Column Derk Jan Eppink

Italië trekt Nederland een EU-transferunie in

De komende Italiaanse regering wil vanuit de muntunie de Europese transferunie binnenrennen. Begrotingsregels moeten soepeler, de pensioenleeftijd omlaag, de begroting omhoog en een er moet een ‘basisinkomen voor armen’ komen, gefinancierd door de EU. Italië, de derde economie van de eurozone, is ‘too big to fail’. Boodschap: ‘Europa moet meebetalen.’

De muntunie werd in Nederland verkocht met de stellige belofte van ‘strikte begrotingsregels’. Duitsland en Nederland zouden geen betalingsinstantie voor Zuid-Europa worden. Die belofte werd gebroken om ‘de euro te redden’. Euro-noodfondsen verschenen. Italië groeide amper en de euro produceerde hoge jeugdwerkloosheid. Immigratie zet de Italiaanse samenleving nog meer onder druk. Een populistisch getinte coalitie won daarom de verkiezingen. Europa moet betalen. Al zou Noord-Europa Italië bijspringen met circa 5 procent van zijn bruto binnenlands product (bbp), is dat al snel 75 miljard euro. Wie kan dat betalen? En helpt het?

De transferunie dreigt, twintig jaar nadat de Tweede Kamer op 15 april 1998 de muntunie goedkeurde.

De handelingen van dat debat zijn leerzaam. Sleutelwoord: Italië. Veel fractieleiders waren sceptisch. VVD-fractieleider Bolkestein zei op 17 december 1996 over de ‘strikte’ begrotingsregels: ‘Ik zal deze in goud graveren en boven mijn bed hangen’. Als ze er nog hangen is het klatergoud. Bolkestein was voor uitstel van de muntunie. Dat kon niet: ‘voldongen feit’. D66-fractieleider De Graaf wilde een ‘beslissend euroreferendum’. Een eis met museumwaarde. Echter: ‘te laat’. Na Italië verminderde Griekenland zijn begrotingstekort op even creatieve wijze. Minister van Financien Zalm vond het ‘buitengewoon indrukwekkend’. Op 31 mei 2000 werd de motie van kamerlid De Haan (CDA) om Griekenland te weren afgewezen. De trein was vertrokken.

In de Volkskrant van 13 februari 1997 uitten 70 economen kritiek op de muntunie. Deze ‘Bende van Zeventig’ beweerde dat ‘te veel structurele verschillen’ een muntunie verscheuren. De politiek negeerde het: de euro was immers ‘gepasseerd station’. In het slotdebat van 1998 sprak niemand over een muntunie in nood: de herverdelende transferunie. Precies wat Italië ziet als redding. Italianen zijn pro-euro; niet met strenge begrotingsregels maar met een transferunie.

De Italiaanse politiek is niet in staat een transferunie Europees te agenderen. De Franse wel. Op 28 en 29 juni spreken Europese regeringsleiders over ‘verdieping van de muntunie’. De Franse president Macron stelde voor: een aparte begroting voor de eurozone, een Europese Minister van Financiën, een Europees Monetair Fonds (EMF), gemeenschappelijke schulden maken. Dit pakket transformeert de muntunie tot transferunie, zonder het te zeggen. Volgende maand beslissen regeringsleiders niet over alles. Wel over een beginpunt. De kameel komt binnen via de achterdeur, te beginnen met de staart. De rest volgt vanzelf.

Slaapwandelt Nederland nu een transferunie binnen? Premier Rutte staat waar premier Kok toen stond. Rutte hield 2 maart jl. een Europa-rede in Berlijn. Hij wil de muntunie enten op: ‘afspraak is afspraak’. Dat was 20 jaar geleden ook de belofte. Rutte is bereid tot een Europees Monetair Fonds, ‘onder voorwaarden’: noodleningen gaan alleen naar landen met een houdbare schuld. Die hebben dat niet nodig. Italië met een schuld van 130 procent van het bbp wel. Het EMF wordt dus een ‘backstop’: een algemene pot voor iedereen in nood. Met het EMF komt de staart van de kameel binnen. ‘Voldongen feiten’ volgen.

Nederland heeft weinig ervaring met transferunies, in tegenstelling tot België. Hoe groter financieel-economische en culturele verschillen, hoe minder draagvlak. De transferunie wordt bron van ruzies over geld. Een Europese transferunie veroorzaakt Europese conflicten. Tegen een hoge prijs. Kernprobleem: Italië kan de muntunie niet aan; Europa een transferunie niet.

Het debat van 1998 kaderde in de ‘Europese droom’: meer integratie, uitbreiding en globalisering. Dit zou de ‘Europese eeuw’ worden. Nu overheerst stagnatie, zelfs desintegratie. De EU is het over vrijwel niets eens, behalve over Trump. Nederland kan aan een transferunie ontkomen als de Kamer, in tegenstelling tot 20 jaar geleden, ‘nee’ durft te zeggen. Tegen de staart van de kameel.

Derk Jan Eppink is senior fellow bij het London Policy Center in New York.

(Op 24 mei houdt de auteur een symposium over dit thema in Nieuwspoort, met als gastspreker professor Markus C. Kerber; registratie: info@mwenb.nl.)

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.