Column Arthur van Amerongen

Israël als een oude liefde die je lang niet hebt gezien

Arthur van Amerongen

Het was als met een oude liefde die je vijftien jaar niet hebt gezien. Onwennig zit je tegenover haar in de kroeg, bierviltjes verscheurend en elkaars rimpels, grijze haren en buiken keurend.

Het ijs breekt pas na de derde borrel. Je houdt haar hand vast, haalt herinneringen op aan vakanties, maakt de vertrouwde grappen over de schoonouders en na zes borrels komt zelfs de geilheid weer terug.

Bij de tiende borrel weet je waarom de relatie gedoemd was te mislukken, erger je je dood aan de tics, de dwangneuroses en aan het gelul over haar kinderen en/of haar nieuwe vrijer.

Als je dan rond sluitingstijd de kroeg uit stommelt, slaak je een diepe zucht en terwijl je tegen een boom piest denk je: godskolere, mij is veel leed bespaard gebleven.

Zo verging het mij min of meer met Israël. 

Ik had er tegen opgekeken, tegen het weerzien. Onze wittebroodsweken hadden te lang geduurd. Van 1980 tot ergens begin 2000 was ik in de ban geweest van het land. Privé maar ook beroepsmatig. 

Ik was opgelucht toen ik definitief vertrok. De pijp was leeg. Het waren gouden jaren maar ook tropenjaren. 

Bij aankomst in Tel Aviv voelde ik me tuinman Chance in Being There van Jerzy Kosinsky. Ik doolde over de luchthaven, herkende niets meer terug. De trein van Ben Goerion naar het centrum van Tel Aviv was nieuw voor mij. Ik vergaapte mij aan de billen en borsten, ergerde me als vanouds aan het geschreeuw en het voordringen. 

Daardoor stapte ik een halte te laat uit, bij de universiteit. Toen moest ik alsnog een taxi nemen. Goedkoop is duurkoop. 

De eerste nacht haalde ik door met Waterdrinker en oude vrienden in een ranzige kroeg in de Dizengoffstraat. Tegen het ochtendgloren waggelde ik over het strand naar mijn hotel. 

Bejaarden waren aan het gymnastieken en er leek niks veranderd in veertig jaar. Een heerlijk moment: strontlazarus verdrinken in een zee van herinneringen. 

Maar er was ook het besef dat ik bijna 60 ben en met negen tenen in het graf sta.

De hipheid van Tel Aviv stond me nu tegen. Ik dacht aan thuis, waar boerenjongens Ronaldo na-apen en denken dat dat cool is. 

Ik was blij dat ik niet langer in de zelfverklaarde navel van de wereld woonde.

Ik was ook trots op mijn ex. Ze was volwassen geworden. Nog steeds ‘the Jew among nations’ maar zelfbewuster dan ooit. 

Ze heeft mij niet meer nodig. 

Sjalom goodbye Beeld Gabriël Kousbroek
Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 de Persgroep Nederland B.V. - alle rechten voorbehouden