Israel bombardeert Iran niet

De Joodse staat zou het land van de ayatollah's willen aanvallen. Maar schijn bedriegt.

De aanval van Israël op Iran lijkt onvermijdelijk. De radicale militaristische elementen hebben in Iran, na de recente presidentsverkiezingen, de macht compleet in handen. Dialoog over het nucleaire programma tussen het Westen en Iran is zinloos en gedoemd te mislukken.

Zo voeren de haviken in het debat de druk op. Nu is dus het moment gekomen om in een klap de nucleaire ambities van het Iraanse regime met de grond gelijk te bombarderen. Al jarenlang wordt in de media druk gespeculeerd over een militaire aanval van Israël op Iran.

Reputatie
Maar waarom laat de aanval dan zo lang op zich wachten? Israël heeft toch de reputatie dat zij zich niet laat temmen door de internationale gemeenschap als het om haar nationale veiligheid gaat?

Het Israëlische bombardement op de Iraakse nucleaire installatie (Osirak) in 1981 wordt veelvuldig in de media als voorbeeld aangehaald. Deze geslaagde Israëlische precisieaanval voorkwam indertijd dat het vijandige regime van Saddam Hussein over nucleaire wapens kon beschikken.

Waarom zou Israël dit geslaagde recept dan niet opnieuw toepassen op Iran? Naast een tal van militair-strategische obstakels en geopolitieke beperkingen zijn er een nog 3 onderbelichte argumenten aan te voeren waarom het niet waarschijnlijk is dat Israël over zal gaan tot een militaire aanval op Iran.

1. Veiligheid garanderen van de joodse gemeenschap in Iran.

De veiligheid van de joodse gemeenschap in Iran is voor Israël een zeer belangrijke factor. In Iran woont (buiten Israël) de grootste joodse gemeenschap in het Midden-Oosten. Na de Islamitische Revolutie van 1979 is deze gemeenschap wel sterk afgenomen maar er bleef een harde kern over van ongeveer twintig duizend Iraanse joden.

De joodse gemeenschap heeft in het Islamitische Iran, net zoals andere religieuze minderheden, moeilijke periodes gekend. Toch erkent de Islamitische Republiek officieel de joodse gemeenschap als religieuze minderheid en krijgt zij hierdoor een permanente afvaardiging van één zetel in het Iraanse parlement.

Irak kende indertijd net als in Iran een grote joodse gemeenschap van ruim 130 duizend mannen en vrouwen. In tegenstelling tot Iran waren bijna alle Arabische joden tussen 1949 en 1952 massaal geëmigreerd naar Israël. Op het moment van het Israëlische bombardement op de nucleaire installatie was de gehele joodse gemeenschap, op enkele tientallen na, uit Irak vetrokken.

Hierdoor was Saddam Hussein niet in staat om vergelding te zoeken. De zorg bij de Israëlische overheid is dat een militaire aanval directe negatieve consequenties zal hebben op de veiligheid van de joodse gemeenschap in Iran.

2. De wens om in de nabije toekomst de historische & strategische banden met Iran te herstellen.

Beleidsmakers in Israël kijken nog met veel weemoed terug naar de periode ten tijde van de sjah. Voor de Islamitische Revolutie van 1979, onderhielden Iran en Israël nauwe strategische en economische banden. Het Perzische Iran van de Mohammed Reza sjah voer een zeer Westerse modernistische koers en viel in de directe invloedsfeer van de Verenigde Staten. Bovendien onderhield Iran evenals Israël problematische relaties met vijandige Arabische buurlanden zoals Irak.

Niet alleen waren het strategische en economische belangen die Israël en Iran bij elkaar brachten. Het gaat veel dieper dan dat. De banden tussen het joodse volk en Iran gaat ver terug in de historie tot de periode van koning Cyrus de Grote (538 v. Ch.). Deze ‘verlichte’ Perzische koning hergaf de joodse ballingen hun vrijheid waardoor zij terug konden keren naar hun vaderland.

Natuurlijk moet de betekenis van de verre en recente geschiedenis niet overschat worden. Veiligheid en het bestrijden van terrorisme zijn en blijven voor Israël als het erop aankomt natuurlijk belangrijker. Wel verklaart het de positieve relatie uit het verleden de wens om in de toekomst normale relaties met Iran te kunnen hervatten.

Onlangs verwoordde de Israëlische minister president Netanyahu tijdens een interview (Bild 21-06-2009) dat 'de Israëlische bevolking geen conflict heeft met het Iraanse volk' en sprak hij de hoop uit dat 'in de toekomst, onder een ander regime, de vriendschappelijke banden uit het verleden hersteld konden worden.'

3. Verandering in de Israëlische publieke opinie als gevolg van de Iraanse verkiezingen.

De beelden van de massale demonstraties en de daarop volgende brute onderdrukking ten gevolge van de ‘gestolen’ presidentsverkiezingen hebben ook de huiskamers van de gewone Israëli’s bereikt.

Voor het eerst zien ze dat een overgroot deel van de Iraanse bevolking niet kiest voor een radicale confrontatie koers. De roep van de Iraanse bevolking om meer openheid, vrijheid en democratie is een radicaal andere boodschap dan het gebruikelijke beeld van Iran waar men massaal ‘dood aan Israël’ scandeert.

De interne machtsstrijd in Iran is op dit moment binnen het regime nog volop gaande. Ook zal de bevolking deze gitzwarte dagen niet snel vergeten en ze blijven hopen op betere tijden. Een militaire aanval door Israël zou de hervormingsbeweging en hun roep naar meer openheid, vrijheid en democratie definitief de das om doen.

null Beeld
Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden