Opinie

Jansen wekte ons uit zoete dromen

De joods-christelijke ethische regel 'behandel de ander zoals u wilt dat hij u behandelt' is de kern van onze beschaving.

Hans Jansen in het Europees Parlement in Straatsburg. Beeld anp

De deze week overleden arabist Hans Jansen was een groot kenner en scherpzinnig uitlegger van de islam, en daarnaast een buitengewoon aardig en beminnelijk mens. Hij was een van de eersten die het gevaar van de radicale islam onder ogen zag.

Na zijn studie werd Jansen directeur van het Nederland Instituut in Cairo. Hij was daar toen op 6 oktober 1981 president Sadat werd vermoord. Sadat had vrede gesloten met Israël en kreeg daarvoor, samen met de Israëlische premier Begin, de Nobelprijs voor de Vrede. De moordaanslag maakte diepe indruk op Hans Jansen. De moordenaars van Sadat bleken deel uit te maken van de Moslimbroederschap, een radicaal-islamitische beweging die in de jaren twintig van de vorige eeuw was gesticht om te voorkomen dat Egypte te westers zou worden. Hans Jansen schreef over de moordenaars van Sadat het in zijn vakgebied hoog gewaardeerde boek The Neglected Duty: The Creed of Sadat's Assassins and Islamic Resurgence in the Middle East. Later bleek de Moslimbroederschap slechts een van de vele vormen die het islamitisch fundamentalisme kan aannemen, en was de moord op Sadat een voorloper van de mateloze golf van geweld waarmee de radicale islam de wereld heeft overspoeld.

11 september

Het cruciale moment in die gewelddadige ontwikkeling was de aanslag van Al Qaida op het WTC in New York op 11 september 2001, waarbij 3.000 mensen om het leven kwamen. Het westerse beeld van de islam ging kantelen, en in Nederland speelde Hans Jansen daarin een belangrijke rol. Hij schreef talloze artikelen en boeken om uit te leggen hoe de islam in elkaar stak. Daar was grote behoefte aan omdat wij een zo rooskleurig beeld van die godsdienst hadden dat we de aanslagen in de VS eigenlijk niet goed konden begrijpen. Islam betekende immers vrede?

Hans Jansen wekte ons uit alle zoete dromen. Als arabist wist hij heel goed dat 'islam' niet vrede betekende, maar onderwerping. Typerend voor zijn betoogstijl is dat hij daar dan graag aan toevoegde dat na die onderwerping inderdaad vanzelf de vrede intrad.

Hij schreef over de islam zoals Karel van het Reve over het communisme schreef: glashelder, geestig en vernietigend. In 2004, enkele weken na de moord op Theo van Gogh, die hij goed had gekend, schreef hij dat het respect dat de islam van andersdenkenden eist, ertoe leidt dat die andersdenkenden steeds banger worden dat ze een foutje maken: 'Kritisch over de islam schrijven, zoals er ook over andere godsdiensten en ideologieën wordt geschreven, is er al snel niet meer bij, zeker niet als je nog kleine kinderen hebt. Er hoeft maar een kleine voorhoede met types als Mohammed B. rond te lopen, of iedereen doet er het zwijgen toe. Zo'n voorhoede claimt het alleenrecht op islamitische gevoeligheid, en gijzelt daarmee ook alle geloofsgenoten.' Een betere verklaring voor het stilzwijgen van de zijde van de gematigde moslims over de gruweldaden van de radicale moslims ben ik nog niet tegengekomen.

Hans Jansen maakte een toonaangevende bewerking van de Nederlandse Koranvertaling van Kramers. Zijn kennis van het Arabisch wekte zelfs, of juist, bij radicale moslims groot ontzag. Hij vertelde dat hij eens Samir A. van de Hofstadgroep op straat was tegengekomen en dat die hem had gevraagd: 'Meneer Jansen, spreekt u echt Arabisch?'

Anders dan bijvoorbeeld Ayaan Hirsi Ali, met wie hij het overigens goed kon vinden, ging Hans Jansens islamkritiek niet gepaard met een algeheel atheïsme. Hij was van huis uit Nederlands Hervormd. Maar toen hij in Cairo verbleef, raakte hij teleurgesteld in de houding die de hervormden aannamen tegenover het islamitische Egypte. De katholieken deden dat beter, vond hij, en daarom werd hij katholiek.

Atheïsme

Van atheïsme moest hij niet zoveel hebben. In zijn laatste artikel voor de Volkskrant, 'Het nut van God' (O&D, 24 december 2012), schreef hij: 'Veel moderne progressieve mensen weten het zeker: 'godsdienst is apekool'. Maar dat klopt niet. Godsdienstige voorschriften beïnvloeden het individuele en het collectieve gedrag, en dat raakt het wel en wee van de maatschappij.'

Een godsdienst behelst namelijk niet alleen een geloofsleer, maar ook rituelen, een organisatie en een gedragsleer. De gedragsleer die het jodendom en het christendom met godsdienstig gezag hebben verbreid, noemt Jansen 'de ethiek van wederkerigheid': 'Zoals gij wilt dat de mensen u behandelen, behandelt gij hen dan alzo.'

Deze wederkerigheidsethiek heeft volgens Jansen de westerse, joods-christelijke wereld diepgaand beïnvloed en heeft geleid tot welvaart en vrijheid. Hij zag haar als 'het monopolie van de joods-christelijke cultuur. Veel belangrijke godsdiensten en culturen kennen die ethiek niet, of bevelen zelfs nadrukkelijk aan bij de bejegening van de medemens streng onderscheid te maken tussen de ene groep en de andere, bijvoorbeeld geloofsgenoten en ongelovigen, of mannen en vrouwen'. Met een van die 'belangrijke godsdiensten' zal het vrije Westen, nog lang na het overlijden van Hans Jansen, een problematische relatie houden. Daarbij zullen wij zijn strijdbare stem node missen. Gelukkig hebben we zijn boeken nog.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden