere hiërarchie in onderwerpen waarover een mens zich druk kan maken, zeker in tijden van door sociale media aangejaagde hypes.

De drogredenroepers hebben bovendien altijd dezelfde, rammelende argumentatie; het incident is geen incident, maar staat symbool voor groter onrecht. In het geval van Derksen zou De Kaars staan voor een cultuur waarin grensoverschrijdend normaal en om te lachen is, en in het geval van Rutte zou het wissen van de sms’jes staan voor een cultuur van liegen en bedriegen. Maar dat is doelredeneren; er wordt bewijs gezocht voor een al lang bestaande overtuiging.

Centraal bij de drogredenroepers staan de eigen emotie, het etaleren van deugdzaamheid en vooral: zelfbetrekking. Die Rutte wist niet alleen sms’jes, maar bedondert ons allemaal! En die kaars, die stak Derksen er feitelijk ook bij ons in. Wie beweerde dat De Kaars niet het ergste was dat onze natie ooit was overkomen bagatelliseerde wat mij, ahum, die vrouw, of nee, ons allemaal was overkomen. Onzin natuurlijk, je kan zowel Derksen verwerpelijk vinden, als de aandacht ervoor te veel vinden.

Een zuivere whataboutism is het wijzen op het bestaan van grotere problemen overigens niet, omdat het cruciale element van de jijbak ontbreekt. Een zuivere whataboutism is zeggen dat de Vrouw van de Kaars het aan zichzelf te wijten zou hebben, had ze maar niet dronken moeten zijn. Of stellen dat de oppositie ook van alles fout doet, en we daarom niet zo moeten zeuren om de sms’jes van Rutte. Het diskwalificeren van kanttekeningen, nuances en relativeringen als whataboutism is dikwijls onterecht, kortom.

De oppositie mag misschien denken dat het onderzoekspopulisme (dixit Frederik) met betrekking tot bewindslieden werkt. En wanneer succes gemeten wordt aan de hand van talkshowuitnodigingen is dat misschien ook zo. Maar de kiezer ziet toch vooral een oppositie die wel heel gretig een leider probeert te pakken op kleine dingen, in plaats van met een alternatief, inspirerend verhaal te komen. De VVD’ers die klaagden over de ophefstorm hadden dus gelijk; andere zaken zijn écht veel belangrijker. Andere zaken, overigens, waar de kiezer Mark Rutte al lang op had moeten afrekenen.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden