Ombudsman Jean-Pierre Geelen

Ja, het verhaal van Sander Donkers leek op dat van Roald Dahl, maar plagiaat is het niet te noemen

Dat was vlot opgeschreven door ­Sander Donkers, twee weken geleden in zijn column in ­V Zomer. Voor wie het gemist heeft: bij de Gamma stond hij oog in oog met Frenkie, de ­kwelgeest die hem veertig jaar geleden op het schoolplein dagelijks een stomp verkocht. Bij de Gamma beraamde Donkers een wraakactie: hij zou hem ‘met z’n kop in die af­geprijsde wc-pot douwen’. Toen werd ‘Frenkie’ door een collega geroepen: ‘Ruudje, kom effe naar de ­verhuur.’

Leuke, verrassende plotwending in die laatste paar zinnen. Maar niet voor iedereen. Enkele lezers kenden het verhaal al, inclusief de wending aan het einde. Roald Dahl beschreef een soortgelijke gebeurtenis rond Foxley, de kwelgeest die hem in zijn schooljaren tot zelfmoordachtige neigingen bracht. Dahl kwam hem (in het verhaal) decennia later dagelijks tegen in de trein, en besloot erop af te stappen voor wraak. Totdat... u vat hem.

Enkele lezers vroegen zich af of dit toeval is, of wellicht plagiaat. Dat is een (te) groot woord. Hoe anders de lengte, woordkeuze en situatie ook, de plot toont onmiskenbaar overeenkomsten. Bij beide verhalen zit de wending in de laatste alinea.

Donkers reageert: ‘Ik heb als 14-jarige Dahl verslonden. Vooral zijn jeugdverhalen. Ik kan me ‘Foxley’ niet herinneren. Ik denk dat ik het nooit gelezen heb, maar dat kan ik nooit bewijzen. Ik was me er in elk geval niet van bewust bij het schrijven van deze ­column’. Zijn anekdote is echt gebeurd, verzekert Donkers. ­Alleen dat hij zijn Frenkie met z’n hoofd door de wc-pot wilde duwen, heeft hij verzonnen.

Er is geen reden hem niet te geloven. Toch is de reactie van lezers begrijpelijk: juridisch gezien kan het in andere woorden vertellen van hetzelfde verhaal een inbreuk zijn op auteursrecht. Zeker als er weinig ‘eigen’ elementen in voorkomen.

De twee verhalen verschillen sterk in lengte en woordgebruik; wat bij Donkers de Gamma is, is bij Dahl de trein waarin hij zijn kwelgeest tegenkwam. Zo zijn er meer verschillen. Bij een ‘onrechtmatige daad’ moet sprake zijn van schade bij auteursrechthebbenden. Dat lijkt me hier niet aan de orde.

Ook voor de hoofdredactie staat vast: geen plagiaat. De gebeurtenis is universeel, en is wellicht vaker beschreven door anderen, zegt de adjunct. Bovendien verschillen de bewoordingen te zeer. De halve ­wereldliteratuur is terug te brengen tot de mythologie, de Bijbel of het werk van eerdere grote schrijvers.

Hoe sterk de gelijkenis in anekdote ook, plagiaat wil ik het niet noemen, al helemaal niet in juridische zin. Voor journalistiek plagiaat moet op zijn minst sprake zijn van moedwillige diefstal, dat lijkt me hier ondenkbaar. Wie hoopt weg te komen met diefstal, zou wel oliedom zijn om te stelen van een wereld­beroemd auteur. Anders dan in een rechtszaal weegt in de journalistiek ook vertrouwen mee.

Het voorval illustreert hoe diffuus het beladen begrip ‘plagiaat’ kan zijn. Overeenkomsten kunnen op toeval berusten. Great minds think alike. In een vorig bestaan heb ik mijzelf eens geplagieerd – onbewust, in alle tevredenheid vrijwel dezelfde alinea geschreven als twee jaar eerder. De psychologie kent ook het begrip ‘cryptomnesia’: een vergeten herinnering dient zich opnieuw aan, nu als eigen ervaring of ingeving. Vermoedelijk is voor meer auteurs niet altijd even duidelijk waar in dit schemergebied de bron lag voor een column, zeker wanneer daar fictieve elementen in zitten. Dit voorval is voor elke columnist een goede aanleiding voor wat zelfonderzoek.

Over columns gesproken: niet elke lezer is blij met de invalcolumns deze zomer. ‘De Volkskrant heeft al veel te veel columnisten’, schrijft M.J. Langelaar. ‘Maar erger: ze moeten (blijkbaar) allemaal vervangen worden tijdens hun vakantie.’ De lezer raakt het spoor bijster, betoogt hij. Van sommige invallers had hij nog nooit gehoord. ‘De Volkskrant moet kiezen.’

De veelheid aan columns is een oude klacht. Het (te makkelijke) antwoord is: niemand hoeft alles te lezen. Maar de krant zou zuiniger mogen zijn.

Op de laatste columnistenmarathon traden 37 columnisten aan, niet eens het complete aanbod. De vijver stroomt voller, nu columnisten soms wekelijks door twee anderen worden vervangen. Het voordeel: onbekende stemmen krijgen een kans, de lezer wordt verrast. Maar een week is te kort om te wennen. Het neveneffect: inflatie van het columnwezen. Het unieke karakter vervaagt, terwijl het genre niet ieder is gegeven (helemaal niet erg). Voor ontdekken van talent bestaat een goed alternatief: de schaduwcolumn, niet ter publicatie. Een podium vol columnisten moet geen The Voice of Volkskrant worden.

Post van een Lezer

Waarom steeds een huilend kind?

Afgelopen zaterdag weer een artikel over vaccinatie. Bijna standaard plaatsen media, inclusief de Volkskrant, hierbij een foto van een huilend kind dat een injectie krijgt. Waarom wordt nooit gekozen voor een confronterende foto van een kind met mazelen? Wat is er dan mis aan het laten zien van ellende die men met vaccinatie voorkomt?

Bob Huisken

Een veel gehoorde klacht in het verhitte vaccinatie-debat. De ‘Chef Uit’ is vóór plaatsing van deze foto gewaarschuwd door de webredactie: online is veel kritiek op het plaatsen van zulke foto’s. De chef vond het een onschuldige foto, die de kortstondige pijn illustreert, maar ook de preventie. Een foto van een ziek kind is onhaalbaar:wie laat zijn doodzieke kind fotograferen? Om praktische redenen pakte de foto groter uit dan bedoeld. Overigens:bij de 25 artikelen over vaccinatie in deze krant dit jaar, werd slechts tweemaal een huilend kind afgebeeld.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.