Is de staking anno 2018 vooral polderfolklore?

De Kwestie

Vorig jaar hebben 147 duizend mensen gestaakt. Dat is het hoogste aantal sinds 1901, het eerste jaar dat het CBS dit registreerde.

Peter de Waard.

Dat lijkt erop te duiden dat de actiebereidheid onder de werknemers - of wat in het verleden de arbeidersklasse werd genoemd - nog nooit zo groot is geweest. Iedereen klimt op barricades alsof het weer 1968 is.

Alleen voelt het niet zo aan. Toevallig staakte het streekvervoer gisteren en eergisteren. Maar vanaf vandaag rijden de streekbussen weer als vanouds, hoewel er volgende week per regio nieuwe acties zouden worden gehouden.

Op Schiphol broeit het altijd wel ergens. En de rijksambtenaren hebben een ultimatum gesteld aan minister Ollogren. Maar om te zeggen dat de werknemers weer massaal een vuist maken onder leiding van een nieuwe generatie working class heroes die opzwepende speeches houden, lijkt toch te ver gegrepen.

Een van de redenen is dat de stakingen steeds korter worden. Eigenlijk zijn wat vroeger stakingen waren nu allemaal prikacties. In totaal gingen er door de stakingen van 147 duizend werknemers vorig jaar 306 duizend arbeidsdagen verloren. Dit betekent dat zij gemiddeld twee dagen staakten. Als stakingen al geen folkloristisch gebeuren zijn, zoals Koningsdag, dan zijn het vooral polderprikken waarbij de onderhandelingstafel het doel is.

Zo blijft het goedkoop voor de bonden die de stakingskassen intact houden, drijft het werkgevers niet tot wanhoop en is het te verteren voor de samenleving.

In 1924 gingen 3,1 miljoen arbeidsdagen verloren door de staking van slechts 27 duizend werknemers. Oftewel, gemiddeld duurde een staking toen 105 dagen. In de Twentse textielindustrie gingen in dat jaar 39 fabrieken vijf maanden plat, nadat de werkgevers hadden besloten de lonen van de werknemers met 10 procent te verlagen.

De textielbaronnen waren even onvermurwbaar als de bonden. Het werd een uitputtingsslag. Uiteindelijk waren de stakingskassen van de bonden eerder leeg dan dat de bedrijven bankroet waren. Maar de arbeidersstrijd ging gewoon door. Elk jaar gingen toen een miljoen arbeidsdagen verloren door stakingen. Stakingen waren lang en hardnekkig.

De laatste echte staking vond in 1995 plaats. Werknemers in de bouw legden 40 dagen het werk stil. Bijna 700 duizend arbeidsdagen gingen verloren. Op 20 april 1995 was het de laatste keer dat in de woorden van een vakbondsbestuurder een cao-akkoord 'voor de poorten van de hel werd weggesleept'. Sindsdien is er eigenlijk geen serieuze staking meer geweest, mogelijk die van de schoonmakers uitgezonderd.

In 2017 stegen de cao-lonen ondanks de stakingen van 147 duizend werknemers met slechts 1,5 procent. In 2016, toen maar 11 duizend werknemers staakten, was de loonstijging 1,8 procent.

Nederland staakt steeds massaler, maar zo ingetogen dat een loongolf nog niet in het verschiet ligt.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.