De Kwestie Peter de Waard

Is de Miljoenennota even folkloristisch als de koets?

Omdat alles van de Miljoenennota al is uitgelekt, draait Prinsjesdag eigenlijk om het folkloristische randgebeuren.

Er is een koning die in een door paarden voorgetrokken koets arriveert. Dames dragen extravagante hoedjes – de traditie dat de mannen die dag in uniform met steek naar het Binnenhof kwamen is verloren gegaan – en parlementariërs die op de verjaardag van hun echtgenote nog geen ‘Hiep, hiep, hoera’ durven te roepen, scanderen nu drie keer ‘Leve de koning’.

Alleen in Groot-Brittannië, dat ook daadwerkelijk wil terugkeren naar de 19de eeuw, is het allemaal nog archaïscher. Daar moet de koningin bij het uitspreken van de Queen’s Speech ook nog een topzware kroon en robe dragen.

Een Black Rod (een functie uit 1350) moet daarvoor met drie bonzen op de deur de leden van het ‘nobele’ Lagerhuis oproepen om ‘direct naar Hare Majesteit in het Hogerhuis te komen’. Er vindt zelfs een rituele zoektocht plaats naar buskruit in de kelders van het parlement, ter herinnering aan het feit dat Guy Fawkes in 1605 het parlement probeerde op te blazen. En dan wordt de troonrede op perkament ook nog aangereikt in een zijden zakje.

Nederland heeft ook een eigen traditie: de Miljoenennota. Die werd in 1906 voor het eerst gepresenteerd door het door Troelstra gedoogde kabinet van de liberaal Theo de Meester. De Meester, die het premierschap combineerde met het ambt van minister van Financiën, wilde daarmee een einde maken aan de uren vergende ‘millioenenrede’ waarmee de minister van Financiën tot dan toe de uitgaven mondeling verdedigde. Nu was die samengebracht op een handzame acht pagina’s tellende nota ‘betreffende den toestand van ’s Lands financiën’. Op 19 september 1906 werd die aan de Staten-Generaal gepresenteerd. In totaal was 186 miljoen gulden aan uitgaven voorzien.

‘Een ontzaggelijk hoog bedrag’, schreef het Algemeen Handelsblad in een commentaar. ‘Liefst 47 miljoen gulden meer dan in 1897, waaronder 1 miljoen gulden extra voor de ontginning van de staatsmijnen en 2,5 miljoen gulden voor het bijzonder onderwijs.’

Op een bbp van ruim twee miljard gulden viel dat nog wel mee, gezien het feit dat de totale rijksuitgaven nu 286 miljard euro (624 miljard oude pieken) zijn op een bbp van rond 750 miljard euro.

Minister Lieftinck van Financiën, vooral bekend van het beroemde tientje, kocht in 1947 voor 3,75 gulden bij de Haagse leerhandel Van de Broek een koffertje, waarin de Miljoenennota ook aan het volk werd gepresenteerd. Dat idee was overigens weer gepikt van de Britten, waar de minister al sinds 1860 de begroting met een speciaal koffertje naar het parlement bracht.

Het koffertje noch de inhoud zal iemand vandaag kunnen verrassen, net zomin als de rituele dans van regering en oppositie. De presentatie van de Miljoenennota is tegenwoordig even folkloristisch als de koets.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.