Column Sylvia Witteman

Ja, dat milieu wás me er eentje, vroeger

Je hoort de laatste tijd veel over het klimaat. In míjn jeugd bestond er nog geen klimaat, maar wel iets dat er verdacht veel op leek: dat heette ‘het milieu’, en dat milieu was ‘vervuild’. De boosdoeners waren achtereenvolgens: 1. gemene fabrikanten die appels met gif bespoten (zodat de arme rupsjes dood gingen en vervolgens ook de vogels en de mensen); 2: gemene vrouwen die haarlak gebruikten uit gemene spuitbussen die gaten in de ozonlaag brandden; en 3: gemene, dikke, rijke mensen die in dure auto’s reden waarvan de uitlaatgassen ‘zure regen’ veroorzaakten, zodat eerst de bomen dood zouden gaan, vervolgens de dieren en ten slotte onherroepelijk de mensen.

Weldenkende lui, zoals mijn ouders, namen die dreiging erg serieus. Wij moesten appels dus altijd heel goed wassen voor we ze opaten, haarlak kwam er bij ons niet in (ook al omdat haarlak in de jaren zeventig alleen nog werd gebruikt door overrijpe prostituees in Waalse voorsteden) en wij reden uitsluitend in oude, lelijke auto’s, waarvan de uitlaatgassen geen kwaad konden oMmdat wij niet gemeen, dik of rijk waren.

Ja, dat milieu wás me er eentje, vroeger. Op school moesten we de hele tijd collages maken (collages waren bijna net zo hip als het milieu) met uit de Panorama gescheurde foto’s van auto’s, waar wij, kinderen, dan een dode vis en een creperend vogeltje naast tekenden (met kruisjes in plaats van oogjes), dit alles onder een sip kijkend geel zonnetje, linksboven in de hoek.

De Peugeot 504. Een populaire auto in de jaren '70. Foto ANP

Doodsbang werd ik er allemaal van. Ik waste mijn appels twee keer, met zeep, wierp boze blikken naar de grote dure auto van de buren en lag ’s nachts wakker van het besef dat de wereld binnenkort zou vergaan, terwijl mijn ouders beneden knus zaten te kettingroken voor de zachtjes sneeuwende zwart-wit-tv (kleuren-tv’s waren voor gemene, dikke, rijke mensen).

Het liep allemaal min of meer goed af met dat milieu, maar nu zitten we dus met dat klimaat, waar iedereen de hele tijd grote, lompe, ecologische voetstappen op achterlaat. Over haarlak en zure regen hoor je niemand meer, en auto’s worden steeds schoner, maar nu zijn vlees eten, houtkachels en vliegreizen de boosdoeners. Ik moet eerlijk toegeven dat ik gisteren naar Nice ben gevlogen, louter en alleen omdat het daar zo fijn is. Dat is niet netjes van me. Maar anderzijds: voor houtkachels is het in Nice veel te warm en vlees zal ik er ook niet eten, want ze hebben daar ontzettend lekkere vis.

We kunnen niet méér doen dan ons best. 

Meer over