Column Peter Middendorp

Is het huwelijk in de buitenwijk nog altijd het toneel waarop onze dromen uiteenspatten?

Ik wil een roman schrijven over een gezin. Een mooi, groot opgezet verhaal over een huwelijk, waarvan de echtelieden, onderweg om hun dromen waar te maken, elkaar in mentale zin langzaam kapotmaken, zonder het zelf te willen. Eerst niet, tenminste, later verandert dat misschien.

In Kroniek van de familie Wapshot van John Cheever heb ik weer eens gezien dat goede verhaallijnen niet alleen een vooruitstrevende kracht bezitten, om zo te zeggen, maar zich ook weer kunnen terugtrekken. Als een golf spoelen zulke verhaallijnen over je heen. Waarschijnlijk dat je er in het begin nog blij mee bent.

De onderstroom zit al gelijk in de golf natuurlijk, maar die zie je niet, die merk je pas als de zichtbare verhaallijn is gaan liggen en de verborgen lijnen de heleboel met zich mee terug de oceaan in beginnen te sleuren, vrouw, kind, huis, werk, en je eenzaam en alleen op het grote strand achterblijft, terwijl de wind de huid verkilt.

Eenmaal in deze koude verlatenheid van het verhaal aangekomen, gebeurt er bij Cheever bijna altijd, als een uitroepteken achter de uiteindelijke eenzaamheid van alle mensen, nog iets heel ergs, dat er altijd wel in had gezeten, nu, achteraf gezien. Er breekt iets, er gaat iets stuk. Meestal eerst een droom en vlak daarna de hoop en de troost.

Coverly Wapshot wil een zoon en Betsey een huwelijksleven met veel vrienden. Maar in het stille wijkje bij de afgelegen raketbasis, waar hij kantoorwerk doet, wil niemand met hen omgaan. Alleen, na veel tijd en wanhoop, een echtpaar, waarvan de man Betsey aanrandt in de keuken. Betsey wil zo graag vriendschap dat ze bereid is te doen alsof er niets is gebeurd, maar het andere echtpaar heeft geen belangstelling meer.

Een paar dagen na deze vernederingen, zo schrijft Cheever, krijgt Betsey een miskraam. Er komt geen zoon, er komt geen huwelijksleven met veel vrienden. Betsey vertrekt op de onderstroom van het verhaal en laat Coverly achter in het stille wijkje bij de afgelegen raketbasis, waar ontluikende en verwarrende homoseksuele gevoelens hem de laatste zandkorrels met zuigende kracht onder de voetzolen vandaan trekken.

Voordat ik aan mijn nieuwe roman begin, moet ik nog wel nadenken of het huwelijk in de buitenwijk nog altijd het toneel is waarop onze dromen uiteenspatten, zoals in de tijd van Cheever en de grote, Amerikaanse gezinsromans. Gefnuikt wordt er nog van alles, de hele tijd, dat gaat gewoon door, maar het leven is veranderd en in de buitenwijken lijken ze intussen wel een beetje uitgedroomd.

Hoe zouden moderne Cheever-personages eruitzien? Een echtpaar dat nooit thuis is; god mag weten waar ze uithangen? Een fitte veertiger, de enige overlevende van de eerste elektrische vliegramp die zich, eenmaal weer enigszins hersteld en tot rust gekomen – alleen zijn haar zit nog wat statisch – in een gojibes verslikt?

Nee, ik ben er nog niet, ik kom nog niet echt dichterbij.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden