COLUMNIonica Smeets

Ionica Smeets kreeg corona: ‘Mocht u op dit moment goed kunnen ruiken, geniet daar vandaag dan eens extra van’

Ineens was ik ziek, ondanks nauwelijks mensen zien, keurig anderhalve meter afstand houden, manisch handen wassen en mondkapjes dragen. Ik meldde me aan voor een coronatest, maar appte opgewekt naar mijn vrienden dat ik alles nog prima kon ruiken. Dat leek me een goed teken. Maar toen bleek ik wél positief te testen op corona. En een dag later viel mijn reukzin alsnog weg.

Hoewel ik vaak verkouden ben geweest, kan ik me niet herinneren dat ik ooit in mijn leven helemaal niets kon ruiken. Het was alsof er een laag sneeuw over mijn hoofd neerdaalde: een maagdelijk wit, volkomen geurloos landschap. En toen ik opknapte, bleef mijn reukzin weg. Ik probeerde verwoed de goede kanten daarvan te zien. Eindelijk kon ik die beschimmelde gft-bak eens goed schoonmaken. Ook was het niet meer zo erg als er terwijl ik languit in bad lag een kleuter de badkamer binnenkwam om uitgebreid te gaan zitten poepen. En ach, als ik mijn vijf zintuigen had moeten rangschikken, dan zou reukzin toch echt op de vijfde plaats geëindigd zijn.

Maar ik miste geuren meer dan ik had verwacht. Niet meer even ’s avonds aan de haren van mijn slapende kinderen ruiken en niet meer bij het voorbijgaan mijn neus in dat mooie boeket bloemen steken. Er was de angst dat ik naar zweet stonk, de onmacht als ik wilde ruiken of de melk nog goed was. En samen met reuk was een groot deel van mijn smaakzin weggevallen. Subtiele oosterse pasteitjes gevuld met een vegetarische ragout met kurkuma en gedroogde abrikoos? Ik proefde alleen nog ‘warm’, ‘zoet’ en ‘knapperig’.

Wat me het meest verbaasde, was hoe ik me allerlei fijne geuren kon voorstellen – terwijl ik ze niet echt in woorden kon omschrijven. Natte bladeren in een herfstig bos. Een oud boek. Zonnebrandolie met kokos. Mijn rode marker. Frisgewassen lakens. Lijm. Versgemalen koffiebonen (en ik drink niet eens koffie). De poederige bodylotion van mijn stiefmoeder. Wortel-gembersoep. De lavendelzakjes tussen mijn kleding. Zelfs de geur van die beruchte herinneringen-oproepende madeleines van Proust kon ik me indenken. Maar ik rook niets.

Ik las over hoe de meerderheid van coronapatiënten hun reukzin in zekere mate verliest en hoe dit wezenlijk anders werkt dan bij een verkoudheid. Ook las ik deprimerende verhalen over oud-patiënten die maanden nadat ze hersteld waren nog steeds niets konden ruiken. Zou ik voorgoed afscheid moeten nemen van mijn vijfde zintuig?

Dit was natuurlijk relatief klein leed vergeleken met de doodzieke mensen die op de intensive care lagen. Maar ik besefte dat ik mijn leven lang mijn reukzin te weinig had gewaardeerd. Mocht u op dit moment goed kunnen ruiken, geniet daar vandaag dan eens extra van. Snuif de geur van alles dat u lief is maar diep op.

Mijn reukzin is uiteindelijk even plotseling teruggekomen als dat hij verdwenen was. Ik lag languit in bad en er kwam een kleuter de badkamer binnen, enfin. Maar daar klaagde ik dus niet over.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden