Is de zucht tot verbreding van dodenherdenking een typisch Nederlands verschijnsel?

Elma Drayer.

Daar gaan we weer, zuchtte ik onwillekeurig. Kraker-activist Rogier Meijerink riep deze week de Facebookpagina ‘Geen 4 mei voor mij’ in het leven. Daarin kondigde hij een ‘geluidsmanifestatie’ aan tijdens de twee minuten stilte van de ‘racistische 4 meiviering’ – het stond er echt. Bij wat u en ik doorgaans de Nationale Dodenherdenking noemen, eert Nederland namelijk ‘oorlogsmisdadigers die massamoorden hebben gepleegd in Nederlands Indië’. En negeert de ‘vier miljoen doden’ die daar vielen door het eigen oorlogsgeweld.

De waarnemend burgemeester van Amsterdam, het moet gezegd, reageerde ditmaal voorbeeldig. ‘Het recht op demonstratie is bijkans heilig in deze stad,’ zei hij in Het Parool, ‘maar de herdenking op 4 mei is een heilig moment.’ Ook noemde hij het voornemen ‘onacceptabel en respectloos’ en kondigde aan ‘alle maatregelen tot het houden van orde’ te zullen nemen. Zet ’m op, Jozias.

Nu zou je zo’n mallotig initiatief natuurlijk moeten negeren, ware het niet dat het de zoveelste poging is om 4 mei te amenderen, te actualiseren, anders in te vullen.

Zo herinner ik me een uitzending van de toenmalige Nederlandse Moslim Omroep waarin de kwestie ter sprake kwam. De forumleden bleken het roerend met elkaar eens: het werd tijd om de ‘exclusiviteit’ van de dodenherdenking los te laten. Belangrijkste argument: wat moslims in het land van Wilders te verduren kregen, was ook geen pretje, hoor.

Een paar jaar later wist de hashtag #geen4meivoormij trending te worden. ‘Voor mij’, verklaarde activiste Christa Noëlla, ‘heeft 4 mei geen zin wanneer we het opkomende fascisme en de moslimhaat in Nederland gewoon zijn gang laten gaan.’ Volgens Frank van Vree, destijds decaan geesteswetenschappen, nu directeur van het Nederlands Instituut voor Oorlogsdocumentatie, toonde de actie slechts aan dat de herinnering aan 1940-1945 ‘nog springlevend is’.

In de herfst van 2016 hield journalist en schrijver Robert Vuijsje de Anton de Kom-lezing. Daarin memoreerde hij een voorval tijdens de zogeheten Dag van de Empathie. Een jongeman in het publiek opperde om 4 mei ‘los te koppelen’ van de herdenking van de slachtoffers van de Tweede Wereldoorlog. Het moest een dag worden tegen oorlog in het algemeen. Vuijsje: ‘Op geen ander moment tijdens deze avond kreeg een spreker zoveel bijval. Niet een van de toespraken leidde tot het gejuich dat nu hoorbaar was.’

En vorig jaar was het de hippe dominee Rikko Voorberg die een poging deed. Uitgerekend op 4 mei wilde hij een ‘aanvullende’ herdenking organiseren, door drieduizend papieren kruisen te plaatsen op het Rembrandtplein, symbool voor de drieduizend migranten die waren omgekomen op de Middellandse Zee. Zijn plan leidde tot zoveel commotie dat hij ervan afzag. Gekwelde reactie van de dominee: hij was ‘niet door iedereen goed begrepen’. Gekwelde reactie van een sympathisant: ‘Als je de Tweede Wereldoorlog herdenkt, raak je aan een soort exclusief leed waar anderen niet aan mogen komen. Ik vind dat uitermate gevaarlijk.’

Oprechte vraag: zou deze zucht tot verbreding een typisch Nederlands verschijnsel zijn? Bij mijn weten komt geen Fransman, Australiër, Canadees, Belg of Brit op het idee om zijn gedenkdagen te actualiseren. Je herdenkt je landgenoten die ooit door oorlogsgeweld om het leven kwamen, punt uit. In Nederland staat de invulling van 4 mei voortdurend ter discussie. Telkens nieuwe zelfbenoemde advocaten van telkens nieuwe slachtoffergroepen eisen hun plaatsje op in de twee minuten stilte. En zij deinzen, zie boven, nergens voor terug.

Onvermijdelijk heeft hun ijver tot gevolg dat ze het lot van de échte nazislachtoffers relativeren. Dat is des te pijnlijker omdat vooral het Joodse leed pas diep in de jaren zestig de erkenning kreeg die het verdiende. Alleen al daarom zouden zulke activisten zich diep moeten schamen.

Dezelfde Robert Vuijsje constateerde vorig jaar in een opiniestuk dat 4 mei langzaam wordt ‘ontjoodst’. Decennialang, schreef hij, ‘is dit een herdenking geweest met een duidelijke historische aanleiding en nu wordt het steeds een stukje breder getrokken: van oorlogen in het algemeen naar wat – al het onrecht uit de geschiedenis?’

De vraag stellen is hem beantwoorden.

Elma Drayer is journaliste en neerlandica.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.