Islamhaat is niet hip

Laten we elkaar alsjeblieft niet gaan aanpraten dat een beetje discriminatie en islamhaat tegenwoordig nou eenmaal hip is en er bij hoort.

Anet Bleich

Afgelopen maandag was het vijf jaar geleden dat filmmaker en columnist Theo van Gogh werd vermoord. Een afschuwelijke gebeurtenis, die een traumatiserend effect op de samenleving heeft gehad. Vooral omdat het de tweede politieke moord in twee jaar tijd was. En ook omdat menigeens ergste nachtmerrie werkelijkheid was geworden: de moordenaar, Mohammed B., was een radicale, jihadistische moslim.

Schok
De schok die de moorden op Pim Fortuyn en Theo van Gogh hebben veroorzaakt, davert nog steeds na. Logisch, even logisch als de angst die tal van Nederlanders voelen voor die radicale variant van de islam. Al sinds de aanslagen van 11 september 2001 in New York, maar sterker geworden door de gebeurtenissen in eigen land.
De angst voor, en afkeer van, moslims die geen andere regels erkennen dan die van hun eigen godsdienst en menen dat geweld geoorloofd is, is volkomen terecht. Op mondiale schaal betreft het een kleine, zij het niet verwaarloosbare stroming, die we zich zien manifesteren in Afghanistan, Pakistan en incidenteel, zoals tijdens de Deense cartoonrellen, ook elders.

Miniscuul

In Nederland zijn de aanhangers van deze jihadistisch-salafistische richting heel erg gering in aantal. Ook deze eenlingen en minuscule groepjes kunnen gevaarlijk zijn, dat heeft Mohammed B. afdoend bewezen. Maar het zou van onzuiver denken, zelfs van demagogie getuigen om deze islamitische sektariërs die alleen door hun bereidheid tot geweld enig gewicht in de schaal werpen, losweg te identificeren met ‘de’ moslims, of met de islam.
De overweldigende meerderheid van de uit islamitische landen afkomstige migranten hier te lande combineert haar godsdienst met een heel gewoon burgerlijk bestaan of is langzaam aan het seculariseren. Hun wordt grof onrecht aangedaan als ze met argwaan, angst of haat worden bejegend, omdat ze hun religie delen met eerder genoemde gewelddadige types. Zulke ongefundeerde vooroordelen zijn ook belemmerend voor integratie en culturele dialoog. Dat begrijpt ieder mens die de moeite neemt meer dan een minuut over de kwestie na te denken. Zou je zeggen. Helaas is dat een veel te zonnige visie.

Onbegrip

Hysterisch onbegrip duikt met grote regelmaat op als het over de islam in Nederland gaat. Neem het artikel van Amanda Kluveld ‘Praat moord op Van Gogh niet goed’ . ‘Op sommige vormen van diversiteit’, schrijft zij, ‘namelijk dat mensen op straat worden afgeslacht vanwege hun mening over de islam, zitten wij niet te wachten.’ Is het heus? En wat zegt de afkeuring van deze ‘vorm van diversiteit’ (je moet er maar op komen om moord onder die categorie te rangschikken) over andere vormen? Niet ontzettend veel, lijkt me.
Kluveld beëindigt haar betoog met een blijkbaar schokkend bedoelde conclusie: ‘Vijf jaar geleden werd Theo van Gogh vermoord. Door een moslim, in naam van Allah.’ Eerlijk gezegd wist ik dat al, dat heeft de dader tijdens zijn proces namelijk gezegd. Maar wat is Amanda Kluvelds suggestie?
Veel erger dan dit type wonderlijke oprispingen is het feit dat het islambashen inmiddels een vaste plaats binnen het politieke spectrum aan het veroveren is. De Partij voor de Vrijheid van Geert Wilders heeft er haar hoofdpunt van gemaakt. Of het nu gaat om het reduceren van de Koran tot Donald Duckformaat, het tegengaan van migratie uit islamitische landen, het uitzetten uit Europa van ‘miljoenen moslims’ of het invoeren van een ‘kopvoddentaks’, de islam is een eeuwig dankbaar object voor het gebeuk van Wilders en de zijnen.

Gestook

En het ongelooflijke, het treurige, is dat zij met dit domme gestook groot electoraal succes blijken te hebben. Kennelijk zijn de politieke onvrede en angst voor de toekomst in ons land zo groot dat het Reizwort ‘islamisering’ doel treft en menigeen echt vreest dat Nederland wel eens door de moslims kan worden overgenomen. Of zoals een reaguurder het uitdrukte in het AOW-debat: ‘kiezen we voor onze ouderen of voor de moslims?’ Hersenschimmig.
Welke naam we het beestje precies geven: extreemrechts of islamofoob, discriminerend, of nog weer iets anders, kan mij niet veel schelen. Vast staat wel dat het bewust oproepen van angst en argwaan jegens een bepaalde godsdienstige groep, het vergroten van de kloof tussen ‘hullie’ en ‘ons’ moeilijk kan worden beschouwd als gewone, democratische politiek. Een groepering die zo politiek wenst te bedrijven, diskwalificeert zichzelf. En dat mag gerust hardop gezegd worden. Door politici, liefst door nog veel méér politici dan Alexander Pechtold en Eberhard van der Laan, al is elke zwaluw die duidt op de lente van een in de politiek terugkerend gezond verstand welkom.
Ook mijn eigen beroepsgroep, de journalisten, die zich zo graag en terecht opwerpen als controleurs van de macht en bewakers van de democratie hebben een belangrijke taak bij het signaleren van vervuiling van de politiek als gevolg van xenofobie en godsdiensthaat. Laten we elkaar alsjeblieft niet gaan aanpraten dat een beetje discriminatie en islamhaat tegenwoordig nou eenmaal hip is en er bij hoort.

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden