Is het wel netjes om zijn problemen zo publiekelijk uit te venten?

Foto de Volkskrant

Ik maak mij zorgen om een goede vriend. We kennen elkaar al een hele tijd, we konden het meestal goed vinden. Maar de laatste jaren heb ik steeds meer het gevoel dat hij afglijdt. Dat hij wegzakt. Soms denk ik zelfs dat hij gek wordt. Lang heb ik getwijfeld of ik over hem moest schrijven. Ik gun hem namelijk nog steeds het beste. Is het wel netjes om zijn problemen zo publiekelijk uit te venten? Maakt medelijden het niet juist erger? Geef ik geen munitie aan zijn talrijke vijanden? Wie weet. Maar hij heeft hulp nodig, dat is nu het belangrijkst. Bovendien: sinds afgelopen zondag heeft hij niets meer te verliezen.

Want daar zat hij. Pardoes, aan tafel bij Paul Witteman. Leg uit, vroeg die, wat heb je nou precies bedacht? En daar ging hij. Het moest een keer gebeuren, we hadden hem er in kleinere kring al vaker over gehoord. Erg vaak, zelfs. Tot vervelens toe. Maar dit was op televisie. In het hol van de leeuw. 'Cultuurmarxisme!', riep hij trots. En toen kwamen de namen. Pascal Bruckner, Jonathan Spencer, Antonio Gramsci, Maarten van Rossem, Ahmed Abóételep. Het publiek moest lachen, ze snapten het niet. Dat kon ook niet, want er was niks.

Het is geen complottheorie, probeerde hij nog. Dat is een frame! Voor de zoveelste keer probeerde hij uit te leggen dat een grote groep mensen bezig is om stiekem onze cultuur te vernietigen. Omdat ze die cultuur haten. Niemand heeft ooit zo'n persoon in het echt gezien, maar ze zitten overal. Dat merk je aan alles. Zijn ogen werden groter. 'Er is een verband tussen genderneutrale opvattingen en het hebben van seks in een relatie', vertelde hij. 'Genderneutrale gezinnen hebben minder vaak seks en bovendien is de seks ook minder bevredigend.'

Weer lachten de mensen in het publiek. Wat moesten ze anders?

Toen ik R. leerde kennen, was hij een vlotte bal met een sportwagen. Ik keek daar een beetje op neer, want beschaafde mensen hadden geen sportwagen. Maar na een tijdje ging ik inzien dat het een zekere charme had, die losse manier van doen. Een beetje schijt hebben. Grapjes maken. En vooral: die hang naar vrijheid, naar zelfredzaamheid. Geen betutteling, weg met dat correcte. En weg met religie natuurlijk, dat beviel mij ook uitstekend. Misschien had R. wel gelijk! Al snel raakten we bevriend - dat maakt het nu zo pijnlijk.

Gisteren was hij alweer op tv. Stond hij boven op een school, met een spandoek tegen de sharia. Ik zag het en begreep precies wat hij bedoelde: er moeten geen middelbare scholen komen die geleid worden door salafisten. De politieke islam is levensgevaarlijk, er moeten geen kinderen worden geïndoctrineerd. Uitstekend punt. Maar intussen stond hij daar wel op het dak van een school. Te schreeuwen. Met een bivakmuts op.

Nu zegt u: het is jouw vriend, spreek hem er lekker zelf op aan. Maar dat is heel erg moeilijk. Als hij kritiek krijgt, antwoordt hij: 'Dat was ik niet. Hoe dúrf je dat te beweren? Bovendien had ik best wel een punt, daar boven op die school.' Wat kun je dan nog zeggen?

'En trouwens,' gaat hij dan verder, 'mijn tegenstanders zijn nog veel erger. Denk aan Greenpeace, die hebben ook spandoeken. Of RaRa, de aanslag op Kosto! Praat je dat soms goed? Of wil jij mij soms ook al de mond snoeren?'

In Den Haag lijkt hij al jaren te floreren. Maar zodra hij aan de knoppen zit, lijkt hij een ander mens. Totale leegte, principes noch idealen. Beetje grijnzen, meer niet. Weg schwung, weg humor. Soms staat hij nog woedend voor de camera met knauwend Limburgse tongval, maar dan zie je in zijn ogen dat het vuur geblust is. Of hij gelooft ineens heel erg in God - wat moet ik daar nu mee? Onlangs kocht hij een chic pak en föhnde hij zijn haar. Er leek iets te gebeuren. Hij sprak Latijn, ontregelde de boel. Maar weer zakte hij weg: 'Cultuurmarxisme', riep hij boos. 'Hoera voor Donald Trump!'

Komt het ooit goed met mijn vriend R.? Vast wel. Hoe sneller hoe beter, wat mij betreft. Dus ziet u hem ergens, wees dan een beetje lief voor hem. Praat over leuke dingen, zoals sportwagens.

En alstublieft, wat u ook doet: niet lachen.