Irak is nog lang geen Amerikaanse nederlaag

Tegen alle hysterie en fatalisme in, houden de Verenigde Staten stand in Irak en hebben ook na vijf jaar nog lang niet verloren.

Dirk-Jan van Baar

De Amerikaanse invasie in Irak, een avontuur waarvan het eind ook na vijf jaar nog niet in zicht is, wordt bijna algemeen als een fiasco omschreven. Op zich begrijpelijk, want sinds ‘Vietnam’ zijn de Amerikanen niet op zoveel tegenslag gestuit. Critici zien al het einde van Amerika als wereldmacht en honen de ideologische blindheid van de regering-Bush, die gedacht had het Midden-Oosten van buitenaf te kunnen democratiseren.

Sinds ‘Irak’ geldt dit idee als hopeloos naïef, zoals het voor veel critici ook vaststaat dat de hele onderneming van begin af tot falen gedoemd was. Het moet gezegd: diegenen die vijf jaar geleden nog voor ingrijpen in Irak waren, spreken dit niet tegen.

Zij geven toe zich te hebben vergist, of sluiten zich aan bij het koor dat nu van mening is dat de invasie klunzig is uitgevoerd en door een onophoudelijke serie Amerikaanse blunders op een mislukking is uitgedraaid. Wie nu nog anders beweert, is niet goed bij zijn hoofd, of wil zijn verlies niet accepteren.

Extra troepen

Toch heeft George Bush in Irak al meer van zijn strategische doelen bereikt dan velen voor waar willen houden. Daarmee doel ik niet eens op de surge, de extra troepenzending die volgens alle waarnemers heeft bijgedragen aan een substantiële afname van het aantal aanslagen in Irak. Het geweld kan weer oplaaien. Wel wordt het na dit broze succes voor de nieuwe president (mogelijk een Democraat) moeilijk om snel de aftocht te blazen, omdat dan het verwijt zal klinken dat alle opofferingen voor niets zijn geweest. Zo heeft Bush de handen van zijn opvolger gebonden en is de continuïteit van zijn beleid voorlopig verzekerd. John McCain heeft al gezegd desnoods honderd jaar in Irak te willen blijven.


Dat is de toekomst, terwijl het ingrijpen in Irak al een lang verleden heeft en historisch ook niet die aberratie is waarvoor de critici het houden. Sinds de aanval op Pearl Harbour houden alle Amerikaanse regeringen zich bezig met regime change, al was de gevierde John Kennedy (die in 1963 door een Castro-aanhanger werd vermoord en even daarvoor de Zuid-Vietnamese dictator Diem ten val had laten brengen) daarin het minst gelukkig.

Zijn geluk was wel dat hij de voor die tijd rampzalige gevolgen van zijn interventiebeleid niet heeft hoeven meemaken en dat veel mensen nog steeds denken dat de wereld er beter had uitgezien als hij was blijven leven. Dat zal van beide Bushes niet snel worden gezegd, hoewel de zoon met Saddam een echte schurk aan de galg heeft gebracht en de vader de eerste Golfoorlog voerde in naam van een Nieuwe Wereldorde onder dekking van de VN.

Het ingrijpen in Irak had een voorgeschiedenis die teruggaat naar 1991, toen Saddam na zijn gedwongen terugtocht uit Koeweit een opstand van Koerden en sjiieten met geweld de kop indrukte en tegen alle verwachtingen in overleefde. Irak was geen gewone soevereine staat, maar stond twaalf jaar onder VN-curatele.

Desondanks wist Saddam in 1996 nogmaals de Koerden over de kling te jagen en later stuurde hij de VN-inspecteurs het land uit. Zij keerden pas terug onder dreiging van de Amerikaanse troepenopbouw in 2002 en VN-resolutie 1441, die Irak bij niet-medewerking ernstige consequenties in het vooruitzicht stelde. Daar was niks geheimzinnigs aan. De hele wereld kon weten dat dit de opmaat voor gewapend ingrijpen was en dat de Amerikanen hun geduld met Saddam – massavernietigingswapens of niet – hadden verloren.

VN-Veiligheidsraad

Wie doet alsof het indammingsregiem tegen Irak goed werkte, negeert dat dit aan alle kanten lek was. Saddam, die twee oorlogen begon, was als ‘sterke man’ ook geen stabiliserende factor. Zijn regiem droeg bij aan de degeneratie van zijn land en intimideerde de regio. Binnen Irak durfde niemand een coup tegen Saddam aan, zelfs niet aan de vooravond van de invasie, een bewijs dat het land intern op slot zat. De inval in maart 2003 had geen steun van de VN-Veiligheidsraad, maar is er ook niet door veroordeeld. Dat relativeert de klachten over een ‘illegale oorlog’.


De omstreden volkenrechtelijke basis waarop de inval berustte, zou allang vergeten zijn (zie Kosovo) als het na korte tijd mission accomplished was. Dat Bush te vroeg de overwinning uitriep, zorgde voor leedvermaak. Toch was de Blitzkrieg waarmee het Baathbewind binnen drie weken werd weggeblazen een grote prestatie, en het blijft de vraag of er tegen alles wat er daarna misging wel plannen waren te bedenken. In een zwart gat als Irak moest op de tast worden geopereerd. Dat er in Bagdad na vijf jaar nog steeds geen elektriciteit is, zegt meer over de kapotgemaakte infrastructuur dan over het Amerikaanse onvermogen.

Het is waar dat veel critici een puinhoop hadden voorspeld, maar was dit reden dan maar te berusten in een onhoudbaar sanctieregiem? Dat lijkt mij pas echt naïef, te meer daar een dreigende interventie al jaren als een donderwolk boven de regio hing. Het is hoe dan ook een bevrijding dat die achter ons ligt en dat de soennitische minderheidsdictatuur in Irak gebroken is. Dat is nog geen democratie, maar wel een voorwaarde voor een representatief bestuur waaronder ook de Iraakse sjiieten – die anders totaal op Iran zouden zijn aangewezen – kunnen gedijen. Het florerende Koerdische deel is nu al een voorbeeld van hoe het ook kan, het soort model waarvoor de buurstaten bang zijn.

Prestige

De Amerikanen hebben onderschat op hoeveel vijandschap hun democratiseringsplannen zouden stuiten en hoe bedreigend die zijn voor de regiems in de regio. Maar de verkiezingen in Irak lieten ook een hoge opkomst zien, een bewijs dat de bevolking wel degelijk een stem wil hebben. Dat zegt meer dan de ‘steun’ voor de zelfmoordterreur, altijd een doodlopende weg. Er zijn tekenen dat de jeugd genoeg krijgt van radicale moslimleiders die alleen moord en doodslag prediken. Als alle stofwolken zijn opgetrokken, en alle elkaar bestrijdende facties hun eigen territorium hebben veroverd, blijven de contouren over van een Irak dat anders dan vroeger weer toekomst heeft. Intussen is de regio opgeschud en het terrorisme bestreden op heilige moslimgrond – dichtbij de bron waar het vandaan komt.

Ten slotte het prestige van Amerika zelf, dat volgens mij (zie de mondiale fascinatie voor de binnenlandse verkiezingsstrijd) ongebroken is. Er is een eindeloos nummer gemaakt van Abu Ghraib, maar dat is alweer vier jaar geleden. Dat er sindsdien uit de hel van Irak niet meer ontsporingen naar buiten zijn gekomen, duidt op een sterke moraal en zelfbeheersing van het Amerikaanse leger. Ondanks al het onbehagen over een smerige oorlog is er van een protestbeweging als in de Vietnamtijd geen sprake.

Het grote publiek laat zich niet gek maken en beseft heel wel dat de wereld er pas echt weer beter uitziet als het tij in Irak wordt gekeerd. Dat verklaart waarom Amerika standhoudt, tegen alle hysterie en fatalisme in, en ook na vijf jaar nog lang niet heeft verloren.

null Beeld

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden