Column Max Pam

Is het Nederlands tanende, of heeft deze oude raaf de nieuwste trends gemist?

‘Nederlands wordt Globish’, las ik op internet. Dat is een zin die in de toekomst misschien een spelfout gaat bevatten, want het Globish kent geen echte grammatica en het zou dus ‘Nederlands word Globish’ moeten zijn. Tenminste, als er in het Globish nog oorspronkelijke Nederlandse woorden overblijven.

Het gaat slecht met de studie Nederlands. Studenten hebben geen animo meer om Neerlandistiek te kiezen. De Vrije Universiteit in Amsterdam heeft de studie al opgedoekt. Landelijk hebben zich nog maar tweehonderd studenten aan een faculteit Nederlands ingeschreven. De noodklok wordt geluid, het is twee voor twaalf.

Vorige week is een rapport verschenen om de aantrekkelijkheid van de studie te vergroten. Nederlands verdient meer, heet het en door die dubbelzinnigheid is het geen fijne titel. Iedereen wil meer verdienen, laten we het daarom even niet over geld hebben. Het is een goedbedoeld rapport (37 pagina’s), maar was ik student dan zou ik bij lezen niet onmiddellijk worden aangestoken door een machtig vuur om het tij te keren.

Dat de populariteit van het Nederlands tanende is, komt voort uit een imagoprobleem, schrijven ook de opstellers. Geen nieuw verschijnsel. Ik herinner me dat als je in literatuur was geïnteresseerd, je beslist geen Neerlandistiek ging studeren. Dat was een studie waarmee je leraar kon worden. Een mooi beroep, daar niet van, maar niet zelden komt het erop neer dat je de schoonheid van taal en literatuur moet uitleggen aan leerlingen die daar helemaal geen zin in hebben. Karel van het Reve vertelt ergens dat een student hem vroeg – ik citeer uit het hoofd: ‘Professor, wat moeten we lezen? Tolstoi of Tsjechov?’ ‘Van mij hoeft u niets te lezen’, antwoordde Karel.

Willem Frederik Hermans heeft eens voorgesteld om van de Neerlandistiek een opleiding voor creative writing te maken, zoals die bestaat aan verschillende Amerikaanse universiteiten. De ambitie om iets aan latere generaties door te geven, begint met de ambitie om zelf iets te maken.

Ik kom met deze twee dode mastodonten, omdat ik het gevoel heb dat de huidige Nederlandse literatuur urgentie mist. Misschien is dit een klacht van een oude raaf die klapwiekend het landschap niet meer overziet, maar mijn herinnering vertelt me dat er veertig/vijftig jaar geleden meer leven zat in de Nederlandse literatuur. Elke week verscheen er wel een literaire polemiek in de weekbladen of boekenbijlages. Heel schrijvend Nederland werd daarin meegezogen, denk aan de Weinreb-kwestie.

Helaas zijn de weekbladen nagenoeg verdwenen en lijden de nog bestaande boekenbijlages een kwijnend bestaan. Voor ouderwetse recensenten van het type Cyril Connoly – kamergeleerden die hun leven tussen de boeken doorbrachten – is geen ruimte meer. Recensies zijn kort geworden en elke krant heeft tegenwoordig een pagina met kritiekjes ter grootte van een postzegel.

Op de televisie zijn boekhandelaren de nieuwe critici geworden, zoals in DWDD. Ik erger me daar enorm aan. Die mensen, hoe aardig en goedwillend ook, hebben iets te verkopen en ik zou liever zien dat zij zich beperken tot hun positie achter de kassa. Ik beschouw literatuur niet in de eerste plaats als iets zoetsappigs of iets positiefs waar wij allemaal enorm veel baat bij hebben en dat daarom aan de man (of de vrouw) moet worden gebracht, maar ik acht het niet uitgesloten dat ik de nieuwste trends heb gemist.

Wel heb ik het altijd erg jammer gevonden dat een Nederlandse schrijver nooit de Nobelprijs heeft gekregen. Dat had een enorme boost gegeven en zou de Nederlandse literatuur gedeeltelijk uit het moeras hebben getrokken, waarin 95 procent van onze schrijvers net boven het minimuminkomen rondzwemt. Ik heb ook niet de indruk dat al de subsidie die via het Fonds voor de Letteren de literatuur is ingepompt, de Nobelprijs op enigerlei wijze dichterbij heeft gebracht. In verschillende kleine taalgebieden is die prijs gevallen, maar kennelijk vindt de Zweedse academie niet dat Nederlandse literatuur er zo op vooruit is gegaan dat een van onze schrijvers daarvoor in aanmerking komt.

Volgens sommige zwartkijkers zullen Nederlandse literatuur en taal op den duur helemaal verdwijnen. Trouw heeft al gemeld dat ‘Nederlands door de verengelsing op de universiteit tweederangs is geworden.’ Dat is het begin. Er wordt daar een soort steenkolenengels gesproken, dat hard op weg is zich tot Globish te transformeren. Globish is ‘een cafeïnevrij Engels’, zonder grammatica en met een woordenschat van 1.500. Robert McGrum, tegenwoordig werkzaam bij The Guardian, beschouwt het als ‘het dialect van de 21ste eeuw’. Hij schrijft dat het in 2005 begonnen is met de cartoonrellen. ‘Down with Free Speech!’, was misschien wel het allereerste opschrift in het Globish. Ere wie ere toekomt, betoogt McCrum, het Globish is een uitvinding van moslimfundamentalisten.

Zo zie je maar weer: elk nadeel heb voordeel.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden