Column Sylvia Witteman

Je hebt een Zoutbommel en een Zóétbommel

De trein van Utrecht naar Zaltbommel reed ‘exact op schema’ aldus een parmantige stem door de intercom. Schuin naast me zat een man tegenover zijn twee zoontjes van 8 en 10, alle drie met een blikje frisdrank.

De man leek op Peter R. de Vries : een gereformeerd hoofd met getemd schaamhaar er bovenop, waaronder misprijzend neergetrokken mondhoeken, harde blauwe ogen en een vorsende neuswortelfrons. Een snor had hij niet, maar iets naakts aan zijn bovenlip deed vermoeden dat hij die pas onlangs had afgeschoren: een zogeheten fantoomsnor. Ook Peter R. heeft zo’n fantoomsnor, je blijft ‘m zien, al heeft hij hem ook vijftien jaar geleden weggedaan.

‘Zeg, weten jullie eigenlijk waar de naam ‘Zaltbommel’ vandaan komt?’ sprak de man. Zelfs zijn stem was des Peters. Met tegenzin keken de jongetjes op van hun telefoons. Ze leken niet op hem, met hun bruine ogen en glanzend, donker haar. Twee jonge nertsjes.

‘Zaltbommel is een meer dan duizend jaar oude nederzetting’, doceerde de man. Ja, ‘nederzetting’, hij zei het echt. ‘Vroeger waren er twéé steden die Bommel heetten. Je had Bommel aan de Waal en Bommel aan de Maas...’ de jongetjes keken alweer met een schuin oog naar hun schermpjes.

De man kuchte demonstratief. Hij nam een dorstige slok uit zijn blikje cola, waarbij zijn handen een beetje trilden. En nóg zo’n reuzenslok. Zou hij een dreunende kater hebben? Nee, daarvoor zag hij er te nadrukkelijk nuchter uit. Waarschijnlijk een bekeerde alcoholist, nog niet zo lang gestopt met drinken. Die krijgen wel vaker de neiging om van de kurkdroge weeromstuit opeens hun kinderen te gaan opvoeden.

‘Wat ik dus zeggen wou’, snerpte de man. ‘In Bommel aan de Waal werd veel zout verhandeld. Dat werd Zout-Bommel dus. Zaltbommel. Wisten jullie trouwens dat zout ooit heel kostbaar was? Daar komt nog ons woord ‘salaris’ vandaan. Romeinse soldaten kregen hun loon in zout betaald...’ De ogen van het kleinste jongetje dobberden alweer weg. ‘Jesse!’, riep de man. ‘Wat vertelde ik nou net?’ Het jongetje dacht even na en sprak ernstig: ‘Je hebt een Zoutbommel en een Zóétbommel.’

De man greep zijn frisdrank die maar niet verfrissen wilde, dronk het blikje in één machtige slok leeg en kneep het fijn. Zijn knokkels waren wit van wanhoop. ‘Nee, Jesse...’, zuchtte hij. Hij staarde uit het raam, waar juist de brug bij Bommel in beeld schoof. 

Ongetwijfeld dacht hij aan dat gedicht van Nijhoff. Maar nee, geen vrouw, geen moeder, geen psalmen te bekennen. Geen God, wiens hand hem zou bewaren. 

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden