Column Jarl van der Ploeg

Italianen zijn te ijdel voor dronkenschap. Op het moment suprême dienen zij controle te behouden over het uiterlijk

Omdat ik deze maand Aaf Brandt Corstius mag vervangen, maar niemand mij tijdens mijn studie journalistiek heeft uitgelegd hoe dat eigenlijk moet, besloot ik mijn dag te spenderen zoals ik denk dat columnisten hun dagen nu eenmaal spenderen, namelijk door rond te dralen op straat in de hoop een grappig, veelzeggend gesprekje te kunnen afluisteren. 

Wilt u dit verhaal liever beluisteren? Hieronder staat de door Blendle voorgelezen versie.

Dat mislukte, vooral omdat in Rome iedereen te scooter door de straten jakkert, waardoor je niets hoort tijdens je banjertochten. Omdat ik ook geen schattige kinderen noch katten bezit, besloot ik daarom voor de laatst overgebleven columnistenoptie te kiezen, te weten: de optie-Carmiggelt. Daarbij dient een columnist zich naar de dichtstbijzijnde kroeg te bewegen, alwaar de goedkope inspiratie vanzelf tot hem komt in de vorm van een dronkelap die een echtelijke ruzie aan het wegdrinken is.

De kroeg was leeg. Tuurlijk was de kroeg leeg.

Het behoort wat mij betreft tot een van de twee grootste mysteries van dit land. Hoe is het mogelijk dat Italianen, met hun pizza’s en pasta’s en ijsjes en tiramisu’s, niet het dikste volk ter wereld vormen? En vooral: hoe komt het dat een volk dat zoveel Chianti, Barolo, Prosecco en Limoncello produceert, niet continu in de lorum is? Het antwoord op de eerste vraag is de zomer. Wie zichzelf drie maanden per jaar in hele kleine stukjes badstof tentoonstelt aan klasgenoten, collega’s en geliefden in spe, kan zich simpelweg geen flubberbuik permitteren, laat staan flubberbillen.

Het antwoord op de tweede vraag is complexer, maar ligt besloten in de blik waarmee Italianen laveloze Hollanders gadeslaan die zich volledig laten vollopen tijdens hun stedentripjes naar de Eeuwige Stad. Het is een blik waarin het onbegrip strijdt met de walging, want waarom zou je je opdirken voor een avondje uit, hakken aandoen en een mooi jurkje laten stomen, om vervolgens als een malloot te dansen in een nachtclub of, godbetert, brakend in de goot te eindigen? 

Italianen zijn te ijdel voor dronkenschap. Een volk dat zoveel aandacht besteedt aan uiterlijk, wil juist op het moment suprême de controle behouden over dat uiterlijk. Overigens geldt dat ook voor het innerlijk: een volk dat zichzelf zo graag hoort praten als de Italianen, kan zich geen dubbele tong veroorloven. Zo simpel is het.

Omdat het weinig zin had in mijn eentje aan de toog te zitten, wandelde ik naar huis om daar maar wat maatregelen tegen de dorst te nemen. Aan de keukentafel opende ik op mijn e-reader een bundel met columns van de meester zelf: Simon Carmiggelt.

Daarin las ik een zalvende zin die deze eenzaam drinkende Nederlander, gesitueerd in een stad vol nuchtere Italianen, toch nog enige troost bracht: ‘De geheelonthouders hebben gelijk, maar alleen de drinkers weten waarom.’

Jarl van der Ploeg vervangt in juni Aaf Brandt Corstius.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 de Persgroep Nederland B.V. - alle rechten voorbehouden