Column De kwestie

Is Italië ineens de zieke man van Europa?

Als een Zuid-Europees land ruziet met Brussel, wordt er algauw een karikatuur van gemaakt. En dat geldt ook voor Italië dat Europa de Romeinse beschaving, de christelijke cultuur en de renaissance schonk en een stamvader is van de huidige EU.

Nu de coalitie van Lega en de Vijfsterrenbeweging de confrontatie zoekt met Brussel, wordt Italië de zieke man van Europa genoemd die weigert de voorgeschreven medicijnen van de EU tot zich te nemen.

Maar daarmee is weinig nieuws onder de zon. Italië lijdt sinds zijn ontstaan in de 19de eeuw aan chronische verkoudheid. Het is een soort lappendeken van regio’s gebleven, waar maffia, corruptie en bureaucratie gloriëren. Er is een relatief grote zwarte economie en in de Italiaanse politiek heerst steevast de chaos.

In de afgelopen 70 jaar had het land 65 regeringen, hetgeen betekent dat elke nieuwe regering een dik jaar de tijd heeft om iets van zijn voornemens waar te maken. Soms zijn de Italianen zo moe van het woord crisis dat ze Mussolini vergeten en een eigentijdse populist kiezen die belooft met harde hand wat orde in de chaos te scheppen. Na Silvio Berlusconi en Beppe Grillo is er nu Matteo Salvini. Meestal belandt Italië zo van de regen in de drup.

Wonderwel blijft het land werken: cultureel, gastronomisch en ook economisch. Italië heeft niet zoals Griekenland een tekort op de handelsbalans. Het land exporteert meer dan het importeert, hetgeen resulteert in een een overschot op de lopende rekening van 3 procent. Geen land is zo goed in de fabricage van luxe en stijlvolle producten en mondiaal geliefde voedingswaren.

De begroting is ook niet de chaos die de buitenwereld ervan maakt. In de afgelopen 25 jaar had Italië 24 keer een primair begrotingsoverschot (voor rentebetalingen) tegen Frankrijk maar 5 keer.

Tot nu toe maakt de nieuwe populistische Italiaanse regering als lippendienst aan het eigen electoraal veel lawaai – net als Trump – maar in de praktijk loopt het tot nu toe telkens met een sisser af. Op voorhand had de huidige regering aangekondigd zoveel uit te geven aan sociale voorzieningen, dat het begrotingstekort op zou lopen tot 7 procent van het bbp – ver boven de toegestane limiet van 3 procent. Dat is 2,4 procent geworden – 0,8 procentpunt hoger dan wat met Brussel was afgesproken.

De EU, die soms verslaafd lijkt te zijn aan crises, noemde dat ‘een zeer grote afwijking’, omdat de Italiaanse schuld (met 130 procent van het bbp na Griekenland de grootste van Europa) daardoor niet daalt.

Het grote probleem is echter niet de teller (de schuld zelf), maar de noemer. Het Italiaanse bbp is nog altijd 5 procent lager dan voor de crisis, terwijl die in andere landen gemiddeld 7 procent hoger is en in Duitsland zelfs 13 procent.

Als de economie zou groeien, daalt de schuld in percentage van het bbp vanzelf. Als Italië ziek is, komt dat door ondervoeding. Duitsland en Nederland hebben zich overvoed met extreme handels- en riante begrotingsoverschotten. 

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.