ColumnBert Wagendorp

Je hoeft niet héél slim te zijn om te zien dat het huidige drugsbeleid één grote mislukking is

Bert Wagendorp.

Ter gelegenheid van het honderdjarige jubileum van de eerste Nederlandse Opiumwet (van 4 oktober 1919) presenteerde D66 maandag een Manifest voor een realistisch drugsbeleid. Daarin wordt een oproep gedaan tot regulering van de drugsmarkt enbeëindiging van de War on Drugs, die sinds Richard Nixon hem in 1971 uitriep minstens 1.300 miljard dollar heeft gekost, honderdduizenden doden tot gevolg heeft gehad, in Nederland de helft van alle politie- en justitiecapaciteit opslokt en de samenleving corrumpeert – en zo kan ik nog wel even doorgaan.

De oorlog heeft geen enkel positief resultaat gehad. Het aanbod van drugs is niet gedaald, het gebruik evenmin. Het drugsgerelateerde geweld is toegenomen en de oorlog vernietigt landen – met name in Midden- en Zuid-Amerika. In Nederland neemt de invloed van de drugsonderwereld op de bovenwereld toe. Drugscriminelen zijn blij met de repressie, regulering is slecht voor de handel.

Je hoeft niet héél slim te zijn om te zien dat het huidige drugsbeleid één grote mislukking is. Wordt in Rotterdam een paar honderd kilo coke aangetroffen tussen de bananen, dan komt dat met triomfantelijk commentaar (‘Recordvangst’) in de krant. De ontdekking van een xtc-lab in de Brabantse dreven wordt door de politie gevierd als overwinning op de drugscriminaliteit.

In feite zijn het signalen van de nederlaag. Een ander signaal daarvan heet Ridouan T., drugscrimineel en moordenaar, geboren uit de War on Drugs.

De ratio zegt dat het anders moet – en dat is ook precies wat er in het manifest staat. Het is geen oproep alle geestverruimende middelen vrij te geven voor verkoop in de supermarkt, er wordt voor gepleit na te gaan denken over een andere en mogelijk wél succesvolle strategie.

De reacties op het pleidooi van D66 van de kant van zijn coalitiegenoten hielden niet over. Stieneke van der Graaf, Kamerlid voor de CU twitterde: ‘Criminaliteit moet je niet belonen door xtc legaal te maken, maar hard bestraffen.’ Madeleine van Toorenburg (CDA) vond het allemaal maar ‘naïef’. Op deze manier werd Nederland volgens haar ‘het afvoerputje’ van de wereld.

De kritiek was eerder emotioneel dan inhoudelijk. De geur van decennia tevergeefsheid walmde erin door, maar De Graaf en Van Toorenburg roken niks – althans, dat beweerden ze. Maandagavond zat Gert-Jan Segers, fractieleider van de CU, aan tafel bij Op1. De talkshow-oorlog is ook een War on Creativity: ze zijn niet meer van elkaar te onderscheiden. En dus had iemand bedacht dat er een debatje moest komen. Segers kon, Peter R. de Vries natuurlijk ook: kat in ’t bakkie. Wat ik het opvallendst vond: een doorgaans verstandig mens als Segers daalde in het gesprek moeiteloos af naar cliché-diepten. Dat is het probleem in een notendop: een meerderheid van onze politici wíl helemaal niet nadenken over het drugsprobleem.

Het was geen toeval dat de kritiek vooral uit christelijke hoek kwam. Daar zitten de puriteinen die nog geloven in de illusie van een drugsvrije wereld.

De VVD hield zich in. Wellicht omdat het manifest was ondertekend door het oudste prominente partijlid, Frits Bolkestein, en ook door het jongste, Splinter Chabot.

Ons drugsbeleid is gebaseerd op halsstarrige domheid en onveranderlijke dogma’s. Het pleidooi voor een realistisch drugsbeleid is verstandig en logisch en de voorstellen snijden hout. Ze zullen daarom andermaal geen effect sorteren. 

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden