Opinie Basisinkomen

Is een basisinkomen wel nodig, nu de technologische revolutie niet veel voorstelt?

Omdat de banen minder hard afnemen dan verwacht, raakt het nut van een basisinkomen uit zicht, betoogt Alfred Kleinknecht.

Een robot plaatst een pizza in de oven bij Zume Pizza, in Mountain View, Calif, Silicon Valley. Beeld AP

De Vereniging Basisinkomen heeft recentelijk een ‘Basisinkomen 2.0’ voorgesteld: geef iedere volwassene 600 euro per maand plus 600 euro per huishouden, plus 300 euro per kind. Dit basisinkomen is onvoorwaardelijk: iedereen, arm of rijk, krijgt het. De genoemde bedragen zijn belastingvrij en worden niet ­verrekend met ander inkomen. Na invoering van het basisinkomen kan het bestaande socialezekerheidsstelsel worden gesloopt. De voorstanders van een basisinkomen hebben een reeks argumenten waarover nog het nodige te zeggen zou zijn. Ik beperk me hier tot twee kernpunten. Een: is een basisinkomen nodig en, twee, is het betaalbaar?

Is het nodig? Als argument voor de noodzaak van een basisinkomen wordt veelal beweerd, dat er door kunstmatige intelligentie en robots in de toekomst te weinig banen zullen zijn. Velen zullen werkloos thuis zitten terwijl automatiseringssystemen hun werk doen. Geef deze uitzichtloos werklozen dan een redelijk basisinkomen en plaag ze niet meer met bureaucratische rompslomp! Hier is een tegenwerping op zijn plaats: het is kennelijk tot de aanhangers van een basisinkomen nog niet doorgedrongen dat de gevreesde technologische revolutie uit Silicon Valley niet veel voorstelt.

Productiviteitscrisis

Het economenblad ESB heeft in de laatste twee nummers veel aandacht besteed aan de productiviteitscrisis in het OESO-gebied. Ja, u leest het goed: een productiviteitscrisis! Dit staat in schril contrast met indrukwekkende verhalen uit Silicon Valley over robots of ‘Industry 4.0’.

De bijdragen in ESB laten en zien dat de it-revolutie over haar hoogtepunt heen is. Men constateert o.a. dat de Wet van Moore niet meer geldt: verdubbeling van de kracht van een chip duurt nu niet meer twee, maar vier tot acht jaar; aantallen start-ups en de inzet van durfkapitaal zijn fors gedaald. En sinds 2005 is de bijdrage van informatietechnologie aan de totale productiviteitsgroei sterk verminderd.

Kortom, de robots komen er, maar ze komen wel tergend langzaam. Het gevolg: sinds ongeveer 2005 boeken Japan, de VS en West-Europa de laagste productiviteitsgroei sinds 1946. In de wat sterkere landen haalt men nog rond 1 procent groei van de toegevoegde waarde per arbeidsuur. Maar zwakkere landen zoals Engeland of Italië zitten dicht bij de nullijn. Het CBS rapporteerde recent dat de Nederlandse arbeidsproductiviteit in 2016 zelfs gedaald is (-0.2 procent). Deze lage productiviteitsgroei heeft consequenties voor de arbeidsmarkt: automatisering vernietigt veel minder banen dan door economische groei ontstaan.

Dit betekent dat er veel extra arbeid nodig is om te kunnen groeien, waardoor de arbeidsmarkt steeds krapper wordt. Dit heeft voordelen voor werknemers, want ook op de arbeidsmarkt geldt de wet van vraag en aanbod. De groeiende krapte vergroot de macht van de vakbeweging om iets te doen aan de scheefgegroeide inkomensverdeling en doorgeschoten flexibilisering. Als de vakbeweging dit handig speelt, is er hoop voor de werkende armen. En de werkgevers krijgen straks een Linkse Lente voor de kiezen omdat ze, daartoe verleid door loonmatiging en goedkoop flexwerk, ­notoir te weinig investeren in ­arbeidsbesparende technologie.

Betaalbaarheid

Dan de tweede vraag: is een basisinkomen betaalbaar? Schattingen van de kosten liggen, afhankelijk van keuzes over de hoogte ervan, tussen 110 en 150 miljard per jaar. Dit zijn nettokosten, na aftrek van besparingen. De overheid bespaart immers na invoering van een basisinkomen uitgaven voor bijstand, bureaucratie, studiefinanciering et cetera. Maar welke keuzes men ook maakt: men eindigt altijd weer met netto extra geld ter grootte van 30-50 procent bovenop de huidige overheidsbegroting.

Dit soort bedragen is niet met ­bezuinigingen op te brengen. Daar komt een dubbel probleem voor de overheidsfinanciën erbij. Ten eerste weten we niet hoeveel mensen nog willen werken met een basisinkomen waarvan ze kunnen leven; werken ze minder, dan leidt dit tot tegenvallers op de rijksbegroting.

Ten tweede moeten de belastingen fors omhoog. Ontvangers van een basisinkomen mogen dan wel bijklussen, zonder dat ze op het basisinkomen worden gekort. Echter, de fiscus moet de centjes die men bovenop het basisinkomen verdient wel stevig belasten. De rijksinkomsten moeten immers, afhankelijk van te maken keuzes, met minimaal 30 procent, maar vermoedelijk eerder met 40-50 procent omhoog, tenzij we krankzinnig bezuinigen op publieke voorzieningen. Dan komt de cruciale vraag: wie gaat er straks nog voltijds (en wit) werken als men aan de laatstverdiende euro wellicht nog 10, 20 of hooguit 30 cent overhoudt? Dat soort tarieven vráágt om zwart werken, om minder werken en om fiscale trapezekunstjes (Panama). Dit alles zorgt voor tegenvallers op de overheidsbegroting die in genoemde berekeningen niet zijn meegenomen, want we kennen hun hoogte niet.

Conclusie een: het basisinkomen is onnodig, want er is geen technologische werkloosheid. Integendeel, banen groeien als kool. Twee: Een kabinet neemt met een basisinkomen lastig te taxeren risico’s omdat we domweg niet weten hoe sterk arbeidsmarktparticipatie en belastingmoraal reageren op ‘gratis’ verstrekt geld en op zeer hoge belastingtarieven.

Alfred Kleinknecht is emeritus hoogleraar economie (VU en TU Delft).

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden