LezersbrievenZaterdag 4 januari

Islamitische renaissance, een sympathieke illusie

De ingezonden lezersbrieven van zaterdag 4 januari.

Beeld Sjoerd van Leeuwen

Brief van de dag

Hoe sympathiek ik de oproep van Fouad Laroui tot religieuze tolerantie ook vind, ik ben bang dat hij een roepende in de woestijn is en dat voorlopig ook zal ­blijven (Opinie & Debat, 3 januari).

Zoals hij immers zelf stelt, is religieus fundamentalisme vrijwel altijd een ­uiting van sociale frustratie, een uitlaatklep voor al die mensen die maatschappelijk gezien weinig of niets te verliezen hebben en voor wie terreur de enige manier lijkt om nog enige zin te ­geven aan hun uitzichtloze bestaan.

En als ik kijk naar de toenemende sociale ongelijkheid in de wereld, vrees ik dat dit probleem in de toekomst alleen maar groter wordt.

Aan een oproep tot verdraagzaamheid en een ‘islamitische renaissance’ zal een wanhopig iemand als een jihadist zich weinig ­gelegen laten liggen.

Liever legt hij zijn oor te luister bij een ‘profeet’ uit eigen kring, die hem niet alleen gouden bergen belooft, maar hem tevens voorziet van een ‘identiteit’, een ­gevoel van trots en eigenwaarde.

A.L. Kort, ’s-Heer Hendrikskinderen

Groene toekomst

Dat artikel van Mac van Dinther in de Volkskrant van 2 januari: wát inspirerend. Wat kan Nederland er over honderd jaar goed uitzien als we de plannen van deze Wageningse wetenschappers uitvoeren en op een totaal andere manier ons leven gaan inrichten, met meer oog voor wat werkelijk belangrijk is. Ik krijg bij deze zin om mijn mouwen op te stropen en zelf alvast aan de slag te gaan.

Janny Jonkers, Winsum

Overbevolking

Wageningse wetenschappers schetsen in een kaart hoe Nederland er in 2120 zou kunnen uitzien (Ten eerste, 2 december). Klinkt allemaal fantastisch.

Maar wordt er niet aan het allergrootste probleem voorbijgegaan? De over­bevolking. In 2120 een toename van 3 miljoen inwoners, moet daar geen oplossing voor worden gezocht?

Nu kun je op de weg al geen kant meer op en is er huizenschaarste. Over honderd jaar hebben ze daarvoor vast ook allerlei oplossingen gevonden.

Betty Daniëls, Amsterdam

MeToo – en de universiteit dan?

Graag reageer ik op het achtergrondstuk van Anne van Driel. Het is al ruim twee jaar geleden dat de MeToo-beweging op gang kwam. Niet verwonderlijk dat eind 2019 voor diverse media aanleiding was om voorzichtig de balans op te maken van deze grote schoonmaak.

Grote namen vielen, een schaamtecultuur zou om zeep zijn geholpen en zowel mannen als vrouwen zijn bewuster geworden van hun grenzen. ‘Een historisch keerpunt’, volgens Volkskrant-filmjournalist Floortje Smit. Prachtig.

Heus, maar hoe oorverdovend stil is het in het oog van de storm? Op de plek waar, als u het mij vraagt, de grootste beerput te vinden is: onze universiteiten.

Op enkele incidenten na (een UvA-hoogleraar en een verdwaalde oncoloog) zit iedereen nog stevig op zijn plek, ­gezapig ingebed in die honderd jaar oude hiërarchische structuur. Ik was zelf werkzaam op een Europese universiteit en ken daarnaast vele Nederlandse (oud-)collega’s, vrienden en familieleden met elk hun verhalen.

Het zijn niet alleen studenten die last hebben van grensoverschrijdend gedrag: ook wetenschappelijk medewerkers, zoals PhD’s, postdocs, onderwijzend personeel en andere universitaire werk­nemers. Mensen zoals u en ik, die met woorden en fysiek ongewenst gedrag worden geschonden in hun eerbaarheid. Mensen die naar hun werk gaan met een knoop in de maag of erger. Ik hoop dat MeToo eens grondig gaat razen door de ivoren torens en gangen van deze hiërarchische instituten!

Kyra de Korte, Nijmegen

Geestelijke overvloed

Wat een wonderlijke visie: ‘De baby­boomers en hun nazaten leven in ­geestelijke schraalheid te midden van materiële weelde’, zoals Sander van Walsum schrijft in zijn eindejaarscommentaar (O&D, 3 januari). Hij wijt het aan de leegloop van de kerken.

Huh? Ik zie op dit moment juist een ­gigantische geestelijke rijkdom in onze cultuur. Alle wijsheidsliteratuur van millennia van over de hele wereld, tot voor kort voorbehouden aan ingewijden, is voor iedereen beschikbaar, het meeste gratis op internet. Een stortvloed aan ­spirituele boeken en tijdschriften stroomt elk jaar weer van de persen, vaak genoeg van hoog niveau. Alles wat je hartje begeert op spiritueel gebied is overvloedig te koop, te volgen of te ondergaan, van hot yoga tot ascetische zenmeditaties, van lichaamsgerichte therapie tot channeling.

En je kunt ook nog gezellig naar de good old kerk als je daar zin in hebt.

We baden in geestelijke weelde. En ­iedereen mag het helemaal zelf invullen. Die persoonlijke vrijheid is toch geen schraalheid?

Lisette Thooft, Rotterdam

Niet oké, boomer

‘Oké boomer’: een goed en nuancerend artikel vrijdag in de Volkskrant (O&D, 3 januari).

Maar het uitgangspunt om de verantwoordelijkheid voor alle gegroeide misstanden bij één generatie te leggen, is te simpel.

Neem bijvoorbeeld Farmers Defence Force (FDF). Dat zijn voornamelijk jonge boeren, die van geen klimaat- of stikstofcrisis willen weten. Ze willen daaren­tegen doorgaan met de industriële landbouw, zoals die enkele generaties ­geleden in gang is gezet. Een heilloze weg, weten we nu.

FDF schuwt echter geen enkele wijze om het eigen grote gelijk rond te bazuinen. Ik mag toch hopen, dat ze niet ­representatief zijn voor hun generatie.

Pierre Daanen, Amsterdam

Boomeren maar

Het boomerdiscours wordt steeds interessanter, vooral omdat er steeds weer nieuwigheden worden ontdekt waar ik (want uit 1950) verantwoordelijk voor ben.

We hadden al het dikbetaalde pluche waarop we met onze welvarende achterwerken bleven plakken, onze ongehoord vuige opgepotte winsten op toentertijd goedkope huizen en de mislukte ­seksuele erfenis van de hasjrokende ­spiegeltjesjurkenflowerpower. Ik deelde de lakens uit en heb nooit ergens moeite voor hoeven doen.

Daar zijn nu volgens Sander van Walsum bijgekomen de afkorting lhbti, die wij welluidender hadden moeten maken, de huidige geestelijke schraalheid, de mislukte migratiepolitiek en het georganiseerde wantrouwen van de doorgeslagen wet- en regelgeving.

En dan hebben we de naaktfoto’s van Baudet, het paardenprogramma van Britt, de eikenprocessierups en de baard van de koning nog niet eens gehad. Ik vind dat helemaal oké.

Laten we afspreken dat we voortaan alles wat mis is met Nederland gewoon meteen boomeren. Dan komt er veel energie vrij, die anders maar verdampt in intelligente analyse, creatieve oplossingen en saamhorigheid. En wacht verder nog een paar jaartjes rustig af. Dan zijn wij ­gelukkig allemaal dood.

Trees Roose, Haren

Hoelang nog?

