Opinie Politiedelict

Invoeren ‘politiedelict’ gaat geen verbetering brengen

Een nieuwe wet moet politiegeweld strafbaar maken. Of het vakmanschap dan toeneemt, is de vraag, menen Magrete van der Steeg en Jaap Timmer.

Een agent met een (in dit geval nog niet uitschuifbare) wapenstok aan zijn riem. Beeld ANP

Volgende week bespreekt de Tweede Kamer een voorstel van de minister van Justitie & Veiligheid om het strafrecht uit te breiden met een zogeheten politiedelict, waarin politiegeweld met letsel dat niet voldoet aan de geweldinstructie, strafbaar wordt. De minister wil met dit wetsvoorstel het politievakmanschap en de rechtspositie van de agent verbeteren. Kan dat lukken?

Er zijn twee routes om politiegeweld te beoordelen: disciplinair, dus intern, en extern via het strafrecht. Intern beoordeelt de korpschef of het politiegeweld vakkundig was en zo niet of het ‘plichtsverzuim’ oplevert en gecorrigeerd moet worden met een disciplinaire straf. Extern toetst de officier van justitie of het politiegeweld een strafbaar feit oplevert en of het aan de strafrechter moet worden voorgelegd. In het strafrecht wordt niet het vakmanschap beoordeeld, maar alleen of er voldoende bewijs is voor een strafbaar feit en of de agent zich kan beroepen op een strafuitsluitingsgrond.

De Tweede Kamer bespreekt binnenkort een wetsvoorstel van de minister dat onder meer een ‘politiedelict’ toevoegt aan het strafrecht. Dit maakt deel uit van nieuw beleid rond de beoordeling van politiegeweld. Het nieuwe artikel 372 Wetboek van Strafrecht stelt de agent strafrechtelijk aansprakelijk wanneer hij zich niet aan de wettelijke geweldbevoegdheid heeft gehouden en hierdoor letsel of de dood is veroorzaakt. De agent kan worden gestraft met maximaal drie jaar gevangenisstraf bij de dood van een burger. Doet dit wetsvoorstel meer recht aan de bijzondere positie van de politie in de samenleving en bevordert dit wetsvoorstel werkelijk het vakmanschap van de politie, zoals de minister claimt? Wat schiet de individuele agent op met dit wetsvoorstel?

Het politiedelict vereist geen opzet of schuld aan het letsel of de dood. Het is voldoende dat bewezen is dat de agent de geweldsinstructie heeft geschonden en dat het letsel of de dood hierdoor is veroorzaakt.

Dat is nieuw in ons strafrecht. Het betekent dat ieder gevolg van het handelen, ook wanneer dit niet bedoeld of te voorzien was, voor rekening komt van de agent. Wanneer een eenvoudige klap in strijd is met de geweldinstructie en de verdachte komt door een samenloop van omstandigheden te overlijden, dan is de agent strafbaar volgens artikel 372 sub 3 Wetboek van Strafrecht.

Politieprojectielen

Wanneer een agent schiet, is dat lang niet altijd raak. Het schieten op een auto zonder letsel levert doorgaans een bewezenverklaring op van poging tot doodslag. Geregeld worden politieprojectielen aangetroffen in autoportieren, -stoelen, -hoofdsteunen of zelfs in de kleding van inzittenden. Het politiedelict is alleen geschreven voor situaties waarin letsel of de dood is opgetreden. De minister geeft in de memorie van toelichting bij het wetsvoorstel geen toelichting op de discrepantie tussen letsel- en niet-letselzaken die door invoering van het politiedelict zal ontstaan. Voor politieoptreden zónder letsel kan het OM alleen vervolgen voor reguliere geweldsdelicten met een hogere strafdreiging dan voor een politiedelict mét letsel.

Dit wetsvoorstel gaat uit van een uitsluitend strafrechtelijke beoordeling van politiegeweld. Minder ingrijpende, meer op het politievakmanschap gerichte beoordelingssystemen zoals een professioneel beroeps- of vakrecht spelen geen rol. Achterliggend doel van het wetsvoorstel is om agenten minder vatbaar te maken voor strafvervolging. Het tegenovergestelde effect is te verwachten. Ook het OM verwacht dat het aantal rechtszaken tegen agenten zal toenemen door invoering van artikel 372 Sr.

Vervolgingen van agenten dragen eigenlijk nooit bij aan leereffecten bij de politie, of verbetering van de kwaliteit van politieoptreden. De eenzijdig juridische benadering maakt het strafrecht daarvoor ongeschikt. De invoering van het politiedelict verandert dit niet.

Een onafhankelijk, toegankelijk en transparant beroepsrecht met een toetsingskader van geldende professionele standaarden kan wel bijdragen aan het leerproces en het vakmanschap. Een politieel beroepsrecht kan ook helpen om agenten te vrijwaren van onnodige strafvervolgingen. Het medisch tuchtrecht en de incidentenonderzoeken in de luchtvaart zijn voorbeelden van dergelijk beroepsrecht. Het OM is ook voorstander van zo’n beroepsrecht. Het is een gemiste kans dat hiervoor nu geen aandacht is.

Het strafrecht is bedoeld om burgers die elkaar iets aandoen te corrigeren en eventueel gezagdragers die hun macht misbruiken. Het strafrecht is niet geschikt om politieoptreden waarin mogelijk een fout is gemaakt te verbeteren. Van het nieuwe politiedelict is geen impuls te verwachten voor het politievakmanschap. Als de nieuwe strafbepalingen vooral tot gevolg hebben dat er meer agenten strafrechtelijk worden vervolgd en als de politie er alsnog niet van leert, schiet deze wetswijziging zijn doel volledig voorbij.

Magrete van der Steeg is advocaat in politiezaken te Deventer. Jaap Timmer is politiesocioloog aan de Vrije Universiteit Amsterdam.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden