EssayWoede

Je hóéft niet boos te worden om je betrokkenheid te uiten

Geëngageerde mensen zijn graag boos, want woede brengt een sterkere betrokkenheid tot uiting dan bezorgdheid of verontrusting. Maar of al die woede ons verder brengt? Sander van Walsum pleit voor een eerherstel van kalmte en geduld.

null Beeld Jon Krause
Beeld Jon Krause

‘Waarom ben je zo bóós?’, vroeg een deelnemer aan een Zwarte Pietendebat enkele jaren geleden aan activist Quinsy Gario. ‘Omdat ik het mij niet kan veroorloven om níét boos te zijn’, luidde het gedecideerde antwoord. Van de zijde van het overwegend witte publiek viel hem een gul applaus ten deel. Menigeen had al misprijzend het hoofd geschud toen die rare vraag aan Gario werd gesteld. Natúúrlijk was hij boos, want zonder boosheid bereik je niets – als activist. Het applaus zwol aan toen Gario gelijkmatigheid als ‘white privilege’ aanmerkte: ‘Alleen witte mensen kunnen het zich veroorloven om niet boos te zijn.’

Woede en activisme zijn onlosmakelijk met elkaar verbonden. ‘Als je niet boos bent, let je niet op’, is een van de kreten waarmee ‘female rage’ tot uitdrukking wordt gebracht. ‘Woede is de belangrijkste bron die vrouwen hebben’, stelde Soraya Chemaly, auteur van het boek Fonkelend van woede. ‘Woede is een scheppende kracht, het beste middel tegen onderdrukking.’ Schrijfster Liane Moriarty laat in Big Little Lies een van haar personages zeggen: ‘Ik koester mijn wrok en zorg ervoor als was het mijn huisdier.’

Bewoners van Harskamp koesterden, onder het genot van bier, hun woede over de komst van Afghaanse asielzoekers – ‘NSB’ers’, meende een van hen. De Farmers Defence Force is kwaad namens de hele boerenstand en ontleent daaraan het recht om elke mogelijke oplossing van de stikstofcrisis ‘op te blazen’.

‘Gezonde emotie’

In haar boek De positieve kracht van woede schaalt de Duitse psychotherapeut Anita Timpe woede niettemin in bij de ‘gezonde emoties’ – waarvan op een positieve manier gebruik kan worden gemaakt. Die zienswijze sluit aan bij die van de therapeuten die in de jaren zeventig sensitivitytrainingen voor groepen verzorgden. Zij moedigden de deelnemers aan om zich ‘helemaal bloot te geven’, om geen onderscheid te maken tussen positieve en negatieve emoties en om elkaar met ‘directe kritiek’ te bestoken – ook als die kritiek niet goed kon worden onderbouwd.

In 1976 heb ikzelf, tijdens de introductieweek van een lerarenopleiding die ik een blauwe maandag heb bezocht, mogen ondervinden wat daarmee zoal werd losgemaakt. Onze begeleider, de vleesgeworden tijdgeest, moedigde ons halverwege de eerste dag aan om onze indrukken van elkaar zo bondig en ongeremd mogelijk te noteren op een schoolbord. Beleefdheid en andere sociale conventies dienden daarbij te worden vermeden, want die zaten onze eerlijkheid alleen maar in de weg.

De sociale conventies waren niet gelijkmatig over de groep verdeeld, want de studenten die het mildst waren in hun oordeel over anderen, werden zelf het hardst bekritiseerd. Sommigen keken in stille verbijstering naar het schoolbord, anderen barstten in huilen uit. Vooral een jaargenoot die als ‘EO-trut’ was gekarakteriseerd, had het te kwaad. Onze begeleider sloeg de sociale dynamiek die hij had ontketend vergenoegd gade. ‘Met woede kán ik tenminste iets’, zei hij met zalvende stem. ‘Want woede is van alle emoties het meest herkenbaar.’ Evengoed hield de veronderstelde EO-trut het na enkele weken al voor gezien. Maar dat was niet het probleem van onze begeleider.

Verdienmodel

De sensitivitytraining is allerminst een rariteit uit de jaren zeventig: ze is het verdienmodel voor Facebook en Twitter. Die stellen miljarden mensen in staat hun woede te uiten, dan wel te delen, binnen de begrenzing van (in het geval van Twitter) 280 tekens. De kwalificatie ‘EO-trut’ zou in een tweet weliswaar van een nadere toelichting kunnen worden voorzien, maar in de praktijk zoeken de gebruikers van de sociale media maar hoogst zelden de nuance, of een vergelijk met andersdenkenden. Integendeel: ze voeden elkaars boosheid. En wie zelf boos is, lijkt ook boosheid bij anderen te veronderstellen. Zo houden woede en verontwaardiging zichzelf in stand.

