Is het te veel gevraagd om vast te stellen dat Marx tenminste voor een deel gelijk had?

Marx’ kritiek op de geldcultuur is de belangrijkste reden hem op zijn 200ste geboortedag te herdenken, betoogt Carel Zuil.

Karl Marx (1818-1883) Foto ANP

Op 5 mei is het tweehonderd jaar geleden dat Karl Marx in Trier ter wereld kwam. Met zijn geschriften zoals het vurige Communistisch Manifest (samen met Friedrich Engels) uit 1848 en Das Kapital (1867) zou hij de grondlegger worden van het communisme en de sociaaldemocratie, stromingen die in ieder geval in de vorige eeuw de loop van de geschiedenis sterk bepaalden.

Kunnen we in onze tijd nog iets van Marx leren of is het marxisme niets anders dan een achterhaalde geschiedenis? Er vinden ontwikkelingen plaats in onze maatschappij, die het marxisme (weer) actueel maken. Neem bijvoorbeeld de accumulatie- en concentratietheorie van Marx. Het concurrentiekarakter van het kapitalisme dwingt de kapitalist de winst te investeren (uitbreiding van zijn bedrijf, nieuwe machines, overnames). Datzelfde concurrentiekarakter van het grootbedrijf betekent een bedreiging voor het midden- en kleinbedrijf, dat dikwijls wordt overgenomen of ten onder gaat. Er vindt een concentratie van kapitaal plaats. En dat is precies wat er nu gebeurt. Een paar cijfers ter illustratie van dit proces. 

Inkomensongelijkheid 

Thomas Piketty toonde in zijn meesterwerk Kapitaal in de 21ste eeuw (2014) de toenemende ongelijkheid van inkomens en vooral vermogens aan. Het Oxfamrapport uit 2017 constateert eveneens: de inkomens- en vermogensongelijkheid neemt wereldwijd toe. De 80 rijkste mensen van de wereld bezitten nu evenveel als de armste 3,5 miljard mensen. In de Verenigde Staten eigent 1 procent van de bevolking zich 20 procent van het nationale inkomen toe. Marx’ voorspelling over kapitaalconcentratie lijkt dus uit te komen.

De toestand van het proletariaat zou, zo profeteerde Marx, steeds slechter worden: Verelendung. Deze voorspelling leek niet uit te komen: arbeiders verenigden zich in vakbonden en politieke partijen en konden zo een vuist maken. Sociaal- en christendemocraten bouwden na de Tweede Wereldoorlog zeker in West-Europa de verzorgingsstaat op. En al is er geen sprake van massale Verelendung, toch loopt het aandeel van de factor arbeid in het nationaal inkomen terug.

Met Reagan in de VS en Thatcher in het Verenigd Koninkrijk begon de afbraak van de verzorgingsstaat. Met de Val van de Muur en daarmee van het communisme in 1989 leek de triomf van kapitalisme en vrije markt compleet. Het resultaat: een leger van (dikwijls gedwongen) zzp'ers, flexwerkers, permanente bestaansonzekerheid, een kansloze onderklasse (Lumpenproletariat, zou Marx zeggen), groeiende armoede en voedselbanken.

Is het te veel gevraagd om vast te stellen dat Marx tenminste voor een deel gelijk had?

Crises

Dan de crisistheorie van Marx. In zijn visie zou het kapitalisme geteisterd worden door steeds heviger crises. Die voorspelling kwam niet uit, omdat de staat volgens de theorieën van Keynes na de Tweede Wereldoorlog met redelijk succes ingreep in de economie bij een crisis. Toch leek de bankencrisis van 2008 een herhaling in te luiden van de Grote Depressie van de jaren ’30 met massale werkloosheid, miljardenverliezen van pensioenfondsen en particulieren, snel stijgende staatsschulden en als gevolg daarvan harde bezuinigingen. We mogen in ieder geval constateren dat economische crises inherent zijn aan de kapitalistische productiewijze.

Hoe interessant het ook is uit te zoeken of de economische theorieën van Marx uitkomen of niet, fundamenteler is zijn kritiek op de kapitalistische geest en de overheersende rol van het geld. ‘Het verandert de trouw in ontrouw, de liefde in haat, de haat in liefde, de deugd in ondeugd, de ondeugd in deugd, de knecht in heer, de heer in knecht, de domheid in verstand, het verstand in domheid.’ Zo citeert hij uit Shakespeares Timon van Athene. En in het Communistisch Manifest drukt Marx zich als volgt uit: ‘(De bourgeoisie) heeft geen andere band tussen mens en mens gelaten dan het naakte eigenbelang, dan de gevoelloze ‘contante betaling’… Zij heeft de persoonlijke waardigheid opgelost in de ruilwaarde’.

Geld is de macht in de moderne maatschappij waaraan alles ondergeschikt gemaakt wordt. Gebieden waar de overheid in het recente verleden invloed op had zijn grotendeels prijsgegeven aan commerciële belangen zoals zorg, onderwijs, volkshuisvesting , openbaar vervoer en media. We leven in een genotzuchtige consumptiecultuur. Misschien is Marx’ kritiek op de overheersende geldcultuur wel de belangrijkste reden om deze grote denker op zijn 200ste geboortedag te herdenken.

Carel Zuil is oud-geschiedenisleraar en oud-PvdA-wethouder in Ooststellingwerf. 

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.