Column Arie Elshout

J.R. was de doodgraver van het communisme

Waarover hebben de media het in de VS? Een gezaghebbend tijdschrift blikt terug op de crisis van de democratie, leest Arie Elshout met stijgende interesse.

Is de democratie stervende? Zo luidt de titel van een thema­nummer van het Amerikaanse tijdschrift Foreign ­Affairs. Normaal kunnen ze me voor elk ondergangsvisioen uit bed halen, maar nu zucht ik. Poeh, wat een saaie titel, wil ik hier wel aan beginnen? Op televisie hebben we het verslavende WK voetbal, de zomer is prachtig en op straat zijn de vrouwen op hun mooist. Maar goed, ik ga lezen, eens calvinist, altijd calvinist, een kind bovendien van het socialistische verheffingsideaal. Bij elkaar opgeteld betekent dat ‘doorleren’ tot in de vurenhouten kist.

En verrek, de arbeid loont toch weer. Al jaren zoek ik de hoofdschuldige van de ineenstorting van het Sovjet-communisme. Was het Reagan, Gorbatsjov, Walesa of paus Johannes Paulus II? Ik kwam er niet achter, tot nu. Al lezende stuit ik op een verrassende bekentenis: ‘Wij waren direct of indirect verantwoordelijk voor de val van het Sovjetrijk.’

Daar heb ik de dader(s). Maar wie zijn die wij? Zij zijn Larry Hagman en de makers van de Amerikaanse tv-serie Dallas. Daarin speelde Hagman de rol van J.R. Ewing, de sluwe schurk die niet alleen zijn vrouw Sue Ellen aan de drank hielp en zijn broer Bobby pestte, maar ondertussen ook fungeerde als doodgraver van het communisme.

Dit vergt enige uitleg. De naam van J.R. valt in een artikel van Yascha Mounk en Robert Stefan Foa, respectievelijk verbonden aan de universiteiten van Harvard en Melbourne. Zij beschrijven hoe de liberale democratieën in Noord-Amerika, Europa en Oost-Azië lange tijd economisch en cultureel dominant waren. Minderbedeelde wereldburgers waren jaloers, zij wilden dat hun landen zouden worden als het Westen.

Larry Hagman als J.R. Ewing in de tv-serie Dallas. Foto AP

In de Sovjet-Unie speelde Dallas hierbij een belangrijke rol. De Sovjet­televisie zond de soap in de jaren tachtig uit, de Russische kijkers begonnen hun armetierige bestaan af te zetten tegen de Amerikaanse rijkdom en aan het eind van het decennium was het gedaan met het Sovjetexperiment. Niet idealisme, maar ‘goeie, ouderwetse hebzucht’ deed de Russen rebelleren, concludeerde achteraf Larry Hagman. Hij zal er een beetje vals bij hebben geglimlacht, à la J.R..

Inmiddels hebben de liberale democratieën weinig reden meer tot lachen. Ze worden alom bedreigd: van binnenuit door populisten, van buitenaf door autocratieën. Binnen vijf jaar wordt de groep autoritaire landen rijker dan het democratische blok. Dat kan daarmee zijn voorbeeldfunctie en dominantie verliezen, somberen Mounk en Foa.

De Amerikaanse historicus ­Walter Russell Mead spreekt hen moed in. Volgens hem voelt het Westen momenteel de stress van enorme economische en culturele veranderingen. Er is de Informatie Revolutie. Mensen vrezen de disruptie van al het bestaande, de robotisering, ze zijn onzeker en politiek ongedurig. Het lijkt op de industriële revolutie. Als de Amerikanen in 1860 zou zijn verteld dat in de 20ste eeuw nog slechts 2 procent van de bevolking de kost zou verdienen in de landbouw, zouden zij zich niet hebben kunnen voorstellen dat nieuwe banen zouden bestaan uit het produceren van ‘Baby aan Boord’- stickers voor ‘paardloze voertuigen’. Het aanpassen aan een nieuwe wereld is altijd zwaar, maar ‘mensen zijn probleemoplossende dieren’, aldus Russell Mead. Kortom, kop op allemaal.

Arie Elshout is correspondent voor Europa en oud-correspondent in de VS.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.