Op LinkedIn – een betrekkelijk net sociaal medium – heb ik mij er onlangs nog van kunnen vergewissen hoe snel de waarheid onder collectieve woede bedolven kan raken. De mededeling van het ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport dat vaccinatiebussen plekken met een lage vaccinatiegraad zullen aandoen, werd geïnterpreteerd als: Hugo de Jonge stuurt spuitteams op onze kinderen af. Daarmee werd in een mum van tijd een woede-eruptie ontketend – ongetwijfeld een van de vele op die dag. Toen het oordeel ‘Het moet niet gekker worden!’ eenmaal was geveld, gingen boze mensen met elkaar wedijveren in verontwaardiging. Maar niemand nam de moeite om na te gaan wat het ministerie van Hugo de Jonge precies had aangekondigd of wat daar zo schandalig aan was.

Hoewel iedereen zich dagelijks kan vergewissen van de lelijkheid en de destructiviteit van woede, staat ze in hoog aanzien. ‘Boos’ is de middlename en het elixer van fulltime-activist Tim Hofman. Schrijfster-zangeres Stella Bergsma positioneerde zich in haar manifest Nouveau Fuck nadrukkelijk als boze, geëngageerde vrouw. Jessica Jones, heldin in de gelijknamige Netflix-serie, wordt voortgestuwd door woede – ‘verrukkelijke woede’, volgens theater-redacteur Herien Wensink in deze krant. ‘En bovenal een begrijpelijke reactie op onderdrukking. In Jones komen held en slachtoffer samen. (…) Woede, zo leert de serie ons, is een vruchtbare emotie, óók voor vrouwen: goed gedoseerde, gekanaliseerde woede kan leiden tot opstand, en verandering afdwingen, zoals ook de #MeToo-beweging en de nasleep ervan laten zien.’

Aanjager van engagement

Zo beschouwd is woede de aanjager van engagement. Dat had de deejay Peter van Bruggen in 1993 ook in de gaten, toen hij een actie begon als antwoord op de brandstichting in een Duits asielzoekerscentrum waarbij vijf Turkse vrouwen om het leven waren gekomen. ‘Ik ben woedend’, luidde het opschrift van de voorgedrukte briefkaarten die zo’n 1,3 miljoen Nederlanders op voorspraak van Van Bruggen naar bondskanselier Helmut Kohl stuurden – waarmee zij (wellicht onbedoeld) suggereerden dat de Nederlanders meer begaan waren met het lot van de slachtoffers dan de Duitsers. Naar de gangbare opvatting brengt ‘woede’ een sterkere betrokkenheid tot uitdrukking dan ‘verontrusting’ of ‘bezorgdheid’.

Vandaar dat mensen zo vaak en zo graag boos zijn. Woede is een oprechte, authentieke emotie. Ze wordt wel aangemerkt als het mentale residu van de Romantiek, de herwaardering van ‘het zuivere gevoel’ en de ‘subjectieve ervaring’ waarmee kunstenaars zich in de vroege 19de eeuw afzetten tegen de verlichtingsidealen van hun ouders. Woede heeft meer zeggingskracht dan de rede. Ze brengt meer mensen in beweging. Zonder woede geen grote omwentelingen. Zelfs Jezus gaf zich eraan over toen hij het tempelplein ontdeed van commerciële smetten.

Maar woede kan, bij onmatig gebruik, ook verblinden. Woede is het uitroepteken waarmee het eigen gelijk wordt bekrachtigd. Vaak wordt woede als een therapeutisch panacee aangemerkt. Een woede-uitbarsting kan voorkomen dat je in wrok blijft hangen, wordt vaak gedacht – en gezegd. Of: je woede laten stromen is gezonder dan je woede ontkennen of dempen. Onderdrukte woede kan leiden tot ongecontroleerde agressie, schreef Anita Timpe. Dit vereist echter het vermogen om gezonde woede van ongezonde woede te onderscheiden.

null Beeld Jon Krause
Beeld Jon Krause

Een periodiek bliksembezoek aan de wondere wereld van Facebook en Twitter leert echter dat het aan dat vermogen nogal eens ontbreekt. Woede neemt vaker de vorm aan van een dambreuk dan van een gekanaliseerde emotiestroom. Als woede al oplucht, is dat effect doorgaans snel uitgewerkt, schreef de Amerikaanse psycholoog Brad Bushman. ‘Je woede ventileren vermindert die woede niet. Je voedt er je boze gedachten en gevoelens juist mee, en reageert zo nog bozer.’ Woede is een ‘activerende emotie’ die stress aanjaagt en de gezondheid schaadt.

Woede doet ook iets met anderen. De woede van de een wordt door de ander al gauw met woede beantwoord. Er is al snel geen weg terug meer wanneer een standpunt in drift wordt vertolkt. Volgens de British Mental Health Foundation heeft een op de vijf Britten weleens een relatie beëindigd vanwege de driftbuien van de partner. Omgekeerd oogsten mensen met een meer vergevingsgezinde levenshouding ook begrip en mildheid bij anderen. Ze putten meer voldoening uit vriendschappen en romantische relaties.

Woede dempen

De auteurs van het bijbelboek Spreuken stellen woede geregeld aan de orde. ‘Ieder mens moet zich haasten om te luisteren, maar traag zijn om te spreken, traag ook in het kwaad worden’ (Spreuken 10:12). ‘Een dwaas toont onmiddellijk zijn woede. Wie verstandig is, zwijgt als hij beledigd wordt’ (29:11). Of: ‘Betweters maken ruzie, wie goede raad ter harte neemt, is wijs’ (12:16). Het zijn (oeroude) inzichten die allerminst stroken met het ethos van de activist. Die heeft tenslotte per definitie haast omdat het vijf voor twaalf, of later, is – bijna ongeacht het thema waarvoor hij zich inzet. Het bijbelboek Spreuken is dus ten diepste antirevolutionair. Het dempt de woede waardoor hemelbestormers worden aangevuurd.

Dat geldt misschien in nog sterkere mate voor het stoïcijnse gedachtengoed, dat vorig jaar nog uitvoerig in deze krant werd aangeprezen door cabaretier-filosoof Tim Fransen. ‘Volgens de stoïcijnen moeten we onze emoties en verlangens kritisch bekijken en ons er niet zomaar door laten meeslepen. Dit betekent niet dat we emotieloos of onverschillig moeten zijn; het gaat erom de slechte emoties in te dammen en de goede te cultiveren.’ De stoïcijnen gingen voor in een stille aanvaarding van de grilligheden van het leven en de zekerheid van de dood. ‘Het is een kenmerk van een volmaakt karakter elke dag te leven alsof het de laatste was’, schreef keizer-filosoof Marcus Aurelius (121-180). ‘Zo’n karakter kent geen opwinding, geen luiheid, geen onoprechtheid.’

Fransen zag de stoa, ‘met een paar aanpassingen’, als een ‘welkome correctie’ op de opwinding waarin de moderne mens zichzelf gevangenhoudt. ‘Wel kun je zeggen dat je weinig aan de stoa hebt als het gaat om het aankaarten van systematische onrechtvaardigheden.’ Diezelfde opmerking zou ook gemaakt kunnen worden over woede: is woede essentieel voor de correctie van ‘systematische onrechtvaardigheden’?

De Tilburgse theoloog Jos Moons uitte daar in dagblad Trouw zijn twijfels over: ‘Heilige woede heeft niet het monopolie op verzet tegen het kwaad.’ In dit verband verwees hij naar paus Pius XII en de Nederlandse kardinaal Johannes de Jong, die beiden tijdens de Tweede Wereldoorlog hun ambt bekleedden. De eerste wordt verguisd omdat hij zich niet openlijk tegen de Holocaust heeft uitgesproken, terwijl hij zich achter de schermen wel degelijk voor de Joden heeft ingespannen. De Jong fulmineerde daarentegen fel tegen de Duitsers, maar heeft de Joden daarmee niet voor hun gruwelijke lot kunnen behoeden – terwijl hij met zijn uitspraken Nederlandse priesters blootstelde aan represailles (De Jong zelf durfden de Duitsers niet aan te pakken). ‘Wat was het beste?’, vroeg Moons zich af. ‘Misschien was het allebei wel nodig. Soms kun je verandering beter bewerkstelligen door kleine stapjes in de goede richting.’

Ook Cor van der Laak, het kritische Avro-lid uit de stal van Van Kooten en De Bie, heeft zich op de vierde lp van het Simplisties Verbond over het verschijnsel ‘woede’ uitgelaten. ‘Helaas wordt de oorzaak van mijn kwaad-maken altijd gevormd door anderen, les autres’, zei hij op z’n Cor-van-der-Laaks.

In deze ene zin liggen twee gangbare misverstanden besloten: dat het altijd anderen zijn die ons iets aandoen, en dat we ons daar wel boos over móéten maken. Zelfs als we het ene zouden menen, zouden we het andere kunnen laten. Als we onszelf de vruchteloze opwinding zouden besparen over vertraagde treinen, bumperklevers, voordringers, foute meningen en dom beleid, zouden we onszelf een grote dienst bewijzen, en zouden we een bescheiden bijdrage leveren aan de afkoeling van een oververhitte samenleving.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden