Is #MeToo de kater na de grenzeloze jaren zeventig?

De stelregel 'niets moet, alles mag' had rampzalige gevolgen

Alles moest kunnen in de jaren zeventig. Wie zich bij de nieuwe seksuele vrijheid niet prettig voelde, was geremd en tegen vooruitgang. Volgens Sander van Walsum rekent #MeToo af met de hardnekkige restanten van deze moraal.

'De dominante opvattingen van de jaren zeventig waren geen opvattingen maar geloofsartikelen.' Beeld Pieter van Eenoge

Bij de vele #MeToo-gerelateerde stukken die in opmerkelijk korte tijd zijn verschenen, ging het om machtsmisbruik, om naming and shaming en om boetedoening. Maar het ging ook om de jaren zeventig. De tijd waarin veel in opspraak geraakte mannen werden gesocialiseerd. De tijd waarin de moraal die nu op de snijtafel ligt haar origine zou hebben gevonden.

Harvey Weinstein voerde het feit dat hij volwassen werd in de jaren zeventig zelfs aan als verzachtende omstandigheid voor zijn omgangsvormen met actrices. 'Alle regels over gedrag en de arbeidsplek waren toen anders', schreef hij. 'Dat was toen de cultuur.' Daarmee suggereerde Weinstein dat we zijn onderworpen aan de geest van de tijd waarin we jong en verliefd waren. Onzin natuurlijk. Wel is het zo dat de jaren zeventig zichzelf in mentale zin decennia hebben overleefd.

Zelfontplooiing

In fysieke zin is van de jaren zeventig niet zoveel meer over. De architectuur uit die periode - culminerend in het brutalisme - zit in de hoek waar de sloophamer met grote regelmaat valt. Videoclips van de toenmalige popidolen roepen vooral vertedering op. De mode van die tijd - gretig geciteerd in retro-televisieseries - is in haar buitenissigheid vooral lachwekkend. Maar mentaal galmen de jaren zeventig nog na.

De Amerikaanse historicus Christopher Lasch kenschetste de geest van die tijd in The Culture of Narcissism, dat in 1979 verscheen. Hierin betoogde hij dat de Amerikanen - maar hij had het evengoed over de West-Europeanen kunnen hebben - zich na de eruptie van politiek activisme in de jaren zestig waren gaan toeleggen op zelfontplooiing.

Het individu van de jaren zeventig had echter niets meer gemeen met de 'loner' van weleer. Integendeel: hij boetseerde amechtig aan een positief zelfbeeld, en was daarvoor volkomen afhankelijk van het applaus van anderen. Hij was dus geen individualist maar een groepsmens, niet minder dan de volgeling van een massabeweging. Met dien verstande, dat de groep moest voorzien in zijn behoefte aan waardering en bewondering. De cultus van het narcisme gedijde vooral in hiërarchische verbanden, waar de manager zich omringd wist door ondergeschikten die van zijn welwillendheid afhankelijk waren, en in de kunstwereld, waar groupies rondom hun idolen dartelden.

Zondigen tegen de tijdgeest

De geest van de jaren zeventig was er een van grote zelfgenoegzaamheid. Hij werd, door mensen die zich ermee identificeerden, in verband gebracht met positieve waarden. Met het losmaken van de 'benauwde' jaren vijftig - waarvan in de literatuur en in de overlevering een karikatuur werd gemaakt. Met ontkerkelijking, met vrijheid, spontaniteit en ruimdenkendheid. Die ruimdenkendheid kreeg een nogal dogmatische invulling. Mijzelf - ik ben 60 - heugt nog hoe klasgenoten die als kerkelijk waren ontmaskerd aan scherpe verhoren werden onderworpen, of anders wel belachelijk werden gemaakt.

Iedereen werd geacht deel te nemen aan de grote Vietnamdemonstratie in Utrecht (in 1973). Ulrike Meinhof had geen zelfmoord gepleegd, nee: zij was vermoord op last van de hoogste leiders van de Bondsrepubliek - de voortzetting van het Derde Rijk met andere middelen. 'Ulrike vermoord, de strijd gaat door', stond op muren in alle delen van het land gekalkt. Wie twijfels uitte bij de gangbare voorstelling van zaken werd naar het kamp van de reactie verwezen. Het kamp van Franco, Pinochet en Hans Wiegel. De dominante opvattingen van die tijd waren geen opvattingen maar geloofsartikelen. Van de stelligheid waarmee ze werden uitgedragen, ging iets intimiderends uit. Wie er geen deelgenoot van was, had het gevoel te zondigen tegen de tijdgeest - na de doodverklaring van God de hoogste autoriteit.

Sexbeurs Sexualiteit en menselijke relaties in de Rotterdamse Ahoy-hallen op 3 september 1976. Beeld Nationaal Archief - Spaarnestad

'Wees vooral niet lief voor elkaar'

De tijdgeest schreef ook 'ongedwongenheid' in de omgangsvormen voor. Tussen mannen en vrouwen, tussen docenten en pupillen, tussen meerderjarigen en minderjarigen. En dat was verwarrend, want tezelfdertijd was er ook machtsongelijkheid. De macht was weliswaar 'geïnformaliseerd' - je tutoyeerde je docenten - en de macht was niet langer aan een formele pikorde gebonden, maar er waren wel degelijk machthebbers. Dat zijn veelal de mensen die nu (al dan niet anoniem) in #MeToo-ontboezemingen figureren. De narcistische persoonlijkheden die, volgens Christopher Lasch, zichzelf groter willen voelen door anderen - letterlijk - te vernederen. Klein te maken.

Die machtsuitoefening kan verschillende vormen aannemen. Midden jaren zeventig bezocht ik - voordat ik zo verstandig was geschiedenis te gaan studeren - korte tijd een lerarenopleiding in Utrecht. Die had net een nieuw, inmiddels in ruïneuze staat verkerend, gebouw aan de rand van De Uithof betrokken waar studenten aan de nieuwste agogische inzichten werden onderworpen. Zo kon het gebeuren dat wij, aspirant docenten tekenen, op de tweede dag van onze opleiding door een docent met lang sluik haar werden uitgenodigd om zo bondig mogelijk op een bord te noteren wat wij van elkaar vonden.

'Wees vooral niet lief voor elkaar', voegde de docent, die Wim heette, daar aan toe. Ten overvloede, want de meesten van ons hadden hun mening allang gevormd. Zo verschenen achter de naam van een bedeesd meisje 'uit de provincie' de woorden 'EO-trut' en 'kuisheidsgordel'. De docent keek vergenoegd toe hoe ze bij de aanblik van deze kenschets in huilen uitbarstte. Hij had een 'sociale dynamiek' willen ontketenen, want waar dynamiek is, is leven. Mededogen was er slechts voor onderdrukte volkeren aan de andere kant van de wereld, niet voor veronderstelde EO-trutten.

De tekst gaat door onder de afbeelding.

Beeld Pieter van Eenoge

Partnerruil

Of de 'pupil-docent-verhouding' ook culmineerde in handelingen die nu als grensoverschrijdend zouden worden aangemerkt, weet ik niet meer. Maar de sfeer was er wel naar. Docenten vertelden, ook als daar geen aanleiding voor was, over hun ervaringen in de summer of love - op dat moment niet eens zo lang geleden - en het praktijkonderwijs bij de schilderezel ging gepaard met terloopse aanrakingen. Die hadden zoiets vanzelfsprekends, dat ik er geen acht op sloeg. Fysiek contact was onderdeel van de communicatie. Wie zich daar niet behaaglijk bij voelde, maakte dat niet kenbaar. In de gegronde vrees te worden beticht van geremdheid of gereserveerdheid. 'Waar ben je bang voor?', was een vraag die snel werd gesteld als het gebod van 'ongedwongenheid' op enige aarzeling stuitte. Als er een probleem was, lag dat bij de aangeraakte. Niet bij de aanraker.

Partnerruil was weliswaar geen gemeengoed, maar werd in verlichte kringen beschouwd als een mogelijkheid om te ontkomen aan de benauwenis van het huwelijk - ook zo'n instituut dat zijn langste tijd leek te hebben gehad. Getrouwde vrouwen herdefinieerden hun relatie volgens de nieuwste inzichten. Zo ging mijn moeder op een zeker moment leven volgens de stelregel 'niets moet, alles mag' - met rampzalige gevolgen voor haar huwelijk, haar echtgenoot en haarzelf. Bij feesten werd de vloer van de (verduisterde) feestruimte van plint tot plint met matrassen bedekt. Wie niet deed wat je daar werd geacht te doen, deed in elk geval alsof. Pedoseksualiteit gold als het volgende taboe dat zou sneuvelen. Als íéts de reactie op de ruimdenkendheid van toen kenmerkt, is het wel de werdegang van dát thema.

De nieuwe vrijheid

De jaren zeventig waren bij uitstek progressief - volgens een enge definitie. En tegen progressiviteit, in het gebruik het synoniem van 'vooruitgang', kun je onmogelijk bezwaar maken. Dus ook niet tegen avances van mensen die deze progressiviteit belichaamden. Daarin lag het dwingende besloten van de moraal van de jaren zeventig: ze stond voor het goede. Het positieve. Het vooruitstrevende. Daarom was het zo moeilijk ertegen te opponeren: je wendde je van de toekomst af. Je ontzegde jezelf de vruchten van de nieuwe vrijheid. Dat is mogelijk ook de reden waarom mensen die zich slachtoffer voelen van de moraal van die tijd zo lang hebben gezwegen.

Dat is wellicht ook de reden waarom de mensen die de moraal van de jaren zeventig uitdroegen zich zo lang onkwetsbaar hebben gevoeld en nu niet makkelijk tot een mea culpa zijn te verleiden: zij meenden lange tijd aan de goede kant van de geschiedenis te staan. Met rugdekking van de tijdgeest waren zij zich van geen kwaad bewust. Zowel grensoverschrijdend gedrag - of wat daar nu voor doorgaat - als de aarzeling om dat gedrag aan te kaarten, kan worden verklaard door het dictaat van ruimdenkendheid.

Achteraf grensoverschrijdend

Natuurlijk zouden veel mensen die zich hebben gemeld onder de banier van #MeToo met de kennis en de moraal van nu wat weerbaarder zijn geweest. Maar dat was nu juist het probleem: zij wortelden daarvoor mentaal nog te veel in de grenzeloze jaren zeventig. Zij wisten vaak niet of handelingen die zij als onaangenaam ervoeren daardoor ook ontoelaatbaar waren. Nu herontdekken zij hun verleden, en zien daarin misschien ook dingen die niet zijn gebeurd, of die anders zijn gebeurd dan zij zich nu menen te herinneren.

De vloedgolf van #MeToo heeft verkrachtingen en aanrandingen meegevoerd, maar ook voorvallen die met terugwerkende kracht als grensoverschrijdend werden aangemerkt. Alle getuigenissen tezamen hebben het karakter aangenomen van een ontlading. Van een behoefte om af te rekenen met een moraal waar heel veel mensen problemen mee hebben gehad - zonder zich daarvan altijd bewust te zijn geweest. Iets van dat ongemak klinkt door in de bezwering dat ze heus niet preuts of puriteins zijn. Daarvoor zijn ze zijn toch te veel geconditioneerd door de lange jaren zeventig. Ondanks alles.


Een selectie uit onze artikelen over #metoo

Bij seksuele intimidatie is sprake van een glijdende schaal. Maar in de discussie zit iedereen in zijn eigen groef. Hoe kun je die glijdende schaal beoordelen? Hoe kom je uit dat eigen referentiekader? Lezers over hoe nu verder in het #MeToo-debat.

'De bekentenissen op #MeToo over seksueel machtsmisbruik moeten leiden tot cultuurverandering', schrijft Hans Wansink in het Commentaar.

Waarom Saskia Noort haar verkrachting jarenlang stilhield

'Ik zweeg ook omdat ik merkte dat niemand op zo'n verhaal zat te wachten.'

'Ik heb het gedaan. Seksuele intimidatie en aanranding. Ik ben een deel van het probleem geweest en ik werk eraan om een deel van de oplossing te zijn.' De Amerikaan Neil Figuracion is een van de mannen die onder de hashtag #IHave een openbare biecht hebben afgelegd.

Sarah Sluimer reageert in dit opiniestuk op #MeToo: We beschermen ze, de mannen
'Het schuurt dat ik ooit met je werkte en me toen regelmatig ongemakkelijk voelde bij de toon van je nachtelijke smsjes en ellenlange mails. Iets dwingerigs, iets hijgerigs.'

Met de hashtag #MeToo delen duizenden Nederlandse vrouwen hun ervaringen met seksueel misbruik en intimidatie op sociale media. De actie moet seksueel geweld uit de taboesfeer halen, en aantonen hoe wijdverbreid het is.

Actrice Alyssa Milano begon met de hashtag #metoo op Twitter Beeld afp
Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.