De Volkskrant van 2 januari 2020 kopte met ‘Hoelang nog?’. Voor de zoveelste keer was het een verschrikkelijke jaar­wisseling en dat allemaal vanwege dat vermaledijde vuurwerk.

Een greep uit de gebeurtenissen. Twee volwassen mannen verloren hun gezichten. Een Rotterdamse oogarts noemde de nieuwjaarsnacht een horrornacht. Twee jongetjes van 12 en 13 jaar veroorzaakten met vuurwerk brand in een flat, een vader en zijn zoontje overleden, een moeder en haar dochtertje belandden in het ziekenhuis. 17 miljoen euro is er aan vuurwerk uitgegeven.

Columnist Marcia Luyten schreef (O&D, 2 januari): ‘Praktijken, die lang de gewoonste zaak van de wereld waren, worden onaanvaardbaar. De nieuwe maatschappelijke consensus wordt voorafgegaan door protest en conflict. De ‘slechte gewoonten’ worden pas afgeschaft wanneer we ons ervoor gaan ­schamen.’

En dat doe ik. Met het schaamrood op de kaken. Het kabinet-Rutte, dat vaak een gebrek aan visie wordt verweten, moet het lef hebben aan het begin van 2020 voor het gehele land een algemeen vuurwerkverbod af te kondigen.

De Nederlandse bevolking kan daaraan een jaar lang wennen, om vervolgens aan het eind van dit jaar van een andere, rustiger jaarwisseling te gaan genieten. Het schaamrood zal dan in het komend jaar langzaam verbleken.

Klaas Pietersen, Eindhoven

Hoelang nog? (2)

De berichtgeving in de Volkskrant over vuurwerk is eenzijdig. Op de voorpagina van 2 januari stond als kop ‘Hoelang nog?’. Daarmee betoont de krant zich meer een anti-vuurwerkactivist dan een objectieve verslaggever van de discussie over vuurwerk. In zo’n discussie zijn er meerdere kanten. Zo zijn er veel mensen die legaal en verantwoord vuurwerk afsteken en die daar plezier aan beleven. Anderen beleven er plezier aan om ernaar te kijken.

Maar naar dit aspect (genoegen en ­plezier voor veel mensen) legt de Volkskrant weinig nieuwsgierigheid aan de dag. Een overgrote meerderheid van de bevolking zou voor een vuurwerkverbod zijn, maar tegelijkertijd is er voor 77 miljoen aan vuurwerk verkocht, weer meer dan vorig jaar. Hoe is dat met elkaar te rijmen?

Judith de Groot, Amsterdam

Bloemetje

Mijnheer Grapperhaus, wellicht kunt u bij wijze van goed voornemen ‘over­wegen’ om bij alle brandweerkazernes, politiebureaus, ziekenhuizen en nabestaanden langs te gaan om uw excuses aan te bieden voor de mensonterende zooi waaraan ons land jaarlijks wordt prijsgegeven om de jaarwisseling te ­vieren.

En als u toch op pad bent, kunt u wellicht ook even wat revalidatiecentra aandoen. Met één oog kun je nog best van een bloemetje genieten.

Jan Tazelaar jr., Leiden

Vuurwerkutopie

Is men er zich in Nederland van bewust dat vuurwerkgeweld geen norm is? In steden als Valencia, Málaga, Londen, New York en Miami wordt in het openbaar ­helemaal geen vuurwerk door particu­lieren afgestoken. In die steden geen ­warzone zoals in Den Haag. In genoemde steden is er hooguit een georganiseerd vuurwerk.

Ik lees dat de gemeente Den Haag rept van een nacht zonder ernstige incidenten. Ik lees 38 auto’s uitgebrand, doden in Arnhem, een record aan oogletsel in Oogziekenhuis in Rotterdam, een recordverkoop van vuurwerk.

Stop met die zogenaamde traditie die geen traditie is. Vrijwillig afstand doen van die walgelijke waanzin is een utopie. Overheid, toon moed, grijp in.

Anton van Rijn, Rotterdam

Vlegeltjes

Iedereen weet: vuurwerk verbieden gaat niet werken. Trek onze jongetjes van 10 van het beeldscherm weg, ga met ze naar buiten en laat ze weer vuurtjestoken. Geef ze een pijl en boog, een zakmes en een schietgeweertje. En hou ze in de gaten, die vlegeltjes. Dan zullen ze later niet meer de behoefte hebben om vuurwerkbommen naar hulpverleners te gooien.

Want alles wat je onderdrukt wordt groter.

Eugène Beeren, Aarle-Rixtel

Stemwijzer

Laten we vanaf de komende verkiezingen een vraag in alle stemwijzers opnemen hoe politieke partijen denken over een landelijk verbod van oudejaars­vuurwerk.

Jan Crienen, Nijmegen

Alcohol

Waarom hebben we het bij Oudjaar niet over de gevolgen van alcohol: de ­bezopen figuren die vernielen, agressief worden en hulpverleners belagen?

Vuurwerk leidt tot ellende, maar ­alcohol ook.

Anita Hamelink, Zwolle

Woord van 2020

Wat mij betreft mag het woord ‘nieuwjaarsbegroetingsstress’ van Peter de Waard (Economie, 2 januari) meteen op de keuzelijst voor het Woord van 2020.

Evert van den Berghu, Breda

Het okselprincipe

Jarenlang duurde de roep om het gebruik van video bij de arbitrage in het voetbal. De techniek was allang zover en in andere sporten werden videobeelden succesvol toegepast. Publiek, spelers, ­coaches en analytici waren vóór, maar de beleidsbepalers hielden verandering halsstarrig tegen. Totdat het argument ‘sport is emotie en verkeerde beslissingen horen erbij’ het uiteindelijk aflegde tegen de gewenste eerlijkheid.

En eerlijker is de sport geworden, verandering bleek vooruitgang. Zware, met geel bestrafte tackles kleuren rood, niet geconstateerde overtredingen leveren alsnog een vrije trap op, onterechte doelpunten worden afgekeurd. Ook vanwege buitenspel, een regel die altijd voor discussie heeft gezorgd en als nauwelijks te handhaven werd beschouwd. Eindelijk is die handhaving een feit en nu ‘bederft de VAR het voetbalplezier’ (O&D, 3 januari).

Je kunt het de videoscheidsrechter toch niet kwalijk nemen dat hij de regels toepast en de techniek benut die hem hiervoor aangereikt is? De check met speciale software gaat inderdaad ver, maar het is een logisch voortvloeisel. Het terugfluiten van een met twee benen buitenspel staande speler vinden we terecht. Ook één been is buitenspel. Een baard en ja, ook de bekritiseerde oksel. De enige grens die de grensrechter kan leggen, is die van de letterlijke spelregel. Leuk of niet leuk. Zelfs dat laatste is arbitrair: waar blauw wordt benadeeld, juicht rood. En andersom.

Sport is nog steeds emotie en goede beslissingen horen erbij.

Marcel Verspeek, Rotterdam

Mein Führer

Vreemd genoeg ontbreekt in het artikel ‘Dolle pret met Hitler’ (V, 2 januari) een eerdere Duitse bijdrage aan het genre: Mein Führer van de Joodse schrijver en ­regisseur Dani Levy. Zijn afkomst speelde wellicht een rol bij de acceptatie van de film. De première in 2007 was blijkbaar zo bijzonder, dat zij onderwerp van het Nederlandse journaal werd.

Henk Gommans, Swalmen

Vrouwelijke kunstenaars

Mooi, die artikelen over vrouwelijke schilders. Maar jullie vergeten een hele belangrijke, namelijk Charley Toorop (1891-1955), dochter van Jan Toorop en moeder van Edgar Fernhout. Haar schilderijen, ook wel deels geduid als Bergense School, zijn heel indrukwekkend. Daarnaast ook Else Berg (1877-1942).

Marga de Geus, Egmond

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden