Israel en de feiten

Verdraaien of selectief feiten aandragen is in het Midden-Oostenconflict helaas gangbaar

de opinieredactie

Yochanan Visser neemt Kamerlid Martijn van Dam de maat. Van Dam zou ‘gegoocheld hebben met feiten over Israël’. Visser zelf goochelt niet alleen met feiten, maar ook met cijfers, en het internationale recht goochelt hij zelfs bijna weg.

Over de onwettigheid van alle Israëlische nederzettingen in Oost-Jeruzalem, op de Westelijke Jordaanoever en op de Golanhoogvlakte, allen door Israël bezet gebied sedert 1967, bestaat volgens het internationale recht geen twijfel.

Efrat
Internationale juristen, de Verenigde Naties en het Internationaal Gerechtshof bevestigen dat deze illegaal zijn volgens de Vierde Geneefse Conventie. Dat Visser de nederzettingen als legaal ziet doet hier niets aan af. Visser woont en werkt overigens zelf als aannemer vanuit de illegale nederzetting Efrat, tussen Bethlehem en Hebron.

Visser ondertekent als ‘manager van de Israel Facts monitorgroep in Israël’. Deze ‘groep’ richt zich volgens haar website op de berichtgeving over Israël in de Nederlandse media. Zij bestaat uit een tiental Nederlandse Israëli's en Nederlanders die 'sympathiek staan tegenover de Staat Israël'.

Terreurmilitie
Het wordt niet duidelijk wie door Visser worden ‘gemanaged’, alleen zijn eigen naam en die van een zekere ‘Etsel’ komen op de website van Israel Facts voor. De naam Etsel is een pseudoniem, en gelijkluidend aan die van een joodse terreurmilitie uit de jaren veertig, die twee beruchte bloedbaden op haar naam heeft staan: de aanslag op het King David hotel in 1946 (91 doden) en de moordpartij op de inwoners van het Palestijnse dorp Deir Yassin in 1948 (ruim 100 doden). Zo’n pseudoniem kies je niet zomaar.

B'Tselem
Visser doet een poging de bronnen van Van Dam te diskwalificeren als ‘activisten’. Daaronder verstaat hij ‘Palestijnen’, VN-woordvoerders in Gaza en vredesactivisten in Israël. Visser diskwalificeert hiermee bijvoorbeeld de gerenommeerde Israëlische mensenrechtenorganisatie B’Tselem, die onlangs de Geuzenpenning heeft gewonnen. B’Tselem is een organisatie zonder primair politieke agenda en staat juist bekend om haar objectieve en feitelijke informatie.

Ook woordvoerders van internationaal gerespecteerde organisaties als de Verenigde Naties zijn voor Visser geen betrouwbare en neutrale bron. Het lijkt er sterk op dat Visser iedereen die zijn opvattingen niet deelt, bevooroordeeld acht.

Zo belicht hij één incident uit de recente oorlog tegen Gaza, de gebeurtenissen rond de mortierbeschieting door Israël in de onmiddellijke omgeving van een school in Jabalya. Visser suggereert dat van het oorspronkelijk verhaal niets deugt; Israël heeft de school niet beschoten. Dat klopt: de granaten landden dertig meter van de school en doodden daar 43 burgers, een feit dat Visser verdoezelt.

Verreikend
Visser hangt hier de verreikende conclusie aan op dat Van Dam vooringenomen is, omdat hij schrijft over ‘gebombardeerde scholen en universiteiten’. De feiten? De Islamitische Universiteit van Gaza is op 28 december zwaar gebombardeerd; volgens Unesco zijn bibliotheken en laboratoria van diverse als ‘universiteit’ aangeduide instellingen vernietigd; de Amerikaanse school is gebombardeerd; in het noorden van de Gazastrook zijn 7 scholen volledig verwoest, en ruim 150 basisscholen beschadigd, in de hele Gazastrook bij elkaar 240 scholen.

Ten onrechte zou van Dam spreken over een groot tekort aan voedsel en andere goederen. Visser schrijft dat vanaf 7 februari tot begin juni bijna 5000 truckladingen humanitaire hulp Gaza zijn ingereden. Dit klinkt indrukwekkend, maar volgens berekeningen van de Verenigde Naties zijn dagelijks ongeveer 500 truckladingen nodig voor het door oorlog verwoeste Gaza. Dit betekent dat wanneer de cijfers van Visser kloppen, er in de periode februari-juni minder dan 10 procent van het benodigde is binnengebracht.

Over de kolonisten en de nederzettingen brengt Visser van alles te berde, maar er klopt weinig van. Er zijn geen 260.000 kolonisten, maar ongeveer 500.000. Visser telt de geannexeerde Golan-Hoogvlakte en Oost-Jeruzalem niet mee. Hier wonen alleen al meer dan 200.000 kolonisten. De bevolkingsgroei in de nederzettingen onder de noemer 'natuurlijke aanwas', beliep in 2008 4.9 procent terwijl de groei in Israël zelf 1,8 procent was.

Onjuist
Visser beweert dat er in de afgelopen acht jaar geen nederzettingen zijn bijgebouwd. Dit is onjuist. In 2008 werd Maskiot gesticht, als thuis voor kolonisten die in 2005 uit Gaza zijn verwijderd. In Oost Jeruzalem is in 2008 op uitgebreide schaal verder gebouwd aan de nederzettingen Har Homa, Givat Hamatos en Pisgat Ze'ev. Dat de 121 nederzettingen legaal zijn, is een zelden gehoorde opvatting; over de 99 zelfs volgens Israël illegale ‘buitenposten’-veelal nederzettingen in wording- zwijgt Visser.

Het rapport van EU-ambassadehoofden uit 2008 over Oost-Jeruzalem concludeert dat Israël allerlei maatregelen neemt die de levensvatbaarheid van Oost-Jeruzalem als hoofdstad van een toekomstige Palestijnse staat ondermijnen. Met de bouw van nederzettingen, het vernietigen van Palestijnse huizen, de bouw van de muur en een discriminerend huisvestingsbeleid vergroot Israël haar aanwezigheid in Oost-Jeruzalem en verzwakt daarmee de Palestijnse gemeenschap in de stad.

Onwil
Het vredesplan ‘Roadmap’ uit 2003 was helemaal niet bedoeld om de nederzettingen te legitimeren, zoals Visser suggereert. De Palestijnen hebben de Roadmap onvoorwaardelijk geaccepteerd, Israël heeft die met 14 voorafgaande eisen zodanig belast , dat die het document zijn waarde geheel ontnamen. Een schoolvoorbeeld van Israëlische onwil om zelfs maar aan een vredesroute te beginnen.

Er zijn nog steeds 500 a`600 wegversperringen die het economisch leven op de Palestijnse Westoever verstikken; geen enkele van betekenis is opgeheven. Soms wordt er ‘s-morgens één opgeworpen, die ’s-avonds voor de TV-camera’s met veel bombarie wordt weggehaald. Tel uit je winst.

Mondjesmaat
Visser stelt dat er amper wegen zijn op de Westelijke Jordaanoever die niet toegankelijk zijn voor Palestijnen. B’Tselem berekende in juli 2008 dat 137 kilometer van de wegen op de Westelijke Jordaanoever niet toegankelijk is voor auto’s met een groene (Palestijnse) kentekenplaat. Voor 293 kilometer weg hebben Palestijnen een vergunning nodig, die moet worden aangevraagd bij de Israëlische militaire autoriteiten, en maar mondjesmaat wordt verstrekt.

Volgens Visser zijn de enige Palestijnen die zijn verdreven van de Westelijke Jordaanoever, de Palestijnse christenen in Bethlehem, en wel door interne –Palestijnse- terreur. Sabeel, een oecumenische Palestijnse organisatie, heeft in 2006 een groot onderzoek gedaan onder Palestijnse christenen. Hieruit bleek dat ruim 85 procent van de Palestijnen die emigreren dit doet om economische of politieke redenen. Palestijnse christenen worden dus vooral verdreven door de Israëlische bezetting en de beroerde economische omstandigheden die hieruit voortkomen.

Het artikel van Visser is een leerzaam voorbeeld van hoe men, door gebruik te maken van selectieve informatie en het negeren van het internationale recht, de Israëlische bezetting van Palestijns gebied legitimeert. Behalve van onderdrukking en geweld is die bezetting gebouwd op leugen, list en bedrog. Websites als ‘Israel Facts’ zijn opgericht om daar uit alle macht aan mee te doen.

null Beeld

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden