Column

Jaap van Zweden aan het werk zien was iets ongelooflijks

Omdat ik had meegedaan aan het tv-programma Maestro, waarin een stel naïeve kandidaten zich blootstelt aan een orkest, een partituur en een zaal vol publiek, en dan moet proberen om via vage armbewegingen dat orkest zover te krijgen om de muziek op die partituur ook daadwerkelijk te spelen, had ik een fascinatie voor dirigeren gekregen.

Dirigent Jaap van Zweden tijdens de generale repetitie met het Rotterdams Philharmonisch Orkest in de Grote Zaal van de Doelen. Beeld anp

Het was niet zo dat ik de illusie koesterde dat ik zelf ooit maar iets zou klaarspelen bij de amateurdirigentenvereniging, maar ik was wel geïnteresseerd geraakt in hoe dirigenten dat nou deden: een orkest mooi laten spelen.

Gelukkig begon rond de tijd dat ik mijn eerste voorzichtige armzwaai maakte, een documentaireserie over Jaap van Zweden: Jaap van Zweden, een Hollandse maestro op wereldtournee. Daar werd ik volledig ingezogen. Jaap, of Jaahp, zoals iedereen in de serie hem noemt, want Jaahp is groot in New York en Texas en zo zeggen ze daar Jaap, is een genie. Dat wist ik al. Om hem aan het werk te zien, week in week uit, was iets ongelofelijks.

Jaap hoort wat de tweede harp van boven doet als een heel orkest keihard Mahler zit te brullen, en vraagt dan of die harp het derde nootje in maat 622 iets puntiger wil spelen. Jaap kan middels een beweging van zijn pink gecombineerd met een kort op en neer gaan van zijn rechterooglid aan alle altviolen duidelijk maken dat het tempo een fractie omhoog moet. Jaap heeft de knoet er nogal onder, maar aan het eind van een goed gespeeld stuk kan hij ineens heel tevreden lachen. En Jaap vliegt hierbij voortdurend van Hongkong naar Edinburgh naar Reykjavik naar Dallas en terug, richt en passant een huis voor autistische volwassenen op en moet dan ook nog - en dat leek me het zwaarste deel van zijn werk - de hele tijd lunches en nazitten bijwonen met steenrijke Amerikanen die concertzalen hebben gefinancierd.

Zaterdag was Jaap toevallig eens naar Utrecht gevlogen, dus ik daarheen. Ik zat in Vredenburg met vol zicht op Jaap en zag hem drie stukken dirigeren. Hij kwam op in het zwarte zijden Mao-pakje dat ik kende uit de documentaire. Ik herkende sommige van zijn bewegingen ook uit de serie. Het veeleisend roterende handje als de boel harder op gang moest komen. De opgetrokken wenkbrauw bij een opmaat.

Verder begreep ik, na al mijn weken les over hoe je een vierkwartsmaat moest slaan, twee uur lang helemaal niets van wat Jaap deed. Maar hij deed iets. Hij deed van alles. En het orkest speelde. Heel mooi. En aan het eind van het laatste stuk had Jaap het tevreden lachje dat ik kende van tv. En ik wist dat ik nooit zou begrijpen hoe dit alles in zijn werk ging, en dat dat juist fijn was.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden