VerslaggeverscolumnAriejan Korteweg in Amsterdam

Ironie als kanarie in de kolenmijn: begrijpen we elkaar nog een beetje?

‘Ironie verstaat zich slecht met oprecht engagement’, schreef Ilja Leonard Pfeijffer in zijn essay Ondraaglijke lichtheid, dat vorig jaar verscheen. Pfeijffer verbond er de conclusie aan dat de ironie van kamp is gewisseld. Ooit kon de linkse kerk tegen heilige huisjes schoppen en daarbij ironie als wapen inzetten. Maar nu links zelf heilige huisjes als identity politics, diversiteit en feminisme bezet houdt, is het rechts dat er met de ironie vandoor gaat.

Mensen die geloven in politieke correctheid vinden dat je over bepaalde onderwerpen geen grappen mag maken, betoogde Pfeijffer. Ironici in de politiek heten tegenwoordig niet Marijnissen, Klaver of Ouwehand, maar Hiddema, Bosma of Nanninga. Lees de reactie van Hiddema op de ophef over de dierbare vriendinnentweet van Baudet. ‘Dankzij Baudet is aangetoond dat niet alle relletjes iets te maken hoeven te hebben met de mislukte multiculturele samenleving.’ Of volg Trump, die zijn tegenstanders tot stripfiguren maakt: crazy Bernie (Sanders) en mini-Mike (Bloomberg), ‘a mass of dead energy’ (een berg dode energie).

Ilja Leonard Pfeijffer: Ironie botst met engagement.Beeld Foto ANP

Angstige ironiegebruikers zijn het, dat wel. Ironie is voor hen een kogelwerend vestje. Zodra ze zich aangevallen voelen, trekken ze dat vestje aan en zeggen: dit was ironie, waar is je gevoel voor humor gebleven? Een echte ironicus zal nooit toegeven dat iets ironisch bedoeld was.

Waarom dit hele verhaal? Omdat, ik schreef het eerder, ironie de kanarie in de kolenmijn is als het op de temperatuur in de samenleving aankomt. Begrijpen we elkaar nog een beetje? Begrijpen we elkaar ook als we het tegenovergestelde zeggen van wat we bedoelen? Begrijpen we de Volkskrant als die het over Zeurpieten heeft? Of horen lezers van de papieren krant nog wel tot dezelfde ironiefamilie, maar duiken berichten online op in werelden waar alle gedeelde ironie zoek is? Twitter werkt op ironie als glyfosaat op onkruid, zoveel is zeker: het maakt alle ironie dood. En dan te bedenken dat politici grote Twittergebruikers zijn.

Enfin, zou de grote ironicus Martin Bril zeggen. Tijd om binnen te stappen bij De Warme Winkel, in volle voorbereiding van hun voorstelling: Een oprechte ode aan de ironie. Ze worden vaak als ironisch theatergezelschap gezien. Nu willen ze zelf uitzoeken hoe dat zit met ironie.

Theo Hiddema: ironie als kogelwerend vestje.Beeld Foto Freek van den Bergh

In hun Amsterdamse oefenruimte schuif ik aan bij Vincent Rietveld, Ward Weemhoff, Marieke de Zwaan en Florian Myjer. Ironie geeft ruimte voor waarheid, zeggen ze. Omdat er iets in het hoofd van de ander moet gebeuren om de boodschap af te maken. Ironie zaait twijfel, denk ik er achteraan. Twijfel maakt sterker. En gedeelde twijfel schept een band.

Daar hoort de kanttekening bij dat theater van zichzelf al ironisch is, omdat de maker een spel organiseert om zo zijn bedoelingen duidelijk te maken. Verwarring stichten en daar vervolgens een verstandhouding op bouwen, dat is ruwweg de methode van de Warme Winkel.

Ook bij de Warme Winkel blijken ze te vinden dat de ironie van kamp is gewisseld. Hun uitleg is wel anders dan die van Pfeijffer. Wie ironie deelt, voelt zich machtig, zeggen ze. Nu zowat overal in de wereld rechts aan de macht is, zit daar de ironie. Die kookt over, want met louter oprechtheid zou je ronddraaien in je eigen cirkeltje.

Om die ironie zichtbaar te maken, heeft de Warme Winkel een truc bedacht. Ze werken samen met vier mensen die bij casting bureaus als real people te boek staan: deelnemers aan realityseries, bijna-BN’ers bij wie je een andere kijk op ironie kunt vermoeden, bij wie de filters anders staan afgesteld.

Een week later krijg ik te zien wat ze bedoelen. De Warme Winkel speelt een doorloop van wat ze tot dusver hebben. Er is ironie zo ver je kunt kijken: in panterprints en hawaïshirts, in disco en bubbels. En als je dan op je stretcher met een snuif onder handbereik zegt dat je het helemaal begrijpt, dan is dat ironie, ja.

Ayleen (links) uit Temptation Island: ‘Ik maak jou mooi.'

Of toch niet? Op zeker moment gaat Ayleen Kilisli– kijkers kennen haar als vamp uit Temptation Island – make up aanbrengen bij een meisje, real maken, noemt ze dat. Het meisje bekent dat ze nooit tegen haar vriendje kan zeggen: ik hou van jou. Ayleen weet raad: ‘Als ik je mooi opmaak, hoef je dat ook nooit meer te zeggen. Dan zeggen ze het tegen jou.’

Het klinkt als orakeltaal. Als Johan Cruijff, zal een van de theatermakers zeggen. Er is geen speld tussen te krijgen, wat nog niet wil zeggen dat het waar is.

Intussen hoop ik dat de kanarie Twitter overleeft.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden