Column Nhung Dam

Is mijn zoektocht naar botten iets om me voor te schamen?

Ik miste de bouillon van mijn moeder; magische Pho vermengd met kruidnagel, kaneel en geroosterde ui. Ik besloot mijn eigen ­poging te wagen. Daarvoor had ik botten ­nodig, heel veel botten. Mijn slager in Amsterdam-Oost was dicht wegens vakantie, maar geen nood; in een tijd waarin mijn hele vriendenkring zich tot het ­veganisme heeft bekeerd, is er op iedere hoek gelukkig nog een slager te vinden (al was het maar voor de flexitariërs). Bij de vraag aan de slager verderop of hij botten had, keek hij me aan alsof ik een dooie hond achter me aan had gesleept. Hij verkocht malse biefstukken, prachtige staartstukken en onsjes mortadella. Nog steeds: geen nood.

‘Wát zoek je?’, vroeg de derde slager. ‘Ehhh’, fluisterde ik, doodsbenauwd dat de rij me zou horen. Ik pakte het recept van mijn moeder ­erbij: ‘Merg? Of iets met zo veel mogelijk pees, kraakbeen, de hele reutemeteut.’

Was mijn zoektocht naar botten zo raar? Iets om me voor te schamen? Ik werd door menig slager en medevleeseter aangekeken alsof ik een vieze vrouw was die zich verlekkerde aan gore troep. In alle culturen is er een traditie van bouillon trekken, zo hebben Engelsen hun brown windsorsoup, de Fransen hun consommé en wij Nederlanders onze ossenstaartsoep. We doen het al eeuwen, maar sinds enkele decennia past het niet meer in ons bestaan. Volgens de hippe foodies kampen wij sinds de bouillonblokjes met lekkende darmen, voedselallergieën en een tekort aan voedingsstoffen die alleen in bouillon terug te vinden zijn.

Een goede bouillon moet je minstens acht uur laten trekken met de grootst mogelijke aandacht en vooral: geduld, geduld, geduld. Er de tijd voor nemen. Mijn supermarkt staat vol met kant-en-klaarpakjes, wortelbolletjes, rijst­tafel-stoommaaltijden. Ik trek binnen drie minuten heel Azië uit mijn combimagnetron. In mijn drukke bestaan maak ik er dankbaar gebruik van. Nu heb ik heimwee, naar de soep van mijn moeder, naar mijn jeugd, naar de tijd waarin ik me nog fatsoenlijk wist te vervelen. Ik was moe van maximaal efficiënt te willen zijn.

Toen de heldere bouillon (een etmaal later) dampend in mijn kom lag, stond het beeld van de drijvende botten en de dansende pezen in de pan (maar vooral de afkeurende blikken van de slagers en mijn veganistische vrienden) me nog zó levendig bij, dat ik er geen trek meer in had. Ik moest de neiging onderdrukken een snelle maaltijdsalade te halen. Daarvoor in de plaats belde ik mijn moeder en dankte haar voor de ­culinaire onthaasttherapie. Maar ze had geen idee waar ik het over had en hing gestresst op. Haar langzaam gegaarde buikspek stond op het punt aan te branden.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.