Column Stephan Sanders

Je aanpassen aan je omgeving is tegenwoordig verdacht

In de toeristische drukte van Amsterdam wandelt een gezin voorbij. Hoe ik dat weet? De puberzoon loopt bozig voorop, de dochter naast haar vader en de moeder kijkt en wijst en niemand slaat acht op haar. Het zijn Nederlanders, dagjesmensen. Dat was vroeger een gezellige categorie, maar tegenwoordig heeft die groep dankzij het hypertoerisme een slechte naam. Wel ruimte innemen, en niet betalen voor het slapen. Wij allen veranderen vroeg of laat in dagjesmensen, en veel verwijten kan je ze niet.

Wel het schreeuwen. Het gezin loopt nu een homocafé voorbij op de Zeedijk: in de etalages staan poppen van stoere, half ontklede mannetjes. De regenboogvlag hangt uit, maar dat zie je in Amsterdam overal en het betekent nog niet dat ze er aan homoseksualiteit doen.

De moeder wijst naar de etalage, en roept venijnig hard: ‘Dat moeten wij heel gewoon vinden. Héél normaal. Dat is gewoon normaal.’

Dat laat ik me geen tweede keer zeggen. Ik stap op, en probeer zo vriendelijk mogelijk te zijn: ‘Mevrouw, u hoeft het niet normaal te vinden, dat verwacht werkelijk niemand van U. Maar zo te schreeuwen in een stad waar U te gast bent – dat hoeft nu ook weer niet.’

Ja, dat had je gedacht. Ik blijf zitten waar ik zit, geen woord komt over mijn lippen. Het gezin is allang uit het zicht verdwenen wanneer de tegenwoordigheid van geest me komt helpen. Al die gevatte antwoorden, die alleen maar werken op het beslissende moment en daarna zo de prullenbak in kunnen.

Voel ik me gegriefd door de vrouw? Ja, zij maakt zich breed in haar provincialisme, nota bene in mijn stad. Het is niet haar mening die me raakt, maar de vanzelfsprekendheid waarmee ze die verkondigt. Alsof ik een moskee binnen zou lopen, en zou roepen: ‘ Moeten we heel normaal vinden.’

Vind wat je vind. Maar het hoeft niet ten allen tijde onder woorden worden gebracht, en zeker niet op deze vérdragende toneeltoon.

Stiekem ben ik nu van een gedachte uitgegaan, die vatbaar is voor discussie. Ik woon in Amsterdam, al bijna veertig jaar, en ik ben hier de sedentair, de gevestigde. Dat was ooit anders toen ik vanuit Twente naar Amsterdam verhuisde. Maar toen maakte ik er juist een punt van nooit iets vreemd of abnormaal te vinden, omdat ik mezelf de wereldwijsheid aan wilde meten van de geboren Amsterdammer. Die tegenvalt, laat me dat ook vaststellen.

Wanneer is iemand een gevestigde? Na verblijf van een jaar, van tien jaar? En waarom zou een dagje niet voldoende zijn om je stem luid en duidelijk te laten weerklinken?

Het is onmogelijk om absolute criteria te ontwikkelen voor wie gevestigd is en wie nieuwkomer. Maar wie aankomt in een nieuwe omgeving, mag toch even de moeite nemen de plaatselijke mores te doorgronden, die, naarmate je ze beter bestudeert ook weer niet eenduidig zijn. Want natuurlijk zijn er geboren Amsterdammers die homoseksualiteit ‘niet normaal’ vinden, en daar van getuigen, soms buitengewoon hardhandig. Maar het is niet het ‘normaal’ van de stad, want dat de tram rijdt, is geen nieuws en dat een homo in elkaar wordt geslagen wel.

Je aanpassen aan je omgeving – het staat tegenwoordig in een heel verdacht licht, want je zou je diepste identiteit verloochenen. Maar denk ook even aan V.S. Naipaul, de grote Brits-Caribische schrijver, die het afgelopen weekend overleed. Geboren in Trinidad met de hindoestaanse namen Vidiadhar Surajprasad, werd hij in het Westen beroemd als V. S Naipaul. Dat bekt wat gemakkelijker voor de omgeving. Die vereenvoudiging kan je een onoverkomelijke buiging noemen voor de Britse cultuur, maar je kan ook spreken van praktisch inzicht. Pas toen Naipaul geridderd werd liet hij zich aanspreken als Sir Vidia. Dan ben je niet ‘goed geïntegreerd’, dan heb je gezegevierd.

In Duitsland gaat nu de hashtag MeTwo rond, IkTwee, om de Duits-Turkse voetballer Mesut Özil te steunen, die in mei op de foto ging met Erdogan. Hij noemde De Grote Journalistenjager ‘mijn president’. Het is krankzinnig hem het Duitse voetbalverlies te verwijten, bijna net zo krankzinnig om te denken dat zo’n foto zonder gevolgen blijft.

Trouwens, #MeTwo? #MeThir-teen! Maar moet ik die dertien zielen in mijn borst altijd hardop benoemen?

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.