EssayCoronabeleid

Je hoort vaak dat de coronacrisis zo onvoorspelbaar is. Was het maar waar

Beeld Rhonald Blommestijn

Na ruim een half jaar corona heeft Nederland harde lessen geleerd. Brengen we die ook in de praktijk? Nee, vindt Kustaw Bessems. Nog altijd blijven burgers én bestuurders hangen in wensdenken en vluchtgedrag. Dat moet snel afgelopen zijn.

Drie keer hebben we nu een harde les geleerd. Nederland reageerde in het voorjaar te laat. Nadat het, dankzij grote offers van velen, aan het begin van de zomer het coronavirus in bedwang had gekregen, heeft het zijn greep te snel laten verslappen. Toen dat eenmaal was doorgedrongen, heeft Nederland opnieuw – dit erkent zelfs premier Rutte – niet stevig genoeg ingegrepen.

Brengt Nederland die lessen nu dan in de praktijk? Nee. We stevenen af op een winter waarin het virus woekert, terwijl beperkingen voortduren en almaar strenger zullen worden.

Je hoort vaak zeggen dat deze crisis zo onvoorspelbaar is. Was het maar waar, dan werden we misschien nog eens aangenaam verrast. Het verloop is tot nu toe juist akelig voorspelbaar.

Aan de kern van het probleem is niets veranderd: de meeste mensen worden niet heel ziek van corona, maar een deel van de patiënten wel. Het virus is zo besmettelijk dat als je het te veel de vrije loop laat, de ziekenhuizen overbelast raken, waardoor coronapatiënten en andere zieken niet meer de zorg kunnen krijgen die ze nodig hebben. En dat ontwricht de samenleving.

Hoewel sommigen loopgravenoorlogen voeren over besmettingsroutes, weten we al een poosje grofweg: afstand is beter dan dicht bij elkaar, buiten is beter dan binnen, goed gelucht is beter dan potdicht, met weinig mensen is beter dan met veel, zonder klachten is beter dan met. Daar moeten we rekening mee houden en ook dat ontwricht de samenleving.

Wat dat met ons doet, is nog moeilijk te doorgronden. De meesten van ons hebben nooit werkelijke maatschappelijke ontwrichting meegemaakt. We leven op een van de rijkste, veiligste, meest vrije en stabiele plekken die waar dan ook ter wereld hebben bestaan. Niets heeft ons getraind voor deze extreme omstandigheden.

En dus lijken alle reacties die we nu zien volkomen normaal. De ongerustheid en de angst. Maar juist ook het vluchtgedrag en het schijt hebben aan de regels. Het doen alsof het virus een griepje is of niet bestaat. Zelfs het verzinken in complottheorieën, de woede en agressie. Dat gedrag is schadelijk, maar het is niet raar. Want corona is niet alleen ontwrichtend, het is er ook overal en altijd. Er valt niet aan te ontsnappen, behalve in afleiding of ontkenning. Je werkplek, je reis, je planning, een begroeting van geliefden: niets is meer vanzelfsprekend. Zelfs degenen die elkaar nog de hand drukken of knuffelen, beseffen dat dat een bewuste keuze is en doen het dus niet onbevangen.

Er is geen eind in zicht. Het is niet zeker of er een goed werkend vaccin komt, laat staan wanneer. Het is niet zeker in hoeverre behandelingen of sneltests uitkomst kunnen bieden.

Kwetsbaar

In een ongebruikelijk serieus begin van een Kamerdebat had Rutte daar afgelopen week aandacht voor. Dat niemand weet wanneer er ‘een einde komt aan deze heftige periode’, noemde hij ‘lastig’. ‘We komen in een fase waarin nog meer gevraagd gaat worden van de mentale weerbaarheid van mensen, want er is verlies op alle fronten. (…) Corona is een virus dat niet alleen lichamelijk, maar ook geestelijk slopend kan zijn voor een samenleving.’

Los van het feit dat de meeste mensen van zo’n Kamerdebat alleen een paar flarden over mondkapjes meekrijgen: waarom deed dit nou niet helemaal recht aan de situatie? Deels misschien omdat het Rutte is en niet bijvoorbeeld Wim Kok, die voor de zorg van elke Nederlander een neerwaartse plooi in het gezicht had. Maar mogelijk ook omdat de onzekerheid nog dieper zit.

Want als het overspringen van één lullig virus van een dier naar een bezoeker op een Chinese markt onze maatschappij zo kan platleggen, wat zegt dat dan over de manier waarop wij ons leven hebben ingericht? Niet iedereen zal hieraan woorden hebben gegeven, maar veel mensen zullen ergens wel aanvoelen dat het virus heeft aangetoond hoe kwetsbaar we zijn. Dat het hele kaartenhuis kennelijk met één keer blazen omver gaat. Het prangendst mag zijn hoe we aan corona ontsnappen, daarna wacht ons nog een grondige verbouwing en onder alles ligt de vraag: wordt het ooit weer beter? Voor zover we dachten dat we de boel onder controle hadden, is dat een illusie gebleken en dat is veel om te verwerken.

Het is niet alleen een kwestie van geestelijk welzijn, maar heeft heel tastbare gevolgen voor beleid. Want ook bij de verantwoordelijke bestuurders lijkt de volle omvang van wat ons overkomt niet ingedaald, ook zij verliezen zich in wensdenken.

Met de mond wordt beleden hoe groot en ongekend deze crisis is. En de bakens zijn heus verzet: kijk naar al het geld dat in de economie wordt gepompt. Toch wordt deze pandemie nog te veel behandeld als willekeurig welke andere beleidspuzzel.

Er zijn talloze voorbeelden. Tekenend is wat minister Hugo de Jonge van Volksgezondheid vorige week in een Kamerdebat zei over het tekort aan capaciteit in laboratoria, waardoor het zo cruciale testbeleid in de soep is gelopen. De Tweede Kamer drukt De Jonge al sinds de lente op het hart om in vredesnaam alle testcapaciteit in te kopen die hij in handen kan krijgen. Toch moest hij nu toegeven dat hij pas in augustus was begonnen om grote extra labs in te schakelen. Gevraagd wat hij daarvan had geleerd, zei hij: ‘Dat wij ons voorbereiden op alle scenario’s. (…) de bereidheid hebben tot dingen die je eigenlijk niet van plan was om te gaan doen, omdat je nu eenmaal weet dat de praktijk je dwingt tot dat type keuzes.’

Wat De Jonge hier beschrijft, is een voorzorgsbeginsel: in zo’n grote crisis moet je het zekere voor het onzekere nemen. Je moet overreageren. Dat kan iedereen snappen. Maar waarom snapte de minister dat dan al die tijd niet?

En nog niet. Deze week, terwijl overal om hem heen de dammen braken, zei hij: ‘We hebben telkens afgewogen: moet je op dit moment ingrijpen, wetend dat te laat ingrijpen schadelijk is, maar ook dat een ingreep die te vroeg komt, een hoop nevenschade kan opleveren.’ Hij lijkt niet te beseffen dat de schade bij te laat ingrijpen onnoemelijk veel groter is dan bij te vroeg ingrijpen, omdat de ingreep dan kleiner kan zijn en je die ook gauw weer ongedaan kunt maken.

Houvast zoeken

Je ziet ministers houvast zoeken in vertrouwde procedures, in Nederland vaak ingegeven door de behoefte aan efficiëntie. Nog altijd is niet geregeld dat iedereen in de thuiszorg, de verpleegzorg en de ouderenzorg beschermingsmiddelen draagt. Opdat zorgverleners zelf veilig en gerust hun werk kunnen doen én om te voorkomen dat zij de kwetsbare mensen met wie ze werken besmetten. Minister Tamara van Ark van Medische Zorg zei van de week dat ze wel ‘een gesprek wilde faciliteren met de beroepsgroep’, dat thuiszorgmedewerkers ‘ruimte hebben om beredeneerd af te wijken van een richtlijn’ en dat ze weer advies zou afwachten.

De laatst aangekondigde maatregelen om de verspreiding van het virus tegen te gaan lijken wel een vorm van magisch denken. Die moeten er, aldus het kabinet, binnen drie weken voor zorgen dat het aantal besmettingen gaat teruglopen. Het ‘reproductiegetal’ moet dan 0,9 zijn, wat betekent dat elke coronapatiënt gemiddeld nét iets minder dan één ander besmet. Dat is de kleinst denkbare krimp.

Het kabinet doet dus alsof het met deze verscherpingen het gedrag van de bevolking zó precies kan beïnvloeden dat het dat reproductiegetal tot op de tiende nauwkeurig kan bepalen. Maar dat getal is een schatting en als iets grillig is en moeilijk te beïnvloeden, dan is het menselijk gedrag.

Heel misschien lukt het, puur door het schokeffect van de aankondiging. Maar halen we het niet, dan volgen alsnog zwaardere bepalingen. En bereiken we die 0,9 – dit realiseert lang niet iedereen zich – dan begínt na die drie weken pas de afname en zal die zo traag gaan dat het zomaar januari is voordat er over verruimingen kan worden nagedacht. Een uitputtingsslag.

Zorgwekkend is ook dat het Outbreak Management Team (OMT), met de medische adviseurs van de regering, er in een openlijke breuk met het kabinet voor heeft gepleit om meer marge te nemen. Kortom: harder ingrijpen, zodat je zekerder bent van succes en eerder weer aan de vrijheid kan proeven. Tot dusver was het OMT steeds terughoudend in het adviseren van vergaande maatregelen.

Onnodig

Nu is het natuurlijk een onverdraaglijke gedachte, wéér een gedeeltelijke lockdown. Nog moeilijker te verteren is het dat we niet opnieuw in deze ellende hadden hoeven zitten. Eind juni, begin juli waren er bijna geen besmettingen meer in Nederland. Een fantastische uitgangspositie, dankzij een enorme gezamenlijke prestatie. Wat toen moest gebeuren was glashelder: pas versoepelen als de ontwikkeling van het virus goed in zicht was en bij voldoende capaciteit voor testen en traceren. Dat adviseerde het OMT ook en het kabinet nam het zich voor. De maatregelen hadden nooit met zo veel tegelijk moeten worden opgeheven, maar stapje voor stapje, zodat je de effecten had kunnen zien. En we hadden zo min mogelijk over de grens moeten reizen, zeker niet naar drukke plekken.

Het ging anders. Het hek werd in één keer opgehaald als voor een troep onrustige circusleeuwen. Hoewel een korte blik op warme streken elders het tegendeel bewees, was alle hoop erop gevestigd dat het virus ons in de zomer met rust zou laten. Voldaan werd het aftuigen van crisiscentrum en OMT bekendgemaakt, iedereen ging op vakantie en de communicatie stopte. Precies toen het erop aankwam.

Want daar had het pas moeten beginnen. Zolang de intensive cares en de lijkenhuizen vol lagen, was het makkelijk om de urgentie over te brengen. Maar toen het beter ging, had iemand de leiding moeten nemen en duidelijk moeten maken: wat we nu hebben bereikt, deze herwonnen vrijheid, is kostbaar en breekbaar en we behouden die alleen als we die samen beschermen. Elke dag hadden we moeten horen of het nog wel goed ging, wat we konden bijdragen.

In plaats daarvan lieten de GGD’s weten werknemers naar huis te sturen, want die zaten maar ‘duimen te draaien’. OMT-leden en andere medici kwamen nog geregeld in de media, maar vooral om geruststellende geluiden te maken of om terug te blikken op iets dat helemaal niet voorbij was. Ze zagen de besmettingen gaandeweg wel oplopen en dat was zorgelijk, maar ach, het was vooral bij jongeren die daar niet erg ziek van werden en in de ziekenhuizen was niets te merken. Geen zorgen, was de boodschap, er is plek voor u op de ic. Wie eind juli opriep om de besmettingen in de kiem te smoren, werd door deze medische eregarde als paniekzaaier weggezet.

Te laat

Ernst Kuipers, voorzitter van het Landelijk Netwerk Acute Zorg, zei op 8 september dat hij ‘geen enkele reden tot zorg ziet in de ziekenhuiscijfers’. Diederik Gommers, de aimabele en geliefde voorzitter van de Nederlandse Vereniging Intensive Care, wees op 12 september, toen het aantal besmettingen al op 1.231 per dag lag en bijna vijf keer was verdubbeld sinds begin juli, op de betrekkelijke rust in de ziekenhuizen en benadrukte dat we anders dan in maart en april niet zouden worden overvallen. ‘Ik wacht liever met strengere maatregelen tot die echt nodig zijn’, zei hij. Een week later pleitte hij geschrokken voor regionale lockdowns. Ernst Kuipers verwijt het kabinet nu dat het te laat heeft ingegrepen.

Met al hun expertise hanteerden al die artsen en onderzoekers één simpel principe niet dat in de coronacrisis geldt: als je vroeg handelt, hoef je minder te doen dan als je laat handelt en is de schade veel kleiner.

Ze denken, en zeggen dat vaak ook met zoveel woorden, dat ze beter langer kunnen wachten omdat ze vrezen de economie te smoren. Maar ze zouden ook kunnen luisteren naar gezondheidseconomen Xander Koolman en Jochen Mierau. Of naar hoogleraar Lex Hoogduin, gespecialiseerd in complexiteit en onzekerheid. Of naar Sandra Phlippen, hoofdeconoom van ABN Amro. Die weten dat voortdurende onzekerheid door de pandemie de economie schaadt, niet de maatregelen om de pandemie in te dammen.

Gommers en anderen zeggen dat we moeten ‘meebewegen’ met het virus. Maar meebewegen is achteraf reageren en dat win je nooit.  Gommers is fijn om naar te kijken. Het is bewonderenswaardig dat hij het #ikdoenietmeermee van een groep BN’ers heeft weten om te buigen naar een coronacampagne samen met influencer Famke Louise. Toch was het helemaal niet gek geweest als juist Kuipers en hij van de zomer buiten de media waren gebleven. En hadden gezegd: wij zijn van de ziekenhuizen, die komen pas in beeld als het helemaal misgaat en zover moeten we het niet laten komen, dus als het goed is ziet u ons nooit meer.

Dit raakt aan iets dat volkomen logisch lijkt en toch funest is. Voortdurend wordt erop gehamerd dat het doel van de aanpak is: kwetsbaren beschermen en overbelasting van de zorg voorkomen. Gevolg daarvan is dat iedereen alleen op ziekenhuisbedden let en zolang die leeg zijn, voelt niemand enige noodzaak. Maar zodra ze vollopen is het al te laat. Leer ons als nieuw mantra liever een strikte grens, waar wij met zijn allen het aantal besmettingen niet boven mogen laten komen.

Verstand van gedrag

Het is gek. De medici, de politici: ze kunnen er niet vaak genoeg op hameren dat de corona-aanpak valt of staat met ons gedrag. Dat is ‘start-, midden- en eindpunt’, zei De Jonge van de week nog. Maar wie hebben nauwelijks een stem in het beleid? Mensen met verstand van gedrag.

Er is een hele, zestig man sterke ‘gedragsunit’ uit de grond gestampt bij het RIVM. Maar die wetenschappers moeten afwachten wat het OMT wil en dan mogen ze meedenken over de communicatie. Niet dat medici zich in hun ontelbare talkshowoptredens iets van de communicatieadviezen hoeven aantrekken. Die speculeren vrijuit over economie, publieksvoorlichting, juridische zaken of hoe onze volksaard een succesvolle coronabestrijding in de weg zit. En komt het onderzoek van de gedragsunit de grote OMT-baas Jaap van Dissel niet uit, dan veegt hij het eenvoudig van tafel.

Medici zijn belangrijk. Natuurlijk. Laat het OMT vooral informatie blijven geven over de laatste ontdekkingen aan het virus. En vrijuit denken over welke maatregelen vanuit hun oogpunt zouden helpen. Maar in de kern van je crisisteam heb je anderen nodig. Experts die weten hoe je met zo min mogelijk moeite en schade een zo groot mogelijk effect sorteert in een complexe samenleving. En deskundigen die gedrag snappen.

Mensen die begrijpen dat het demotiveert om te hameren op anderhalve meter buiten, omdat het niet te doen is en weinig helpt, waardoor je al gauw over álle basisregels denkt: bekijk het maar. Die geen mythe verspreiden over ‘prettesters’. Die waken over geloofwaardigheid en weten dat je burgers geen standje kunt geven als je zelf je testcapaciteit niet op orde hebt (De Jonge) of de regels schendt en erover jokt (Grapperhaus). Die sowieso inzien dat je mensen niet moet manen maar moet stimuleren en dat het helpt om zelf weleens emoties en empathie te tonen.

Veel waarde wordt gehecht aan peilingen waaruit waardering blijkt voor de kabinetsaanpak, voor de VVD, voor Rutte en De Jonge. De politicoloog Tom van der Meer legt uit dat zo’n effect in het begin van een crisis te verwachten valt, maar dat het sentiment snel kan omslaan bij de tweede golf, zeker wanneer de overheid het land daarop niet goed heeft voorbereid. Die cijfers kunnen veeleer wijzen op een behoefte aan leiderschap. Ja, een meerderheid van de bevolking vindt het de eigen schuld als het met corona weer uit de hand loopt, een meerderheid wil óók meer ingrepen.

Het grootste vraagstuk van deze herfst is niet biomedisch. Dat is: hoe houden we de moraal hoog? Als Rutte het meent wanneer hij zegt dat het virus de samenleving geestelijk kan slopen, als dat praatje geen verplicht nummer was, dan kan hij nu beter te rade bij een psycholoog dan bij een arts infectieziekten.

Veel burgers moeten misschien nog wennen aan de ernst en verder uitzoeken hoe ze een rijk, plezierig leven kunnen leiden ondanks alle onzekerheid en zonder te ver van de harde werkelijkheid af te drijven. Maar ook politici en deskundigen hebben onder ogen te zien waarvoor zij staan. ‘Het laatste dat ik wil is dat mensen naar mij luisteren’, zei premier Rutte pas. Zijn taak beschreef hij als ‘de mensen vertellen wat de situatie is’. Helaas, mijnheer de minister-president, de geschiedenis heeft anders voor u bepaald.

Geen vluchtgedrag meer. Geen wensdenken en schijncontrole. Voor zowel burgers als bestuurders is het nu echt tijd om het monster vol in de bek te kijken.

Mailen? k.bessems@volkskrant.nl

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden